De voorzitter opent de vergadering; er is 1 verontschuldiging nl. schepen Mieke Maes.
Dhr. Cools B. heeft enkele opmerkingen bij het vorige verslag, nl.
Dhr. Stulens D. vult aan dat hij ook nog een opmerking heeft over het stukje m.b.t. de motivatie om de gemeenteraad niet te livestreamen. De mooie repliek die door de voorzitter gegeven werd stond in het verslag, maar het negatieve antwoord op onze vraag om toelating te krijgen tot opnames ontbreekt.
De voorzitter zegt dat, mits toevoeging van bovenstaande opmerkingen, het verslag van de gemeenteraad van 20 november zal goedgekeurd worden.
De gemeenteraad,
Overwegende dat aan Fluvius System Operator CV (Koningin Elisabethlei 38 – 2300 Turnhout).
een omgevingsvergunning werd verleend in zitting van het college van burgemeester en schepenen van 13 januari 2025, voor het plaatsen van een distributiecabine gelegen te 2243 Zandhoven, Zandheide znr., ten kadaster gekend afdeling 3, sectie B, nrs. 317N2;- dat ca. 11,55m², grond langsheen Zandheide, kosteloos aan de gemeente zal worden afgestaan, grond om de rooilijn – goedgekeurd door ministerieel besluit op 20 november 1982 – te kunnen realiseren.
Gelet op het “Opmetingsplan”, opgemaakt door landmeetbureau Neefs & Roos, (Kerkblokstraat 11 – 2990 Wuustwezel) waarop voornoemde inneming als lot x staat aangeduid.
Overwegende dat de kosteloze grondafstand zal geschieden overeenkomstig de gegevens van voornoemd plan;- dat alle gegevens van dit plan in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en met de toestand volgens het kadaster.
Overwegende dat deze kosteloze grondafstand administratief moet geregeld worden en dat daarvan ook een behoorlijke akte moet worden opgesteld, waarbij de overdracht van het eigendomsrecht van deze grond wettelijk wordt vastgesteld.
Gelet op het ontwerp van notariële akte van kosteloze grondafstand, opgesteld door Meester Jan Rochtus, notaris met standplaats te Zandhoven (Langestraat 48 bus 1 - 2240 Zandhoven).
Overwegende dat het noodzakelijk is afgevaardigden aan te duiden die gerechtigd zullen zijn de gemeente Zandhoven te vertegenwoordigen bij het verlijden van de notariële akte en namens de gemeente rechtsgeldig te handelen.
Gelet op artikel 41 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 1.
Het “Opmetingsplan”, opgemaakt door landmeetbureau Neefs & Roos, (Kerkblokstraat 11 – 2990 Wuustwezel), waaruit blijkt dat ca. 11,55m² grond aan de gemeente Zandhoven kosteloos zal worden afgestaan en waarop voornoemde inneming als lot x staat aangeduid wordt goedgekeurd.
Het ontwerp van akte van kosteloze grondafstand, opgesteld door Meester Jan Rochtus, notaris met standplaats te Zandhoven (Langestraat 48 bus 1 - 2240 Zandhoven), wordt eveneens goedgekeurd.
Artikel 2.
Deze grondafstand zal wettelijk worden geregeld, bij akte te verlijden voor Meester Jan Rochtus, notaris met standplaats te Zandhoven (Langestraat 48 bus 1 - 2240 Zandhoven).
Artikel 3.
De heer Luc Van Hove en mevrouw Annick Smeets, respectievelijk burgemeester en algemeen directeur worden afgevaardigd om bij het verlijden van de akte, namens de gemeente Zandhoven, op te treden en rechtsgeldig te handelen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan Meester Jan Rochtus, notaris met standplaats te Zandhoven (Langestraat 48 bus 1 - 2240 Zandhoven) en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij de deelname aan het cultureel-erfgoedconvenant en de toetreding tot de projectvereniging Erfgoed Voorkempen werd goedgekeurd.
Gelet op het Cultureel-Erfgoeddecreet van 23 december 2021, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed en het bijhorende erfgoedbesluit van 16 mei 2014, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en later wijzigingen.
Overwegende dat het Regionaal Landschap de Voorkempen de coördinatie en uitvoering van een erfgoedwerking in de regio op zich neemt sinds 2015 en dit via een projectvereniging Erfgoed Voorkempen.
Overwegende dat de projectvereniging Erfgoed Voorkempen eindigt op 31 december 2025 en dient verlengd te worden voor een periode van 6 jaar, nl. van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 en voor de werking van voormelde projectvereniging subsidies zal aanvragen.
Overwegende dat binnen de erfgoedwerking van de voormelde projectvereniging er een deelwerking Onroerend Erfgoed, in de vorm van een Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED) en een deelwerking cultureel erfgoed, in de vorm van een erfgoedcel op basis van een cultureel – erfgoedconvenant bestaat.
Overwegende dat de gemeente Zandhoven heden reeds deel uitmaakt van de werking voor de erfgoedcel maar nog geen deel uitmaakt van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED).
Overwegende dat de gemeente Zandhoven tevreden is over de werking van de projectvereniging Erfgoed Voorkempen en de samenwerking wenst verder te zetten voor de erfgoedcel en ook wenst toe te treden tot de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED) aangezien de samenwerking een meerwaarde kan bieden voor de gemeente Zandhoven op vlak van onroerend erfgoed.
Overwegende dat de projectvereniging Erfgoed Voorkempen de integrale erfgoedwerking verder wenst uit te bouwen voor de periode 2027 – 2032 en hiervoor 2 beleidsplannen moet indienen bij de Vlaamse Overheid.
Gelet op de goedkeuring van de beleidsplannen en de meerjarenbegroting van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED) en de erfgoedcel door de raad van bestuur Erfgoed Voorkempen op 24 september 2025 voor de periode 2027 – 2032.
Overwegende dat de lokale besturen goedkeuring moeten geven aan de beleidsplannen en de bijhorende meerjarenbegroting.
Artikel 1.
De goedkeuring wordt verleend aan de verlenging van de deelname aan de Projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor de periode 2026 - 2031.
Artikel 2.
De statuten van de projectvereniging Erfgoed Voorkempen voor de periode 2026 – 2031 worden goedgekeurd.
Artikel 3.
Toe te treden aan de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst Erfgoed Voorkempen vanaf 1 januari 2027.
Artikel 4.
Het beleidsplan en de meerjarenbegroting van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst Erfgoed Voorkempen voor de periode 1 januari 2027 – 31 december 2032 wordt goedgekeurd.
Artikel 5.
De goedkeuring wordt verleend aan de verderzetting van de huidige erfgoedcelwerking (cultureel erfgoedconvenant).
Artikel 6.
Het beleidsplan en de meerjarenbegroting van de erfgoedcel Erfgoed Voorkempen voor de periode 1 januari 2027 – 31 december 2032 wordt goedgekeurd.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan projectvereniging Erfgoed Voorkempen (jan.pandelaers@rldv.be), de dienst Secretariaat, de dienst Omgeving, de dienst Financiën en de dienst Vrije Tijd bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs van 9 maart 2018, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 388 t.e.m. 395.
Gelet op zijn beslissing van 23 juni 1967, gewijzigd door gemeenteraadsbeslissing van 20 januari 2005 betreffende de goedkeuring van een overeenkomst tussen de stad Lier en de gemeente Zandhoven inzake de stichting van een bijafdeling van de stedelijke academie van Lier in Zandhoven;- dat voormeld filiaal doorheen de jaren is uitgegroeid tot een florerende sterk groeiende afdeling, met meer dan 500 leerlingen.
Overwegende dat de Stad Lier ook overeenkomsten aanging met omliggende gemeenten;- dat de idee groeide om tussen de verschillende gemeenten een samenwerkingsverband op te richten conform de artikelen 392 tot en met 395 van het decreet Lokaal Bestuur.
Gelet op zijn beslissing van 19 september 2019 waarbij de overeenkomst “Interlokale Vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier” werd goedgekeurd;- dat de voormelde overeenkomst een samenwerking betrof tussen de stad Lier en de gemeenten Berlaar, Boechout, Lint, Nijlen, Malle, Ranst en Zandhoven.
Overwegende dat de gemeente Wommelgem wenst aan te sluiten bij deze interlokale vereniging.
Overwegende dat de interlokale vereniging “Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier” als doelstelling heeft om de krijtlijnen van de onderwijsregelgeving, de organisatie van de Podiumacademie Lier en de Beeldacademie Lier met inbegrip van de vestigingsplaatsen optimaal af te stemmen op de lokale noden en deze vorm van onderwijs zo toegankelijk en bereikbaar mogelijk aan te bieden in de deelnemende gemeenten.
Overwegende dat door de aansluiting van Wommelgem een nieuwe overeenkomst door de deelnemende gemeenten dient goedgekeurd te worden;- dat het derhalve aangewezen lijkt de voormelde gemeenteraadsbeslissing van 19 september 2019 volledig op te heffen en te vervangen door de nieuwe overeenkomst.
Gelet op het ontwerp van overeenkomst dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van de overeenkomst akkoord kan gegaan worden.
Overwegende dat er afgevaardigden dienen aangeduid te worden die gerechtigd zijn om de gemeente Zandhoven te vertegenwoordigen bij de ondertekening van de overeenkomst en namens de gemeente rechtsgeldig te handelen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgende overeenkomst:
| OVEREENKOMST INTERLOKALE VERENIGING |
||||||
|
|
Tussen de hierna vermelde lokale overheden, vertegenwoordigd zoals nader aangeduid, is overeengekomen een interlokale vereniging op te richten volgens de toepasselijke bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur: |
|||||
|
|
- |
de stad Lier, schoolbestuur van de PODIUMACADEMIE LIER en de BEELDACADEMIE LIER, hierna genoemd de beherende gemeente, |
||||
|
|
- |
de gemeente Berlaar (deelnemende gemeente, enkel voor wat betreft de Podiumacademie), vertegenwoordigd door |
||||
|
|
- |
de gemeente Boechout (deelnemende gemeente), vertegenwoordigd door |
||||
|
|
- |
de gemeente Lint (deelnemende gemeente, enkel voor wat betreft Podiumacademie), |
||||
|
|
- |
de gemeente Malle (deelnemende gemeente), vertegenwoordigd door |
||||
|
|
- |
de gemeente Nijlen (deelnemende gemeente, enkel voor wat betreft de Podiumacademie) vertegenwoordigd door |
||||
|
|
- |
de gemeente Ranst (deelnemende gemeente), vertegenwoordigd door |
||||
|
|
- |
de gemeente Wommelgem (deelnemende gemeente enkel voor wat betreft de Beeldacademie), vertegenwoordigd door |
||||
|
|
- |
de gemeente Zandhoven (deelnemende gemeente), vertegenwoordigd door de heer Soetemans Hans voorzitter van de gemeenteraad mevrouw Annick Smeets algemeen directeur gemeente |
||||
|
|
Deze overeenkomst vervangt de overeenkomsten die in het verleden zijn aangegaan tussen de stad Lier en de deelnemende gemeenten. Voormelde partijen hebben de inhoud van deze overeenkomst met statutaire draagkracht vastgesteld als volgt: |
|||||
|
|
Titel 1: Naam, doel, zetel, beherende gemeente, duur, opzeg, toetreding |
|||||
|
|
Artikel 1 Naam De interlokale vereniging draagt de naam “Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier” |
|||||
|
|
Artikel 2 Doel |
|||||
|
|
§1. |
De Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier heeft als doelstelling om binnen de krijtlijnen van de onderwijsregelgeving, de organisatie van de Podiumacademie Lier en de Beeldacademie Lier met inbegrip van haar vestigingsplaatsen optimaal af te stemmen op de lokale noden en deze vorm van onderwijs zo toegankelijk en bereikbaar mogelijk aan te bieden in de deelnemende gemeenten. Hieruit kunnen eventueel gemeentelijke en intergemeentelijke activiteiten en projecten voortvloeien. |
||||
|
|
§2. |
Alle vestigingsplaatsen maken pedagogisch en administratief deel uit van de Podiumacademie Lier en de Beeldacademie Lier met als schoolbestuur het stadsbestuur van Lier. De hoofdvestigingsplaatsen van de academies zijn gevestigd op de volgende adressen:
|
||||
|
|
§3. |
Ten opzichte van andere initiatieven die men concurrentieel zou kunnen noemen ten aanzien van het al aanwezige deeltijds kunstonderwijs (DKO) op het eigen grondgebied, engageren de deelnemende gemeenten zich duidelijk ten gunste van onderhavig samenwerkingsverband. |
||||
|
|
Artikel 3 Zetel, beherende gemeente, beheerscomité |
|||||
|
|
§1. |
De stad Lier wordt aangeduid als beherende gemeente. De zetel van de Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier wordt gevestigd op volgend adres: (wordt bepaald na de verkiezing van een voorzitter – diens gemeente wordt de zetel van de vereniging) |
||||
|
|
§2. |
Er wordt een beheerscomité opgericht (zie Titel 2). |
||||
|
|
Artikel 4 Duur, opzegmogelijkheid, toetreding |
|||||
|
|
§1. |
De interlokale vereniging wordt opgericht voor onbepaalde duur, ingaand op 1 september 2019. |
||||
|
|
§2. |
Uittreding kan enkel op 1 september mits de uittreding aangetekend wordt meegedeeld aan de andere deelnemende gemeenten en aan de voorzitter van het beheerscomité en dit vóór 1 maart van het schooljaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De mededeling tot uittreding moet gebaseerd zijn op een beslissing van de gemeenteraad van de uittredende gemeente. De uittredende gemeente heeft geen recht op recuperatie van de ingebrachte financiële middelen. |
||||
|
|
§3. |
Een nieuwe gemeente kan enkel op 1 september toetreden. De gemeente dient hiertoe bij de voorzitter van het beheerscomité per aangetekend schrijven een aanvraag in en dit vóór 1 maart van het schooljaar voorafgaand aan de datum van toetreding. Het beheerscomité formuleert een advies over het verzoek tot toetreding en legt de aanvraag ter goedkeuring voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De toetreding wordt aanvaard indien alle deelnemende gemeenten zich akkoord hebben verklaard. Indien een gemeenteraad geen beslissing neemt binnen de 90 dagen na voorlegging, wordt de betreffende gemeenteraad verondersteld de toetreding te aanvaarden. |
||||
|
|
Titel 2: Beheerscomité – samenstelling en werking |
|||||
|
|
Artikel 5 Samenstelling |
|||||
|
|
§1. |
Door elke gemeenteraad wordt een lid van het college van burgemeester en schepenen afgevaardigd, alsmede een vervangend lid met hetzelfde mandaat in geval van afwezigheid van het effectief lid. De leden van het beheerscomité worden afgevaardigd voor de periode van een bestuurslegislatuur, onverminderd de mogelijkheid van de gemeenteraden het mandaat van hun vertegenwoordigers in te trekken en onverminderd de beëindiging van rechtswege van het mandaat van de leden van het beheerscomité zodra zij hun betreffende politieke mandaat verliezen. De leden blijven evenwel lid van het beheerscomité tot het moment dat er in hun vervanging is voorzien. In geval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden duiden de deelnemende gemeenten in de eerste drie maanden volgend op het jaar van de verkiezingen de nieuwe bestuurders aan. Zij treden aan vanaf het ogenblik van hun aanstelling. Het schoolbestuur, de stad Lier, erkent de vzw VOR die voor de gemeente Ranst bij delegatie de belangen behartigt met betrekking tot de in deze overeenkomst gemaakte afspraken. De gemeente Ranst erkent dat de engagementen die door de vzw VOR worden aangegaan gebeuren in naam en voor rekening van de gemeente Ranst. |
||||
|
|
§2. |
De directeurs van de academies worden naar het beheerscomité uitgenodigd als deskundige. Zij hebben geen stemrecht. |
||||
|
|
§3. |
Het beheerscomité kan andere deskundigen uitnodigen op haar vergaderingen. Zij hebben geen stemrecht. Hun aanwezigheid wordt in het verslag vermeld. |
||||
|
|
Artikel 6 Werking |
|||||
|
|
§1. |
Het beheerscomité houdt minstens twee zittingen per kalenderjaar op een gezamenlijk afgesproken datum en zo vaak als het belang van de interlokale vereniging het vereist. |
||||
|
|
§2. |
Het beheerscomité stelt een huishoudelijk reglement op waarin ze de organisatie van haar werkzaamheden vastlegt (wijze van samenroepen, wijze van vergaderen, plaats van de vergaderingen, wijze van goedkeuring van de verslagen). |
||||
|
|
§3. |
De vertegenwoordigers van de beherende en de deelnemende gemeenten bepalen in onderling overleg wie het voorzitterschap van het beheerscomité opneemt. De directeurs van de academies nemen het secretariaat waar en rapporteren aan het beheerscomité. |
||||
|
|
§4. |
Het beheerscomité kan slechts geldig vergaderen indien twee derden van de vertegenwoordigers van de deelnemers aanwezig is. Bovendien moet telkens minstens een afgevaardigde van het schoolbestuur aanwezig zijn. Indien de vergadering niet voldoende aanwezigen telt, wordt een datum vastgelegd voor een nieuwe vergadering, minstens één week later. Op deze tweede vergadering is het aanwezigheidsquorum van twee derden niet meer vereist voor de punten die voor de tweede maal op de agenda zijn vermeld. In de oproep naar deze nieuwe vergadering wordt hierop gewezen. De aanwezigheid van een afgevaardigde van het schoolbestuur blijft evenwel van toepassing. |
||||
|
|
§5. |
Elke deelnemende gemeente beschikt over één stem in het beheerscomité. Beslissingen worden genomen bij consensus. |
||||
|
|
§6. |
Van elke vergadering van het beheerscomité wordt een verslag opgemaakt dat wordt gedateerd en ondertekend door de voorzitter en mede ondertekend door de directeurs. De goedgekeurde notulen met alle documenten waaraan de notulen refereren, worden bijgehouden op de zetel van de interlokale vereniging. Een afschrift van de notulen wordt bezorgd aan de deelnemende gemeentebesturen alwaar ze ter inzage liggen van de gemeenteraadsleden op het secretariaat van de deelnemende gemeenten, onverminderd de decretale bepalingen inzake de openbaarheid van bestuur. |
||||
|
|
Titel 3: Beheerscomité – bevoegdheden |
|||||
|
|
Artikel 7 |
|||||
|
|
§1. |
Binnen het beheerscomité wordt overleg gepleegd over de wijze waarop de overeenkomst wordt uitgevoerd. |
||||
|
|
§2. |
Het beheerscomité formuleert adviezen ten behoeve van het schoolbestuur inzake de organisatie van het DKO, een rationele spreiding van het onderwijsaanbod, de aanwending van het lestijdenpakket, personeelsbeleid, eventuele retributie, infrastructuur, uitrusting en didactisch materiaal en investeringen. |
||||
|
|
§3. |
Daarnaast heeft het beheerscomité de volgende taken:
|
||||
|
|
Artikel 8 Onverminderd de taken die aan het beheerscomité van de interlokale vereniging zijn toegewezen, blijft het schoolbestuur verantwoordelijk voor haar onderwijsinstelling(en) en voor de personeelsleden die zij heeft aangesteld. |
|||||
|
|
Titel 4: Inbreng van de deelnemers en wijze waarop deze inbreng wordt beheerd |
|||||
|
|
Artikel 9 Financiële inbreng |
|||||
|
|
§1. |
Voor de globale administratiekost betalen de deelnemende gemeenten jaarlijks een vergoeding van 55,20 euro per ingerichte lestijd/week (berekening van 01/01/2025). Jaarlijks worden deze bedragen op 1 januari aangepast aan de verhogingscoëfficiënt zoals gepubliceerd op http://www.wedden.fgov.be/indexation/default.htm volgens de formule €55,20. Deze bijdrage wordt voldaan in trimestriële deelfacturen. Schematische voorstelling: |
||||
|
|
|
Factuurperiode |
Wijziging aantal lesuren |
Wijziging factuurbedrag |
||
|
|
|
1 sep - 31 dec |
X |
/ |
||
|
|
|
1 jan - 31 maart |
/ |
X |
||
|
|
|
1 april - 30 juni |
/ |
/ |
||
|
|
§2. |
De deelnemende gemeenten dragen jaarlijks bij aan een vergoeding voor de onkosten van de directie en schoolbeleid. Dit op basis van 1/20 van de geïndexeerde weddeschaal 511 met anciënniteit “5 jaar” van directeur Deeltijds Kunstonderwijs, zoals vastgelegd in het B.V.R. van 30 juli 1990, en de regelmatige wijzigingen hierop, inzake de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds Kunstonderwijs (DKO), studierichtingen MWD en BaK. De jaarlijkse bijdrage wordt als volgt berekend: [(Bruto maandsalaris dir. DKO 5 jaar anc. barema 511 Vastbenoemd cfr. website Onderwijs Vlaanderen x 12) : 20] x rekenfactor op basis van aantal lesuren cfr. onderstaande tabel. Deze bijdrage wordt eveneens voldaan in trimestriële deelfacturen. De vergoedingen worden door het stadsbestuur van Lier gevorderd van de deelnemende gemeenten en op de rekening van het stadsbestuur van Lier overgemaakt. Voor de bepaling van de trap in onderstaande tabel worden de lesuren van de Podiumacademie en Beeldacademie samengeteld zolang er voor het domein Beeldende Kunst geen structuuronderdeel vierde graad in oprichting of opgericht is. Bij overgang naar een volgende of vorige trap worden de deelnemende gemeenten hiervan op de hoogte gebracht. |
||||
|
|
|
Aantal lesuren |
1/20 directie-uur |
|||
|
|
|
1 tot 25 |
0,5 |
|||
|
|
|
26 tot 50 |
1 |
|||
|
|
|
51 tot 100 |
1,5 |
|||
|
|
|
101 tot 150 |
2 |
|||
|
|
|
151 tot 200 |
2,5 |
|||
|
|
|
201 tot 250 |
3 |
|||
|
|
§3. |
De financiële inbreng kan binnen de doelstelling van de interlokale vereniging gebruikt worden voor:
|
||||
|
|
Artikel 10 Infrastructuur en didactisch materiaal |
|||||
|
|
§1. |
Elke deelnemende gemeente staat voor de vestigingsplaats(en) op zijn grondgebied in voor:
|
||||
|
|
§2. |
De roerende en onroerende goederen van de vestigingsplaatsen gelegen op het grondgebied van de niet-beherende gemeenten worden vervat in een inventaris en blijven eigendom van de betreffende gemeente. |
||||
|
|
§3. |
De mediatheek/bibliotheek van de academies wordt ter beschikking gesteld van het personeel en de leerlingen van alle vestigingsplaatsen. |
||||
|
|
§4. |
Op advies van het beheerscomité kan de beherende gemeente ten behoeve van de interlokale vereniging bijkomende instrumenten ter beschikking stellen die worden beheerd door de beherende gemeente. |
||||
|
|
Artikel 11 Verzekering De verzekeringspolissen die het schoolbestuur afsluit ten behoeve van de leerlingen en personeelsleden van de academie, gelden eveneens voor:
|
|||||
|
|
Artikel 12 Gesubsidieerd onderwijspersoneel Het gesubsidieerd bestuurs- en onderwijzend personeel , ondersteunend en desgevallend opvoedend hulppersoneel wordt binnen de vigerende reglementering van de Vlaamse Gemeenschap aangesteld en benoemd door het schoolbestuur, namelijk het stadsbestuur van Lier. De rechtspositieregeling voor personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs is integraal van toepassing met inbegrip van de aanvullende reglementen opgelegd door het schoolbestuur. |
|||||
|
|
Artikel 13 Niet-gesubsidieerd personeel De deelnemende gemeenten kunnen op eigen initiatief niet-gesubsidieerd personeel aanstellen ten behoeve van het toezicht en ten behoeve van de DKO-administratie in de vestigingsplaatsen. Dit niet-gesubsidieerd personeel valt onder de lokale rechtspositieregeling van de deelnemende gemeenten. |
|||||
|
|
Titel 5: Financieel beheer en controle |
|||||
|
|
Artikel 14 Budget De kosten voor de inrichting van de lokalen, de kosten voor het onderhoud, de verwarming, de verlichting en het gebruik van andere nutsvoorzieningen zoals bepaald in artikel 10, §§1 en 2 worden rechtstreeks gedragen door de betreffende gemeente. |
|||||
|
|
Artikel 15 Jaarverslag en controle |
|||||
|
|
§1. |
Een werkingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. |
||||
|
|
§2. |
Aan de deelnemende gemeenten wordt een jaarverslag ter beschikking gesteld. |
||||
|
|
§3. |
De jaarlijkse evaluatie in de gemeenteraden gebeurt ter gelegenheid van de bespreking van het jaarverslag. |
||||
|
|
Titel 6: Praktische afspraken |
|||||
|
|
Artikel 16 Leiding personeel |
|||||
|
|
§1. |
De directeurs van de academies zijn de leidinggevenden van zowel het gesubsidieerd als het niet-gesubsidieerd personeel dat ingezet wordt in de academies met inbegrip van de vestigingsplaatsen. |
||||
|
|
§2. |
De hoofdinstelling zal een leerkracht, werkzaam in de vestigingsplaats, aanduiden als vestigingsplaatscoördinator. De niet-beperkende functiebeschrijving van de vestigingsplaatscoördinator omvat het pedagogisch-organisatorische aspect en de pedagogische projecten in de vestigingsplaats (planning lessen, voordrachten, concerten, voorstellingen, opendeurdagen, tentoonstellingen, workshops enz.). |
||||
|
|
Artikel 17 Toezicht De deelnemende gemeenten kunnen voor het toezicht in de vestigingsplaatsen gedurende de uren van openstelling niet-gesubsidieerd personeel aanstellen conform de bepalingen van artikel 13. |
|||||
|
|
Artikel 18 Inschrijvingen |
|||||
|
|
§1. |
De inschrijving van leerlingen wordt georganiseerd door de beherende gemeente. |
||||
|
|
§2. |
De inschrijvingsgelden worden geïnd door de beherende gemeente. |
||||
|
|
§3. |
Het inschrijvingsgeld van de leerlingen in gesubsidieerde uren wordt door de beherende gemeente integraal doorgestort aan het ministerie van Onderwijs en Vorming conform de vigerende regelgeving. |
||||
|
|
Artikel 19 Bijdragen van leerlingen |
|||||
|
|
§1. |
Het schoolbestuur kan voor leerlingen een supplementaire bijdrage bovenop het inschrijvingsgeld aanrekenen, afhankelijk van de kosten voor ondersteuning van de onderwijsactiviteiten. Het schoolbestuur kan bovendien voor leerlingen van de Beeldacademie een bijkomende onkostenvergoeding aanrekenen om bij te dragen in de kosten van de opleidingen die veel extra materiaal nodig hebben. |
||||
|
|
§2. |
De Vriendenkring van de Podiumacademie beheert een solidariteitsfonds voor de aankoop van partituren, de aankoop van een kopie-licentie bij SEMU, boeken en didactische hulpmiddelen. Elke leerling wordt door de Vriendenkring uitgenodigd om zijn bijdrage te voldoen. Deze bijdrage is gebaseerd op een schatting van de reële kost van de verschillende domeinen en bedraagt momenteel gemiddeld €12/leerling/schooljaar. Dit bedrag kan jaarlijks aangepast worden na overleg in het beheerscomité. Leerlingen dienen zelf niet in te staan voor de aankoop van bijvoorbeeld invulboeken, partituren, boeken, bundels... |
||||
|
|
Artikel 20 Certificering De certificering van de leerlingen van een vestigingsplaats gebeurt door de beherende gemeente. |
|||||
|
|
Titel 7: Veiligheid, preventie, welzijn |
|||||
|
|
Artikel 21 Diensten Preventie en Bescherming op het Werk |
|||||
|
|
§1. |
De adviezen van de interne en/of externe diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk worden in eerste instantie geformuleerd aan het schoolbestuur. Indien de adviezen verband houden met en/of een weerslag hebben op de infrastructuur van een niet-beherende gemeente, worden deze verder besproken met de betreffende niet-beherende gemeente. |
||||
|
|
§2. |
De wettelijk opgelegde adviesverlening door de preventiedienst bij aankoop van materiaal wordt opgenomen door de preventiedienst van de gemeente die eigenaar is van dat materiaal. |
||||
|
|
Artikel 22 Globaal preventieplan en jaaractieplan De uitwerking van een dynamisch risicobeheer wordt via een globaal preventieplan gekaderd. Dit plan wordt telkens voor een periode van vijf jaar door de beherende gemeente uitgewerkt voor de interlokale vereniging. Dit plan met de hieruit voortvloeiende jaaractieplannen wordt via de interne preventiedienst van de beherende gemeente opgesteld, opgevolgd en geactualiseerd. De rapportering wordt gecommuniceerd met de personeelsleden en feedback vanuit het personeel wordt mee opgenomen. |
|||||
|
|
Artikel 23 Controle gebouwen |
|||||
|
|
§1. |
Elke deelnemende gemeente staat in voor de wettelijke keuringen van installaties en toestellen in haar lokalen die ter beschikking worden gesteld van de interlokale vereniging. Een inventaris en aansluitende rapportering van de te keuren toestellen wordt overgemaakt aan de preventiedienst van de beherende gemeente. |
||||
|
|
§2. |
Elke deelnemende gemeente is verantwoordelijk voor de inspectie van de gebouwen waarin de lessen doorgaan. Daarnaast draagt elke deelnemende gemeente de verantwoordelijkheid voor de ingrepen om de gebouwen in orde te stellen volgens de regels van het Vlaams onderwijs (zie: https://www.vlaanderen.be/onderwijsprofessionals/organisatie-enadministratie/ onderwijskwaliteit/toezicht-op-de-onderwijskwaliteit/doorlichtingsprocesbewoonbaarheid- veiligheid-en-hygiene-bvh) Zowel preventie als noodplanning behoren tot de verantwoordelijkheid van elke deelnemende gemeente. |
||||
|
|
§3. |
De voorzitter van de interlokale vereniging legt bij de aanvang van ieder werkingsjaar een lijst voor aan de leden van het beheerscomité, met daarop de voor dat werkingsjaar voorziene keuringen en bijbehorende vereiste attesten. |
||||
|
|
Artikel 24 Rookverbod Er geldt een absoluut en permanent verbod op het roken van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten. De deelnemende gemeenten brengen in hun vestigingsplaatsen rookverbodstekens aan zodanig dat ieder die aanwezig is, er kennis van kan nemen. De deelnemende gemeenten doen het nodige om dit rookverbod eveneens te handhaven bij gebruik door derden van deze vestigingsplaatsen. Vanaf 31 december 2024 geldt er binnen dit federaal rookverbod ook een rookverbod op verschillende publiek toegankelijke plekken waar veel kinderen en jongeren komen. Bovendien is het verboden om te roken binnen een straal van 10 meter aan de in- en uitgangen van verschillende onderwijsinstellingen (wettelijk rookverbod). |
|||||
|
|
Titel 8: Opheffing |
|||||
|
|
Artikel 25 Opheffing Wanneer aan het bestaan van de interlokale vereniging een einde komt, wordt door de deelnemende gemeenten in gezamenlijk akkoord de opheffing geregeld. In voorkomend geval worden de schulden evenredig verdeeld over de deelnemende gemeenten a rato van hun inbreng. Goedgekeurd op de gemeenteraad van elke gemeente die deelneemt aan de interlokale vereniging deeltijds Kunstonderwijs regio Lier. |
|||||
Artikel 2.
De heer Soetemans Hans en mevrouw Annick Smeets, respectievelijk voorzitter van de gemeenteraad en algemeen directeur gemeente Zandhoven worden gemachtigd deze overeenkomst te ondertekenen namens de gemeente Zandhoven.
Artikel 3.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast me de verdere uitwerking van dit besluit.
Artikel 4.
De gemeenteraadsbeslissing van 19 september 2019 betreffende goedkeuring van de overeenkomst “Interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Regio Lier” wordt volledig opgeheven.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de Interlokale Vereniging Deeltijds Academie Lier (Gasthuisvest 50 - 2500 Lier) en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op zijn beslissing van 22 april 2021 waarbij de samenwerkingsovereenkomst ‘Interlokale vereniging Bibburen’ werd goedgekeurd.
Overwegende dat de lokale besturen van Malle, Ranst, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en het Autonoom Gemeentebedrijf Zoersel overeenkwamen om een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid te vormen onder de naam Bibburen in 2015;- dat in 2021 de gemeente Schilde toetrad en dat de samenwerkingsovereenkomst nu wordt aangepast naar aanleiding van de uittreding van de gemeente Borsbeek.
Overwegende dat de samenwerking als doel heeft om een efficiëntere werking van de bibliotheken na te streven en de dienstverlening voor alle inwoners te optimaliseren op projectmatige en op structurele basis;- dat de bibliothecarissen en medewerkers van de deelnemende gemeenten in verschillende werkgroepen participeren;- dat ze elkaar kunnen ondersteunen, inspireren en stimuleren om de doelstellingen te bereiken.
Gelet op het verslag van het beheerscomité van 1 oktober 2025.
Gelet op het ontwerp van de nieuwe overeenkomst dat voorligt;- dat met de inhoud van voormelde overeenkomst akkoord gegaan kan worden;- dat het derhalve aangewezen lijkt de voormelde gemeenteraadsbeslissing van 22 april 2021 volledig op te heffen en te vervangen door de nieuwe samenwerkingsovereenkomst.
Overwegende dat de gemeente Zandhoven bij het afsluiten van de overeenkomst vertegenwoordigd moet zijn;- dat het derhalve noodzakelijk is twee personen aan te stellen die bij de ondertekening van bedoelde overeenkomst gemeente Zandhoven zullen vertegenwoordigen en gerechtigd zijn dit contract rechtsgeldig te ondertekenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgende samenwerkingsovereenkomst:
| SAMENWERKINGSOVEREENKOMST |
|
|
|
De gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en het Autonoom Gemeentebedrijf Zoersel komen overeen om een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid te vormen, volgens het Vlaams Decreet over het lokaal bestuur Deel 3. Titel 3 Hoofdstuk 2 (22/12/2017) Bovenlokaal Cultuurdecreet: intergemeentelijke samenwerking. |
|
|
Deelnemende gemeente: gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat deelneemt aan de Interlokale Vereniging Bibburen en de samenwerkingsovereenkomst heeft laten goedkeuren door de gemeenteraad of de daarvoor bevoegde raad of instantie. |
|
|
Beherende gemeente: gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat optreedt als financiële hoofdorganisator van de Interlokale Vereniging Bibburen. De beherende gemeente is verantwoordelijk voor de financiën, de officiële briefwisseling en het indienen van subsidieaanvragen van het samenwerkingsverband. |
|
|
Beheerscomité: Het Beheerscomité van het samenwerkingsverband Bibburen is samengesteld uit de bevoegde schepenen voor bibliotheekwerking van elke deelnemende gemeente en de leidinggevende van de bibliotheek in overeenstemming met het Vlaams decreet van de intergemeentelijke samenwerking van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. |
|
|
Bibliotheeksysteem Wise softwaresysteem voor de uitleenadministratie en catalografie dat door alle deelnemende gemeenten wordt gebruikt. Het is een onderdeel van de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek. Dit is een dienstverlening voor alle Nederlandstalige openbare bibliotheken in Vlaanderen en Brussel. Het wordt beheerd en ondersteund door Cultuurconnect vzw. |
|
|
Het samenwerkingsverband wordt “Bibburen” genoemd en is samengesteld uit de openbare bibliotheken van de deelnemende gemeenten. De duur van de samenwerking wordt vastgesteld op 6 jaar, gelijklopend met de gemeentelijke legislatuur en wordt telkens, behoudens een expliciete beslissing van alle deelnemende gemeenten tot stopzetting ervan vóór het verstrijken van de lopende termijn, stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van 6 jaar. De werking van de interlokale vereniging wordt jaarlijks door de gemeenteraden of de daarvoor bevoegde raden of instanties van de deelnemende gemeenten geëvalueerd. De ‘samenwerkingsovereenkomst’ blijft geldig zolang er niets verandert aan de samenstelling van het samenwerkingsverband. Doelstellingen van de samenwerking. De samenwerking heeft als doel een efficiëntere werking van de bibliotheken na te streven en de dienstverlening voor alle inwoners te optimaliseren. Dit op projectmatige en op structurele basis. Al het bibliotheekpersoneel van alle deelnemende gemeenten participeren actief in verschillende interne werkgroepen, waarbij ze elkaar kunnen ondersteunen, inspireren en stimuleren om de gezamenlijke doelstellingen te bereiken. De deelnemende gemeenten hebben een éénvormig dienstreglement voor de bibliotheek en een daaraan gekoppeld retributiereglement. Aanpassingen aan het dienst- en retributiereglement van de bibliotheek gebeuren in consensus met alle deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn als samenwerkingsverband actief in het Bibliotheeksysteem Wise. Er wordt één bibliotheeksysteem, één catalogus en één personenbestand gedeeld. De bibliotheekgebruikers binnen het samenwerkingsverband hebben een regiobibliotheeklidmaatschap, wat hen vrije toegang geeft tot alle bibliotheken van de deelnemende gemeenten. |
|
|
Financieel aspect van de samenwerking. Elke deelnemende gemeente engageert zich om jaarlijks financiële middelen te voorzien om de activiteiten en de werking van Bibburen te organiseren. De werkingsmiddelen worden in het gemeentelijk meerjarenplan opgenomen. De verdeling van de werkingsmiddelen voor het uitvoeren van de activiteiten en de werking van Bibburen wordt jaarlijks bepaald door het Beheercomité. Per project wordt bij aanvang een financiële verdeelsleutel afgesproken door de leidinggevenden van de deelnemende bibliotheken. Ingeval er bij de beëindiging van een activiteit een positief of negatief financieel eindresultaat wordt vastgesteld, dan zullen deze gelden volgens dezelfde verdeelsleutel worden verdeeld, respectievelijk bijgepast door de deelnemers. Waar mogelijk zal een aanvraag voor subsidie of ondersteuning worden ingediend bij instanties die subsidies of ondersteuning voorzien voor intergemeentelijke culturele samenwerking. Indien er minder of geen subsidies ontvangen worden, wordt er bekeken of het project financieel haalbaar is voor alle deelnemende gemeenten. Indien er meer subsidies ontvangen worden, wordt de verdeelsleutel per project aangepast. De subsidie wordt op de rekening van de beherende gemeente overgemaakt, die ze telkens, en uitsluitend voor de realisatie van het goedgekeurde project, namens de interlokale vereniging zal beheren. Met het Bibliotheeksysteem Wise en de keuze voor het regiobibliotheeklidmaatschap is het mogelijk om openstaande bedragen van bibliotheekgebruikers in alle bibliotheken van de deelnemende gemeenten te betalen. De beherende gemeente maakt jaarlijks een vereffeningsrapport op voor de deelnemende gemeenten. |
|
|
De beherende gemeente. De beherende gemeente wordt bij meerderheid van stemmen gekozen door het Beheercomité. De beherende gemeente neemt haar taak op voor de duur van 6 jaar, en valt samen met de gemeentelijke legislatuur. De beherende gemeente zal o.a. de rol van financieel coördinator waarnemen, en dit zowel voor de financiering en onderlinge afrekening van gezamenlijke projecten als de onderlinge financiële afrekening binnen het Bibliotheeksysteem Wise. De beherende gemeente maakt jaarlijks een factuur op voor deelnemende gemeenten. |
|
|
Toe- en uitreden.
|
Artikel 2.
De heer Hans Soetemans en mevrouw Annick Smeets, respectievelijk voorzitter van de gemeenteraad en algemeen directeur, worden afgevaardigd om de gemeente Zandhoven bij het afsluiten van samenwerkingsovereenkomst 'Interlokale Vereniging Bibburen' te vertegenwoordigen en namens de gemeente rechtsgeldig te handelen.
Artikel 3.
De gemeenteraadsbeslissing van 22 april 2021 betreffende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst ‘Interlokale vereniging Bibburen’ wordt volledig opgeheven.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Vrije Tijd, dienst Secretariaat en aan gemeente Ranst (bibliotheek@ranst.be) bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Overwegende dat Interlokale Vereniging Bibburen als doelstelling heeft om een efficiëntere werking van de bibliotheken na te streven, zowel op projectmatige als structurele basis door de werking op elkaar af te stemmen en intergemeentelijk overleg te creëren en te onderhouden.
Gelet op het verslag van het beheerscomité van 1 oktober 2025.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst 'Interlokale Vereniging Bibburen' werd goedgekeurd n.a.v. de uittreding van de gemeente Borsbeek.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Gelet op het dienstreglement 'Interlokale Vereniging Bibburen' en retributiereglement 'Interlokale Vereniging Bibburen' die worden voorgelegd;- dat met de inhoud van het voorliggend dienstreglement en retributiereglement akkoord kan gegaan worden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend dienstreglement:
| DIENSTREGLEMENT |
||
|
|
Iedere bibliotheekbezoeker is onderworpen aan de bepalingen van dit reglement. Gedetailleerde informatie over tarieven en huishoudelijke afspraken vindt u op de website van elke bibliotheek. |
|
|
|
Artikel 1. Bibburen |
|
|
|
Bibburen is een interlokale vereniging. Ze bestaat uit de bibliotheken van de deelnemende gemeenten Malle, Ranst, Schilde, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven en Zoersel. |
|
|
|
Artikel 2. Toegankelijkheid |
|
|
|
De bibliotheken zijn voor iedereen vrij toegankelijk. Iedere bibliotheekbezoeker is vrij om gratis alle aanwezige materialen en informatiebronnen te raadplegen. |
|
|
|
Artikel 3. Lid worden |
|
|
|
Iedereen die woonachtig is in een gemeente dat deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen kan gratis lid worden van de bibliotheek op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of verblijfsdocument. Kinderen jonger dan 12 jaar die lid willen worden van de bibliotheek hebben de toestemming nodig van een ouder of voogd. De ouder(s) van een leerling die in schoolverband word(t)(en) ingeschreven word(t)en) door de school hiervan op de hoogte gesteld. Personen vanaf 26 jaar die niet woonachtig zijn in een gemeente dat deel uitmaakt van het samenwerkingsverband Bibburen kunnen lid worden van de bibliotheek, maar betalen een jaarlijks lidgeld. Gemeentepersoneel, leerkrachten, vrijwilligers en bewoners van zorginstellingen op het grondgebied van een gemeente van Bibburen zijn vrijgesteld van lidgeld. |
|
|
|
Artikel 4. Dienstverlening |
|
|
|
§4.1 Lenen van materialen |
|
|
|
|
Materialen kunnen enkel door leden geleend worden met een geldige bibliotheekkaart of identiteitsbewijs. Elk lid kan in elke gemeente van Bibburen 15 materialen gratis lenen voor een periode van 28 dagen. Voor specifieke collecties kunnen er restricties gelden. Materialen die een leeftijdsaanduiding hebben kunnen niet geleend worden door iemand met een jongere leeftijd. In een bibliotheek met een zelfuitleensysteem is de lener verantwoordelijk voor het correct registreren van de materialen die men uitleent en inlevert. De materialen kunnen door de lener op aanvraag of online via Mijn Bibliotheek, tweemaal worden verlengd met 28 dagen. Materialen die gereserveerd werden door een andere gebruiker kunnen niet worden verlengd. Voor elk materiaal dat de gratis uitleenperiode overschrijdt, wordt een boete per openingsdag aangerekend. Bij het overschrijden van de leentermijn met 7 dagen ontvangt de lener een herinneringsnota per e-mail of brief. Zeven dagen later volgt een tweede herinneringsnota per e-mail of brief. 28 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn ontvangt de lener een materiaalvergoedingsnota waarin wordt gevraagd om de materialen te vergoeden. Indien deze materialen worden ingeleverd, vervalt de materiaalvergoedingskost en worden enkel het boetebedrag en een administratieve kost aangerekend. Indien de lener de leentermijn met 56 dagen overschrijdt of een schuld van meer dan 10 euro heeft openstaan in één van de bibliotheken van Bibburen wordt het lidmaatschap van alle bibliotheken van Bibburen automatisch geblokkeerd tot alle materialen zijn teruggebracht en de openstaande schuld is vereffend. Een lener met een openstaand bedrag van minstens 5 euro dat reeds 56 dagen openstaat, wordt hiervan per e-mail of brief verwittigd en krijgt 56 dagen hierna een 2de herinnering als het openstaande bedrag nog niet is vereffend. 112 dagen na het verstrijken van de uitleentermijn van een materiaal wordt het materiaal afgeschreven bij de bibliotheek en wordt de schuldvordering verder opgevolgd door de betrokken instanties van de gemeente. Bibliotheekmaterialen kunnen enkel worden teruggebracht in de gemeente waar ze werden geleend. Wanneer de bibliotheek gesloten is, kan een lener materialen buiten de openingsuren inleveren als er een inleverbus aan het bibliotheekgebouw aanwezig is. De materialen worden pas bij de eerstvolgende opening van de bibliotheek door een bibliotheekmedewerker ingenomen, die eventuele kosten kan aanrekenen voor het overschrijden van de leentermijn of de onvolledigheid of de beschadiging van ingeleverde materialen. |
|
|
§4.2 Reserveren van materialen |
|
|
|
|
De meeste bibliotheekmaterialen kunnen gratis worden gereserveerd. Een lid kan maximaal 5 reservaties op hetzelfde moment hebben openstaan. Het gevraagde materiaal blijft 10 werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager. Specifieke collectieonderdelen kunnen in sommige gevallen niet worden gereserveerd. |
|
|
§ 4.3 Lenen uit andere bibliotheken |
|
|
|
|
De lener kan materialen uit andere bibliotheken in Vlaanderen aanvragen tegen een vergoeding. Het gevraagde materiaal blijft 10 werkdagen beschikbaar en moet worden opgehaald op vertoon van de bibliotheekkaart of het identiteitsbewijs van de aanvrager. |
|
|
§4.4 Dienstverlening op maat |
|
|
|
|
Voor dienstverlening op maat kunnen er afwijkende afspraken worden gemaakt met de leidinggevende van de bibliotheek. Voor speciale doelgroepen gelden er afwijkende uitleenvoorwaarden:
|
|
|
§ 4.5 Wedstrijden |
|
|
|
|
Bij een wedstrijd met individuele winnaars die door de gemeenten van Bibburen gezamenlijk wordt georganiseerd, wordt een wedstrijdreglement opgesteld door de leidinggevenden van de bibliotheek. In het wedstrijdreglement worden minstens de algemene regels, de deelnemingsvoorwaarden en de prijsverdeling vermeld. |
|
|
§ 4.6 Printen en kopiëren |
|
|
|
|
Het aanbod printers en fotokopieertoestellen verschilt per bibliotheek. Voor het afdrukken op papier wordt een vergoeding aangerekend. |
|
|
Artikel 5. Verantwoordelijkheid van de gebruiker |
|
|
|
§ 5.1 Algemeen |
|
|
|
|
De bibliotheekkaart is persoonlijk, de naamdrager is verantwoordelijk voor het gebruik. De gebruiker moet het verlies van zijn kaart onmiddellijk melden. Bij verlies of diefstal van de bibliotheekkaart zonder melding aan de bibliotheek blijft de lener verantwoordelijk voor eventueel misbruik door middel van de kaart. Een nieuwe bibliotheekkaart kan aan de balie worden aangevraagd. Hiervoor betaalt de gebruiker een administratieve kost. Een wijziging van adres- of contactgegevens moet door de gebruiker zo snel mogelijk worden gemeld aan de bibliotheek. |
|
|
§ 5.2 Auteursrecht en kopieerrecht |
|
|
|
|
De bibliotheekgebruiker is volledig verantwoordelijk voor eventuele inbreuken of misbruiken tegen de wettelijke bepalingen inzake kopiëren, auteursrechten en gebruiksrechten. |
|
|
§ 5.3 Aansprakelijkheid |
|
|
|
|
De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld indien het geleende materiaal niet bruikbaar is en kan evenmin verantwoordelijk worden gesteld voor schade aan apparatuur van de gebruiker of voor verlies van gegevens. De bibliotheek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging of diefstal van persoonlijke voorwerpen in de bibliotheek. De bibliotheek kan niet verantwoordelijk worden gesteld als computers, printers of computertoepassingen, zoals het internet, tijdelijk niet beschikbaar zijn. Het oneigenlijk gebruik van de ICT-apparatuur in de bibliotheek is verboden. Risico’s van gevolgschade kunnen nooit verhaald worden op de bibliotheek. |
|
|
§5.4 Verlies of schade geleende materialen |
|
|
|
|
Bij verlies van of schade aan een geleend materiaal moet de lener dit vergoeden. Bibliotheekmaterialen waarvan de uitleentermijn met meer dan twee maanden is overschreden worden als verloren beschouwd. De bibliotheek rekent hiervoor de aankoopprijs en eventuele verwerkingskosten van het materiaal aan. Voor materialen die niet meer verkrijgbaar zijn, bepaalt de leidinggevende van de bibliotheek de vergoeding. |
|
|
Artikel 6. Huishoudelijke afspraken |
|
|
|
Iedere bibliotheek hanteert huishoudelijke afspraken om de goede sfeer, de veiligheid en het comfort van alle bezoekers en het bibliotheekpersoneel te garanderen. De huishoudelijke afspraken vindt u op de website van elke bibliotheek. |
|
|
|
Artikel 7. Bescherming privacy |
|
|
|
De openbare bibliotheek hecht veel belang aan de bescherming van persoonsgegevens en handelt in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR). Bij inschrijving als lid van de bibliotheek worden persoonsgegevens opgenomen in het Bibliotheeksysteem, dat deel uitmaakt van de Basisinfrastructuur Digitale Bibliotheek van Cultuurconnect, in opdracht van de Vlaamse overheid. De volgende gegevens kunnen worden verwerkt: identificatiegegevens (zoals naam, adres, geboortedatum), contactgegevens, bibliotheekgegevens (zoals leenhistoriek, reserveringen, betalingsgegevens). Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor het beheer van het bibliotheeklidmaatschap, het uitlenen van materialen en communicatie met de lener. De persoonsgegevens worden bewaard tot maximaal twee jaar na beëindiging van het lidmaatschap, tenzij er nog openstaande transacties of administratieve verplichtingen zijn. Het lid van de bibliotheek heeft steeds het recht om de eigen persoonsgegevens in te kijken, te corrigeren of te laten verwijderen, en kan voorkeuren voor het bewaren van de leenhistoriek zelf beheren via het Mijn Bibliotheek-profiel. |
|
|
|
Artikel 8. Uitsluiten van dienstverlening |
|
|
|
Inbreuken op het dienstreglement kunnen worden bestraft met de onmiddellijke, tijdelijke of definitieve uitsluiting van de bibliotheek. De leidinggevende van de bibliotheek neemt daartoe de beslissing, indien mogelijk, nadat de gebruiker is gehoord. Alle onvoorziene gevallen worden behandeld door de leidinggevende van de bibliotheek. |
|
|
|
Artikel 9. Toepassingsgebied |
|
|
|
Dit dienstreglement is van toepassing in alle bibliotheken die behoren tot de interlokale vereniging Bibburen. |
|
Artikel 2.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend retributiereglement:
| RETRIBUTIEREGLEMENT |
|||
|
|
Iedere bibliotheekbezoeker is onderworpen aan de bepalingen van dit reglement. Gedetailleerde informatie over tarieven en huishoudelijke afspraken vindt u op de website van elke bibliotheek. |
||
|
|
Retributiereglement |
||
|
|
§ 1 |
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt er een retributie aangerekend voor |
|
|
|
|
Lidgeld voor +25 jarige personen woonachtig in een gemeente die GEEN deel uitmaakt van Bibburen |
5,00 euro per jaar |
|
|
|
Boete overschrijden leentermijn |
0,20 euro per materiaal per openingsdag |
|
|
|
Administratiekost voor aanmaning |
1,00 euro |
|
|
|
Verzendingskost van aangetekende zending |
posttarief |
|
|
|
Vergoeding aanvragen andere bibliotheek |
5,00 euro + eventueel bijkomende kosten leverancier |
|
|
|
Vergoeding nieuwe bibliotheekkaart |
3,00 euro |
|
|
|
Printen en kopieën |
conform de retributie op administratieve prestaties en het afleveren van producten |
|
|
§ 2 |
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de bibliotheek |
|
|
|
§ 3 |
De betaling gebeurt ter plaatse bij afhaling. Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na verzending van de factuur door de gemeente. |
|
Artikel 3.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Vrije Tijd, de dienst Secretariaat en aan gemeente Ranst (bibliotheek@ranst.be) bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst 'Interlokale Vereniging Bibburen' werd goedgekeurd n.a.v. de uittreding van de gemeente Borsbeek.
Overwegende dat voormelde interlokale vereniging als doelstelling heeft om een efficiëntere werking van de bibliotheken na te streven, zowel op projectmatige als structurele basis door de werking op elkaar af te stemmen en intergemeentelijk overleg te creëren en te onderhouden.
Gelet op het verslag van het beheerscomité van 1 oktober 2025.
Gelet op het huishoudelijk reglement 'Interlokale Vereniging Bibburen' dat wordt voorgelegd.
Overwegende dat met de inhoud van het voorliggend huishoudelijk reglement akkoord kan gegaan worden.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend huishoudelijk reglement:
| HUISHOUDELIJK REGLEMENT |
|
|
|
Deelnemende gemeente: |
|
|
gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat deelneemt aan de Interlokale Vereniging Bibburen en de samenwerkingsovereenkomst heeft laten goedkeuren door de gemeenteraad of de daarvoor bevoegde raad of instantie. |
|
|
Beherende gemeente: |
|
|
gemeente, gemeentelijke vzw of autonoom gemeentebedrijf dat optreedt als financiële hoofdorganisator van de Interlokale Vereniging Bibburen. De beherende gemeente is verantwoordelijk voor de officiële briefwisseling en het indienen van subsidieaanvragen van het samenwerkingsverband. |
|
|
Artikel 1 |
|
|
Het Beheercomité is samengesteld uit de bevoegde schepenen voor bibliotheekwerking van elke deelnemende gemeente in overeenstemming met het decreet van 6 juli 2001 en gewijzigd bij decreet van 18 januari 2013 houdende de intergemeentelijke samenwerking. De afgevaardigde van de beherende gemeente zit de vergaderingen van het Beheercomité voor. Secretaris van het Beheercomité is de leidinggevende van de bibliotheek van de beherende gemeente. De secretaris heeft geen stemrecht. |
|
|
Artikel 2 |
|
|
Het Beheercomité wordt bijeengeroepen door de secretaris telkens hij/zij het nodig acht. Het Beheercomité komt minstens éénmaal per jaar samen. |
|
|
Artikel 3 |
|
|
Via een gemotiveerd schriftelijk verzoek van minstens twee leden, gericht aan de secretaris, dient het Beheercomité te worden bijeengeroepen binnen de dertig dagen na ontvangst van het verzoek met vermelding van de te bespreken agenda. |
|
|
Artikel 4 |
|
|
De uitnodiging met vermelding van de agenda van de te bespreken punten wordt ten minste acht dagen voor de vergadering door de secretaris verzonden. |
|
|
Artikel 5 |
|
|
De leden van het Beheercomité zijn gerechtigd bijkomende punten aan de agenda te plaatsen mits zij drie dagen vooraf hiervan kennisgeven aan de secretaris. |
|
|
Artikel 6 |
|
|
Tijdens de vergadering kunnen enkel bijkomende punten op de agenda geplaatst worden wanneer tenminste twee derde van de aanwezige stemgerechtigde leden zich hiermee akkoord verklaart. |
|
|
Artikel 7 |
|
|
Het Beheercomité kan slechts geldig beraadslagen en beslissen indien de helft plus één van de afgevaardigden aanwezig is. |
|
|
Artikel 8 |
|
|
Wordt dit quorum niet bereikt, dan kan het Beheercomité enkel beslissen over de punten die voor een tweede maal op de agenda voorkomen, ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigden van de participerende gemeenten. |
|
|
Artikel 9 |
|
|
Ieder stemgerechtigd lid beschikt over één stem. |
|
|
Artikel 10 |
|
|
Een stemgerechtigd lid van het Beheercomité dat verhinderd is om een vergadering bij te wonen, kan zich laten vertegenwoordigen door een ander aanwezig stemgerechtigd lid, mits voorafgaande schriftelijke volmacht. De volmacht moet ten laatste vóór de aanvang van de vergadering aan de voorzitter worden bezorgd. Elk lid kan maximaal één volmacht dragen per vergadering. De volmachthouder beschikt over hetzelfde stemrecht als het lid dat hij of zij vertegenwoordigt. |
|
|
Artikel 11 |
|
|
Het beheercomité neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid. |
|
|
Artikel 12 |
|
|
De stemming over personen is steeds geheim. |
|
|
Artikel 13 |
|
|
Voor het wijzigen van het huishoudelijk reglement is een twee derde meerderheid vereist. |
|
|
Artikel 14 |
|
|
De secretaris van het Beheercomité stelt het verslag op van iedere vergadering van het Beheercomité. Dit wordt binnen de drie weken aan de leden bezorgd. |
Artikel 2.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Vrije Tijd, de dienst Secretariaat en aan gemeente Ranst (bibliotheek@ranst.be) bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen in het bijzonder artikel 41, tweede lid, 10°.
Gelet op de wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 6°, 43, § 1, tweede lid en 47.
Overwegende dat de gemeente Zandhoven een structurele en terugkerende behoefte heeft aan drukwerk, waaronder het tweemaandelijkse gemeenteblad, diverse folders, brochures, affiches en ander communicatiemateriaal;- dat door deze regelmatige volumes het noodzakelijk is om te beschikken over een kwaliteitsvolle en betrouwbaar georganiseerde drukwerkvoorziening met duidelijke afspraken rond prijs, levering, kwaliteit en dienstverlening.
Overwegende dat een raamovereenkomst daarbij belangrijke voordelen biedt:
Gelet op de opdracht die werd uitgeschreven door de Vlaamse Gemeenschap agentschap Facilitair Bedrijf (hierna genoemd “aanbestedende overheid”).
Gelet op het bestek nr. 2024/HFB/MPMO/125590 “ Aanleveren van drukwerk met bijhorend online bestelportaal en/of ICT-koppelingen”;- dat zowel entiteiten en rechtspersonen van de van Provincie Antwerpen, Limburg alsook de postcodes gelegen in het oostelijk deel van Brussel alsook in het oostelijk deel van Vlaams Brabant alsook lokale besturen hiervan kunnen gebruik maken van perceel 1.
Gelet op de gemotiveerde gunningsbeslissing ondertekend door de heer Matthias Diependaele, minister-president en Vlaams minister van Economie, Innovatie en Industrie, Buitenlandse Zaken, Digitalisering en Facilitair Management op datum van 23 juli 2025 van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “Aanleveren van drukwerk met bijhorend online bestelportaal en/of ICT-koppelingen” aan Albe de Coker NV;- dat de raamovereenkomst loopt tot en met 31 december 2030 met de mogelijkheid om te verlengen met maximaal 18 maanden.
Overwegende dat gemeente Zandhoven gebruik wenst te maken van deze raamovereenkomst om volgende redenen:
Artikel 1.
Gemeente Zandhoven keurt het principe goed om toe te treden tot de raamovereenkomst “Aanleveren van drukwerk met bijhorend online bestelportaal en/of ICT-koppelingen” van de Vlaamse gemeenschap bestek nr. 2024/HFB/MPMO /125590.
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Communicatie, Albe de Coker NV (bert.cammaert@albedecoker.com) bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op zijn beslissing van 8 september 2011 betreffende de oprichting van het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven alsmede goedkeuring van de statuten.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 227, 2° dat bepaalt dat “elk gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voorlegt aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheers- of samenwerkingsovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan”;- dat dat verslag ook een evaluatie van de verzelfstandiging omvat, waarover de gemeenteraad zich binnen de drie maanden uitspreekt.
Gelet op zijn beslissing van 21 juni 2012 betreffende de goedkeuring van de beheersovereenkomst afgesloten tussen de gemeente Zandhoven en AGB Zandhoven.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2013, 19 september 2019 en 26 juni 2025 waarbij de verlenging van de voormelde beheersovereenkomst werd goedgekeurd.
Gelet op de agenda van de raad van bestuur van het AGB Zandhoven van 16 december 2025, waarbij de raad gevraagd wordt goedkeuring te verlenen aan het ontwerp van evaluatieverslag dat betrekking heeft over de periode 2020-2025.
Gelet op het ontwerp van evaluatieverslag 2020-2025 dat wordt voorgelegd.
Overwegende dat met de inhoud van het verslag akkoord kan gegaan worden.
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het evaluatieverslag 2020-2025 goed.
Artikel 2.
Een afschrift van deze beslissing zal aan het AGB Zandhoven worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op de exploitatie van de evenementenhal “De Populier” door het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven met ingang van 30 september 2012.
Gelet op de statuten van het AGB Zandhoven waarin wordt bepaald dat de raad van bestuur bevoegd is voor de tariefregeling.
Gelet op zijn beslissing van 26 juni 2025 waarbij de verlenging van de afgesloten beheersovereenkomst tussen het AGB Zandhoven en de gemeente Zandhoven werd goedgekeurd en in het bijzonder artikel 14 van de beheersovereenkomst waarin de regels met betrekking tot de tarifering staan beschreven;- dat het autonoom gemeentebedrijf daartoe een voorstel van tarieven dient te formuleren waarover de gemeenteraad zich dient uit te spreken.
Gelet op de agenda van de raad van bestuur van het AGB Zandhoven van 16 december 2025 waarbij de raad gevraagd wordt zijn goedkeuring te hechten aan de formulering van het voorstel tot het aanpassen van de tariefregeling voor het gebruik van de evenementenhal ‘De Populier’.
Gelet op het voorstel van tariefregeling voor het gebruik van de evenementenhal ‘De Populier’ dat wordt voorgelegd.
Overwegende dat het aangewezen is om verschillende tarieven op te leggen voor verenigingen of privaat personen gevestigd of wonende in de gemeente Zandhoven en voor verenigingen en privaat personen die niet gevestigd zijn en niet wonen in de gemeente Zandhoven;- dat het verschil in tarieven wordt gemotiveerd omwille van het feit dat enerzijds personen gedomicilieerd in de gemeente Zandhoven reeds hebben bijgedragen tot de instandhouding van de culturele infrastructuur door hun bijdrage in de aanvullende personenbelasting en anderzijds dat verenigingen gevestigd op het grondgebied van de gemeente Zandhoven zich reeds hebben ingezet voor de ontwikkeling van het culturele en sociale leven in de gemeente.
Overwegende dat verenigingen gevestigd in de gemeente Zandhoven zich ten aanzien van het AGB Zandhoven verplicht hebben initiatieven te nemen die het culturele en sociale leven in de gemeente bevorderen.
Overwegende dat niets zich lijkt te verzetten tegen het voorstel van tariefregeling voor het gebruik van de evenementenhal ‘De Populier’.
Gelet op artikel 40 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 1.
Het voorstel van tariefregeling voor het gebruik van de evenementenhal ‘De Populier’, zoals geformuleerd door de raad van bestuur van het AGB Zandhoven in zitting van 16 december 2025, wordt aanvaard en de onderstaande tariefregeling voor het gebruik van de evenementenhal ‘De Populier’ wordt goedgekeurd.
| TARIEFREGELING VOOR HET GEBRUIK |
||||
|
|
Artikel 1. Het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven zal voor een evenement van cultuur of vermaak, dat plaats vindt in één of meerdere zalen van de evenementenhal “De Populier” en dat het in eigen naam en voor eigen rekening ten bezwarende titel organiseert, een inkomgeld van 5 euro (BTW incl.) innen van de bezoekers aan dit evenement. Er wordt geen gedifferentieerd tarief voorzien. Artikel 2. 1. Ter beschikkingstelling van de grote zaal (inclusief keuken, toog en vestiaire): |
|||
|
|
|
Gebruikers |
Ingeschreven in Zandhoven |
Niet-ingeschreven in Zandhoven |
|
|
|
Private personen |
500 euro per dag
|
1000 euro per dag |
|
|
|
Begrafenisdiensten van private personen |
250 euro per dag |
- |
| Huwelijksfeesten en samenlevingsfeesten waarvan 1 van de partners is ingeschreven in de gemeente Zandhoven op het moment van de aanvraag |
500 euro per dag |
- |
||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Gebruikers |
Met maatschappelijke zetel in Zandhoven |
Met maatschappelijke zetel buiten Zandhoven |
|
|
|
Gemeente Zandhoven, de aan de gemeente Zandhoven ondergeschikte besturen, de gemeentelijke adviesraden en de diensten van de gemeente Zandhoven en van de aan de gemeente ondergeschikte besturen en de onderwijsinstellingen in Zandhoven |
250 euro per dag |
- |
|
|
|
Verenigingen of groepen |
250 euro per dag |
1000 euro per dag |
|
|
|
Bedrijven |
750 euro per dag |
1000 euro per dag |
|
|
2. Ter beschikkingstelling van de zalen Anemoon, Lotus, Anjer, Amaryllis of Margriet: |
|||
|
|
|
Gebruikers |
Ingeschreven in Zandhoven |
Niet-ingeschreven in Zandhoven |
|
|
|
Private personen |
25 euro (BTW incl.) |
50 euro (BTW incl.) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Gebruikers |
Met maatschappelijke zetel in Zandhoven |
Met maatschappelijke zetel buiten Zandhoven |
|
|
|
Gemeente Zandhoven, de aan de gemeente Zandhoven ondergeschikte besturen, de gemeentelijke adviesraden en de diensten van de gemeente Zandhoven en van de aan de gemeente ondergeschikte besturen en de onderwijsinstellingen in Zandhoven |
10 euro (BTW incl.) |
- |
|
|
|
Verenigingen of groepen |
10 euro (BTW incl.) |
25 euro (BTW incl.) |
|
|
|
Bedrijven |
50 euro (BTW incl.) |
75 euro (BTW incl.) |
|
|
3. Gebruik geluidsgeïsoleerde repetitieruimte: 2,5 euro per uur (BTW incl.). 4. Gebruik bergruimte (opslagkast voor muziekinstrumenten): 10 euro per kast per maand (BTW incl.). 5. Gebruik van het podium: 25 euro per dag voor private personen niet-ingeschreven in de gemeente Zandhoven en voor verenigingen of groepen en bedrijven met maatschappelijke zetel buiten Zandhoven (BTW incl.). 6. Gebruik van de mobiele voortoog: 15 euro per dag voor private personen niet-ingeschreven in de gemeente Zandhoven en voor verenigingen of groepen en bedrijven met maatschappelijke zetel buiten Zandhoven (BTW incl.). 7. Gebruik van de geluidsinstallatie en/of andere digitale instrumenten: 10 euro per dag voor private personen niet-ingeschreven in de gemeente Zandhoven en voor verenigingen of groepen en bedrijven met maatschappelijke zetel buiten Zandhoven (BTW incl.). |
|||
|
|
Artikel 3. Artikel 4. |
|||
Artikel 2.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan AGB Zandhoven en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op zijn beslissing van 8 september 2011 betreffende de oprichting van het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven, afgekort AGB Zandhoven, goedgekeurd bij besluit van 13 december 2011 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand.
Gelet op zijn beslissing van 26 juni 2025 waarbij de verlenging van de afgesloten beheersovereenkomst tussen het AGB Zandhoven en de gemeente Zandhoven werd goedgekeurd.
Gelet op de agenda van de raad van bestuur van AGB Zandhoven van 16 december 2025 waarbij de raad van bestuur gevraagd wordt om het prijssubsidiereglement van evenementenhal ‘De Populier’ goed te keuren.
Overwegende dat de gemeente de toegangsprijzen tot de evenementenhal ‘De Populier’ kan begrenzen zodat deze toegankelijk zijn voor iedereen en deze toegangsprijzen kan subsidiëren met prijssubsidies.
Overwegende dat, om economisch leefbaar te zijn, het AGB Zandhoven prijssubsidies dient te ontvangen als vergoeding voor het recht van toegang of deelname tot de activiteiten die door het AGB Zandhoven georganiseerd worden in de evenementenhal ‘De Populier’.
Gelet op het ontwerp van het prijssubsidiereglement voor de evenementenhal ‘De Populier’ dat wordt voorgelegd.
Overwegende dat met de inhoud van vermeld ontwerp van prijssubsidiereglement kan akkoord gegaan worden.
Overwegende dat het noodzakelijk is afgevaardigden aan te duiden die gerechtigd zullen zijn het gemeente Zandhoven bij het ondertekenen van het reglement te vertegenwoordigen en namens het gemeente Zandhoven rechtsgeldig te handelen.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het navolgend prijssubsidiereglement goed:
| PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT |
||||
|
|
TUSSEN |
|||
|
|
- |
De gemeente Zandhoven, vertegenwoordigd door de heer Hans Soetemans , voorzitter van de gemeenteraad en mevrouw Annick Smeets, algemeen directeur, enerzijds; |
||
|
|
EN |
|
|
|
|
|
- |
het AGB Zandhoven, vertegenwoordigd door de raad van bestuur van het AGB Zandhoven, (Liersebaan 12 - 2240 Zandhoven), waarvoor handelt de heer Rudy Willems, voorzitter raad van bestuur en mevrouw Annick Smeets, secretaris van de raad van bestuur van het AGB anderzijds; |
||
|
|
wordt overeengekomen dat de gemeente Zandhoven prijssubsidies zal toekennen aan het AGB Zandhoven als vergoeding voor het recht van toegang of deelname tot de activiteiten die door het AGB Zandhoven georganiseerd worden in de evenementenhal “De Populier”. |
|||
|
|
Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidies vast en geldt voor de periode lopende vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. |
|||
|
|
VOORWAARDEN:
|
|||
|
|
|
Accommodatie |
Toegangsprijzen (incl. BTW) voor de activiteiten die door AGB Zandhoven georganiseerd worden in de evenementenhal “De Populier” |
Prijssubsidie gemeente |
|
|
|
De Populier |
5,00 euro |
25,00 euro |
|
|
|
|||
Artikel 2.
De heer Hans Soetemans, voorzitter van de gemeenteraad en mevrouw Annick Smeets, algemeen directeur van de gemeente Zandhoven worden afgevaardigd om de gemeente Zandhoven te vertegenwoordigen bij de ondertekening van de in artikel 1 bedoeld subsidiereglement en namens het gemeente Zandhoven rechtsgeldig te handelen.
Artikel 3.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, het AGB Zandhoven en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de statuten van het AGB Zandhoven waarin wordt bepaald dat de raad van bestuur bevoegd is voor de tariefregeling.
Gelet op zijn beslissing van 26 juni 2025 waarbij de verlenging van de afgesloten beheersovereenkomst tussen het AGB Zandhoven en de gemeente Zandhoven werd goedgekeurd en in het bijzonder artikel 14 van de beheersovereenkomst waarin de regels met betrekking tot de tarifering staan beschreven;- dat het autonoom gemeentebedrijf daartoe een voorstel van tarieven dient te formuleren waarover de gemeenteraad zich dient uit te spreken.
Gelet op de agenda van de raad van bestuur van het AGB Zandhoven van 16 december 2025 waarbij de raad gevraagd wordt zijn goedkeuring te hechten aan de formulering van het voorstel tot het aanpassen van de tariefregeling voor het gebruik van het sportcomplex ‘Het Veld’.
Gelet op het voorstel van tariefregeling voor het gebruik van het sportcomplex ‘Het Veld’ dat wordt voorgelegd.
Overwegende dat het aangewezen is om verschillende tarieven op te leggen voor verenigingen of privaat personen gevestigd of wonende in de gemeente Zandhoven en voor verenigingen en privaat personen die niet gevestigd zijn en niet wonen in de gemeente Zandhoven;- dat het verschil in tarieven wordt gemotiveerd omwille van het feit dat enerzijds personen gedomicilieerd in de gemeente Zandhoven reeds hebben bijgedragen tot de instandhouding van de sportinfrastructuur door hun bijdrage in de aanvullende personenbelasting en anderzijds dat verenigingen gevestigd op het grondgebied van de gemeente Zandhoven zich reeds hebben ingezet voor de ontwikkeling van het sportieve leven in de gemeente.
Overwegende dat verenigingen gevestigd in de gemeente Zandhoven zich ten aanzien van het gemeentebestuur verplicht hebben initiatieven te nemen die het sportieve leven in de gemeente Zandhoven bevorderen.
Overwegende dat niets zich lijkt te verzetten tegen het voorstel van tariefregeling voor het gebruik van het sportcomplex ‘Het Veld’.
Gelet op artikel 40 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 1.
Het voorstel van tariefregeling voor het gebruik van het sportcomplex ‘Het Veld’, zoals geformuleerd door de raad van bestuur van het AGB Zandhoven in zitting van 16 december 2025, wordt aanvaard en de onderstaande tariefregeling voor het gebruik van het sportcomplex ‘Het Veld’ wordt goedgekeurd.
| TARIEFREGELING VOOR HET GEBRUIK VAN |
|||||||
|
|
Artikel 1. Voor de door het AGB Zandhoven overeenkomstig het gebruiksreglement ter beschikking gestelde zalen of terreinen van het sportcomplex " Het Veld ", gelden volgende tarieven: |
||||||
|
|
Accommodatie |
De gemeente Zandhoven en de aan de gemeente ondergeschikte besturen, de gemeentelijke adviesraden, de diensten van de gemeente en van de aan de gemeente ondergeschikte besturen, de onderwijsinstellingen en verenigingen gevestigd in Zandhoven: |
Verenigingen niet gevestigd in Zandhoven: |
Individuele gebruikers: |
Firma’s & zelfstandigen: |
||
|
|
Sporthal: - Ganse hal: - 1/3 hal: |
€ 9/uur € 3/uur |
€ 27/uur € 9/uur |
€ 27/uur € 9/uur |
€ 90/uur € 30/uur |
||
|
|
Organisatie van een evenement in de sporthal |
€ 250/dag |
€ 500/dag |
€ 250/dag |
€ 750/dag |
||
|
|
Zaal voor gevechtssporten of danszaal |
€ 3/uur |
€ 9/uur |
€ 9/uur |
€ 30/uur |
||
|
|
Organisatie van een evenement in de zaal voor gevechtssporten of danszaal |
€ 150/dag |
€ 300/dag |
€ 150/dag |
€ 450/dag |
||
|
|
Gebruik vergaderlokaal |
€ 10/vergadering of activiteit |
€ 25/ vergadering of activiteit |
€ 25/ vergadering of activiteit |
€ 50/ vergadering of activiteit |
||
|
|
Gebruik van kleedkamers of douches door sporters die geen gebruik maken van de accommodaties van het sportcomplex |
€ 5/uur per kleedkamer |
€ 15/uur per kleedkamer |
€ 1,5 per persoon per gebruik |
|||
|
|
Squashbox: - Daluren (a): - Piekuren (b): |
|
|
€ 4/uur € 8/uur |
€ 10/uur € 10/uur |
||
|
|
(a) Daluren = tijdens de werkdagen vóór 18.00 uur en op zaterdag en zondag. |
||||||
|
|
Outdoor tennisterreinen (gravel) |
€ 50 per jaar per persoon (enkel voor inwoners Zandhoven) € 3 per uur (voor inwoners Zandhoven) € 4 per uur (voor niet-inwoners Zandhoven) |
|||||
|
|
Padelterreinen |
€ 3 per uur (voor inwoners Zandhoven) € 4 per uur (voor niet-inwoners Zandhoven) € 180 abonnement (voor inwoners Zandhoven) € 250 abonnement (voor niet-inwoners Zandhoven) |
|||||
|
|
Aankoop squashbal Aankoop padelballen |
€ 3 per bal € 6,5 per 3 ballen |
|||||
|
|
Huur squash- of padelracket Huur padelbal |
€ 1 per beurt € 1 per bal (max. 3) |
|||||
|
|
Alle hierboven aangegeven gebruiksvergoedingen & tarieven zijn inclusief BTW. Artikel 2. Artikel 3. Artikel 4. |
||||||
Artikel 2.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan het AGB Zandhoven, de dienst Financiën en dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op zijn beslissing van 8 september 2011 betreffende de oprichting van het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven, afgekort AGB Zandhoven, goedgekeurd bij besluit van 13 december 2011 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand.
Gelet op zijn beslissing van 26 juni 2025 waarbij de verlenging van de afgesloten beheersovereenkomst tussen het AGB Zandhoven en de gemeente Zandhoven werd goedgekeurd.
Gelet op de agenda van de raad van bestuur van AGB Zandhoven van 16 december 2025 waarbij de raad van bestuur gevraagd wordt om het prijssubsidiereglement van het sportcomplex ‘Het Veld’ goed te keuren.
Overwegende dat de gemeente de tarieven voor het gebruik van de lokalen en terreinen van het sportcomplex ‘Het Veld’ kan begrenzen zodat deze toegankelijk zijn voor iedereen en deze gebruiksvergoedingen kan subsidiëren met prijssubsidies.
Overwegende dat, om economisch leefbaar te zijn, het AGB Zandhoven prijssubsidies dient te ontvangen voor het gebruik van de lokalen en terreinen van het sportcomplex ‘Het Veld’.
Gelet op het ontwerp van het prijssubsidiereglement voor het sportcomplex ‘Het Veld’ dat wordt voorgelegd.
Overwegende dat met de inhoud van voormeld ontwerp van prijssubsidiereglement kan akkoord gegaan worden.
Overwegende dat het noodzakelijk is afgevaardigden aan te duiden die gerechtigd zullen zijn het gemeente Zandhoven bij het ondertekenen van het reglement te vertegenwoordigen en namens het gemeente Zandhoven rechtsgeldig te handelen.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het navolgende prijssubsidiereglement goed:
| PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT |
|||||||
|
|
TUSSEN |
||||||
|
|
- |
De gemeente Zandhoven, vertegenwoordigd door de heer Hans Soetemans , voorzitter van de gemeenteraad en mevrouw Annick Smeets, algemeen directeur, enerzijds; |
|||||
|
|
EN |
|
|
|
|||
|
|
- |
het AGB Zandhoven, vertegenwoordigd door de raad van bestuur van het AGB Zandhoven, (Liersebaan 12 - 2240 Zandhoven), waarvoor handelt de heer Rudy Willems, voorzitter raad van bestuur en mevrouw Annick Smeets, secretaris van de raad van bestuur van het AGB anderzijds; |
|||||
|
|
wordt overeengekomen dat de gemeente Zandhoven prijssubsidies zal toekennen aan het AGB Zandhoven voor:
|
||||||
|
|
Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidies vast en geldt voor de periode lopende vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. |
||||||
|
|
VOORWAARDEN:
|
||||||
|
|
|
|
Gebruikstarief |
Prijs vereniging |
Prijssubsidie |
||
|
|
|
v.z.w. “Judo/Ju-jitsuclub Juzando” |
3,00 euro |
0,00 euro |
30,00 euro |
||
|
|
|
Het AGB Zandhoven zal hiervoor de nodige facturen en/of debetnota’s uitschrijven. |
|||||
|
|
|
||||||
|
|
|
Accommodatie |
Tarieven die gelden voor de gemeente Zandhoven en de aan de gemeente ondergeschikte besturen, de gemeentelijke adviesraden, de diensten van de gemeente en van de aan de gemeente ondergeschikte besturen, de onderwijsinstellingen en verenigingen gevestigd in Zandhoven |
Prijssubsidie gemeente |
|||
|
|
|
Sporthal: |
9,00 |
90,00 |
|||
|
|
|
Zaal voor |
3,00 |
30,00 |
|||
|
|
|
Danszaal: |
3,00 |
30,00 |
|||
|
|
|
||||||
Artikel 2.
De heer Hans Soetemans, voorzitter van de gemeenteraad en mevrouw Annick Smeets, algemeen directeur van de gemeente Zandhoven worden afgevaardigd om de gemeente Zandhoven te vertegenwoordigen bij de ondertekening van het in artikel 1 bedoelde subsidiereglement en namens het gemeente Zandhoven rechtsgeldig te handelen.
Artikel 3.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, aan het AGB Zandhoven en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op zijn beslissing van 8 september 2011 betreffende de oprichting van het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven alsmede goedkeuring van de statuten.
Gelet op de beslissing van 13 december 2011 van de Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, betreffende de goedkeuring van de beslissing van de gemeenteraad van Zandhoven van 8 september 2011.
Gelet op artikel 30 van de statuten van het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven dat stipuleert dat het autonoom gemeentebedrijf een boekhouding, jaarrekening, budget en meerjarenplan opstelt overeenkomstig de toepasselijke, wettelijke bepalingen.
Gelet op de beslissing van de raad van bestuur van het AGB Zandhoven van 16 december 2025 waarbij het meerjarenplan 2026 - 2031 van AGB Zandhoven werd vastgesteld.
Overwegende dat de gemeenteraad het meerjarenplan 2026 - 2031 van het AGB Zandhoven dient goed te keuren.
Overwegende dat met de inhoud van het meerjarenplan 2026 - 2031 van AGB Zandhoven kan akkoord gegaan worden.
Gelet op artikel 40 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 1.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van het autonoom gemeentebedrijf Zandhoven, zoals vastgesteld door de raad van bestuur in zitting van 16 december 2025, wordt goedgekeurd.
Artikel 2.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan het AGB Zandhoven, de dienst Financiën en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Overwegende dat de gemeente Zandhoven behoort tot een meergemeentezone die samengesteld is uit de gemeenten Ranst en Zandhoven.
Overwegende dat de omzendbrief plp 65 stipuleert dat men er ter stelligste moet voor zorgen dat de gemeentelijke dotaties aan de politiezone worden vastgesteld in een afzonderlijke gemeenteraadsbeslissing.
Overwegende dat de begroting voor het dienstjaar 2026 van de politiezone ‘ZARA’ door de politieraad van 12 november 2025 werd behandeld en dat het bedrag van de gewone dotatie wordt vastgesteld op 2.023.747 euro.
Overwegende dat de gemeentelijke dotatie in ‘concrete vorm’ dient vastgesteld te worden;- dat de gemeentelijke dotatie van Zandhoven zal bestaan uit een gewone dotatie aan de politiezone ten belopen van 2.023.747 euro, ingeschreven onder ACT-4.2.1/0400-00/649330.
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, in het bijzonder artikel 40 dat o.a. stipuleert dat elke gemeenteraad van de zone de dotatie stemt die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort.
Gelet op de wet op de geïntegreerde politie, in het bijzonder artikel 71, die voorschrijft dat de besluiten van de gemeenteraad en van de politieraad betreffende de begroting van de lokale politie en de erin aangebrachte wijzigingen - alsook de besluiten betreffende de bijdrage van de gemeente die deel uitmaakt van een meergemeentezone - aan de politieraad en aan de gouverneur ter goedkeuring dienen overgemaakt.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 253 §1 4°.
Artikel 1.
Een gewone dotatie wordt aan de politiezone ‘ZARA’ toegekend ten belope van 2.023.747 euro, uitgetrokken onder ACT-4.2.1/0400-00/649330 van de exploitatie uitgaven van het budget 2026.
Artikel 2.
De bekendmaking gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal, aan de dienst Financiën, de dienst Secretariaat en aan de politiezone ‘ZARA’ (Gustaaf Peetersstraat 7- 2520 Ranst) bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op de wet van 15 mei 2007, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 68 dat stelt dat de gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting.
Gelet op de omzendbrief BB 2014 van het Vlaams Ministerie van Bestuurszaken, ABB, (Boudewijnlaan 30 bus 70 - 1000 Brussel) van 5 september 2014 waarbij gemeld wordt dat vanaf 1 januari 2015 de brandweerzones actief worden.
Overwegende dat het jaarlijks te financieren saldo van de zone moet gefinancierd worden door de gemeenten van deze zone.
Gelet op zijn beslissing van 16 oktober 2014 waarbij de overeenkomst tussen de hulpverleningszone Brandweer Zone Rand in oprichting en de gemeenten inzake de financiële verdeelsleutel en de daaraan verbonden modaliteiten werd goedgekeurd.
Overwegende dat het volgende goedgekeurd werd:
Overwegende dat de begroting 2026 werd voorgelegd op de zoneraad van 24 oktober 2025.
Overwegende dat het gemeentelijk aandeel voor Zandhoven voor de werkingstoelagen voor het dienstjaar 2026, 545.634 euro bedraagt.
Overwegende dat het gemeentelijk aandeel voor Zandhoven voor de investeringstoelagen voor het dienstjaar 2026, 149.416 euro bedraagt.
Artikel 1.
Voor het dienstjaar 2026 zal een werkingstoelage, na verrekening clearing, van 545.634 euro overgemaakt worden aan de hulpverleningszone Brandweer Zone Rand. De werkingstoelage is ingeschreven op budgetcode ACT-4.2.1/0410/649400.
Artikel 2.
Voor het dienstjaar 2026 zal de investeringstoelage 149.416 euro bedragen. Deze investeringstoelage is ingeschreven op budgetcode ACT-4.2.1/0410-00/664000.
Artikel 3.
Voor het dienstjaar 2026 zal, te betalen aan de gemeente, een gebruiksvergoeding (voor het gebruik brandweerkazerne) van 40.366.65 euro worden ingeschreven onder budgetcode ACT-4.2.1/0410-00/705000.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, de dienst Secretariaat en aan de hulpverleningszone Brandweer Zone Rand (Rijterijschool 1 - 2930 Brasschaat) bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 119.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, artikel 4 en 5, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, artikel 4.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40, §3.
Overwegende dat i.g.v. art. 4 en 5 van het decreet van 16 mei 2008 de mogelijkheid bestaat om de bevoegdheid betreffende aanvullende reglementen op het wegverkeer te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen;- dat het van belang is om snel op verkeerssituaties te kunnen inspelen en aanpassingen te kunnen doorvoeren omwille van veranderende en mogelijks gevaarlijke situaties;- dat deze delegatie de continuïteit en flexibiliteit van het gemeentelijk verkeersbeleid bevordert.
Overwegende dat de informatiegids van MOW over aanvullende verkeersreglementen voor lokale besturen, blz. 7-8, voorziet in de mogelijkheid om de delegatie te beperken tot bepaalde materies.
Overwegende dat wordt voorgesteld dat de gemeenteraad evenwel bevoegd blijft voor aanvullende verkeersreglementen indien het gaat om:
Overwegende dat alle overige aanvullende verkeersreglementen, zoals bv. de signalisatie voor parkeerplaatsen voor beperkte mobiliteit, parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen, voorrangsborden, de wegmarkering voor stopstrepen, voorsorteerstroken, fietspadmarkering, zebrapaden, haaientanden, … enzovoort, behoren tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid voor het vaststellen van aanvullende reglementen op:
die zich op haar grondgebied bevinden, aan het college van burgemeester en schepenen.
In afwijking van het vorige lid, blijft de gemeenteraad evenwel bevoegd voor het vaststellen van aanvullende reglementen die:
Artikel 2.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 30km/u in te voeren in de Rusthuislaan omwille van de aanwezigheid van woonzorgcentrum Pniël vzw.
Gelet op het participatiemoment van 16 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Pulderbos.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat de directe schoolomgeving in Massenhoven (gedeelte van Kerkstraat, Schoolstraat en Achterstraat) momenteel al is ingekleurd als zone 30.
Overwegende dat de bebouwde kom van Massenhoven zich echter verder uitstrekt over de aanliggende straten, waar zich veel gemengd verkeer van auto’s en fietsers bevindt op de rijbaan;- dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt moet worden tot 30 km/h om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat gelet op voorgaande het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 30 km/u in te voeren in de bebouwde kom van Massenhoven.
Gelet op het participatiemoment van 17 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Massenhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Gelet op de tussenkomst van dhr. Stulens D. die voorstelt om zone 30 te beperken tot de straten in de schoolomgeving zoals de Korenbloemstraat, de Kerkstraat tot de Hoge Weg en de Achterstraat tussen de Hoge Weg en de Schoolstraat.
Overwegende dat het noodzakelijk is over het amendement van dhr. Stulens D. te beraadslagen en het ter stemming voor te leggen.
De voorzitter legt daarop de door dhr. Stulens D. ingediende amendement ter stemming aan de raad voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 6 stemmen voor (Conny Van den Heuvel, Johan Steylaerts, Dieter Stulens, Bram Cools, Patrick Ven, Peter Smets), 16 stemmen tegen (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren) |
Het amendement van dhr. Stulens D. is derhalve verworpen.
Overwegende dat het noodzakelijk is om te stemmen over het aanvullend politiereglement m.b.t. mobiliteitskamer Massenhoven: invoering van 30 km/u in de schoolomgeving en deel dorp.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat het Nazarethpad ter hoogte van woonzorgcentrum Onze Lieve Vrouw van Troost, tussen het kruispunt met Schegel en het kruispunt met Kapellebaan reeds ingetekend is als zone 30;- dat het wenselijk is om de snelheid van 30 km/u te behouden omwille van de aanwezigheid van voornoemd woonzorgcentrum.
Gelet op het participatiemoment van 15 september 2025 waarbij voorliggende mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Zandhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden; dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat de schoolomgeving in Pulderbos centrum (zone Rozenlaan en Patrijzenlaan) momenteel al is ingekleurd als zone 30.
Overwegende dat er in deze straten er zich veel gemengd verkeer van auto’s en fietsers op de rijbaan bevindt; dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt moet worden tot 30 km/u om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat de Groenstraat een veelgebruikte fietszone is voor de schoolgaande jeugd;- dat deze straat ook vaak gebruikt wordt door recreatieve fietsers, en gelegen is op het fietsknooppuntennetwerk.
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 30 km/u in te voeren in de schoolomgeving en een deel van het dorp van Pulderbos, en de Groenstraat om te vormen tot een fietszone.
Gelet op het participatiemoment van 16 september 2025 waarbij voorliggende mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Pulderbos.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Gelet op de tussenkomst van dhr. Cools B. die voorstelt om afzonderlijk te stemmen voor de fietszone en voor de invoering van zone 30.
1. De voorzitter legt daarop het al of niet goedkeuren van de fietszone in Pulderbos ter stemming voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen. |
Het voorstel m.b.t. de fietszone is derhalve goedgekeurd.
2. De voorzitter legt daarop het al of niet invoeren van 30 km/u in de schoolomgeving en deel dorp ter stemming voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 16 stemmen voor (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren), 5 stemmen tegen (Conny Van den Heuvel, Johan Steylaerts, Dieter Stulens, Bram Cools, Peter Smets), 1 onthouding (Patrick Ven) |
Het voorstel m.b.t. 30 km/u in de schoolomgeving en deel dorp is derhalve goedgekeurd.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
De Groenstraat, vanaf het kruispunt met de Molenheide, tot aan het kruispunt met de Rozenlaan, wordt een fietszone. Deze wordt gesignaleerd door de verkeersborden F111 en F113.
Artikel 3.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 4.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 5.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 6.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 7.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 8.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 9.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat het dorpscentrum van Pulle zich echter verder uitstrekt over de aanliggende straten, waar zich veel gemengd verkeer van auto’s en fietsers bevindt op de rijbaan;- dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt moet worden tot 30 km/h om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat gelet op voorgaande het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 30 km/u in te voeren in de schoolomgeving en het dorpscentrum van Pulle.
Gelet op het participatiemoment van 17 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Pulle.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Gelet op de tussenkomst van dhr. Stulens D. die voorstelt om zone 30 te beperken tot de straten in de schoolomgeving zoals Heirbaan, Slangenbos, Bollaar, Dorpsstraat en Kloosterstraat.
Overwegende dat het noodzakelijk is over het amendement van dhr. Stulens D. te beraadslagen en het ter stemming voor te leggen.
De voorzitter legt daarop de door dhr. Stulens D. ingediende amendement ter stemming aan de raad voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 6 stemmen voor (Conny Van den Heuvel, Johan Steylaerts, Dieter Stulens, Bram Cools, Patrick Ven, Peter Smets), 16 stemmen tegen (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren) |
Het amendement van dhr. Stulens D. is derhalve verworpen.
Overwegende dat het noodzakelijk is om te stemmen over het aanvullend politiereglement m.b.t. mobiliteitskamer Pulle: invoering van 30 km/u in de schoolomgeving en deel dorp.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit zal worden gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat het dorpscentrum van Viersel (gedeelte Beemdstraat, Groeneweg, Parochiestraat, Privateweg, Veerstaat) momenteel al is ingekleurd als zone 30.
Overwegende dat de dorpskern van Viersel zich echter verder uitstrekt over de aanliggende straten, waar zich veel gemengd verkeer van auto’s en fietsers bevindt op de rijbaan;- dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt moet worden tot 30 km/h om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het aangewezen lijkt om een snelheidsbeperking van 30 km/u in te voeren in de schoolomgeving en de dorpskern van Viersel.
Gelet op het participatiemoment van 16 september 2025 waarbij voorliggende mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Viersel.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Gelet op de tussenkomst van dhr. Stulens D. die voorstelt om zone 30 te beperken tot de straten in de schoolomgeving zoals Veerstraat (gedeelte school) tot Herentalsebaan, Beemdweg en Parochiestraat tot Herentalsebaan.
Overwegende dat het noodzakelijk is over het amendement van dhr. Stulens D. te beraadslagen en het ter stemming voor te leggen.
De voorzitter legt daarop de door dhr. Stulens D. ingediende amendement ter stemming aan de raad voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
• Aantal stemmen ten gunste van het amendement: 6
• Aantal stemmen tegen het amendement: 16
• Aantal onthoudingen: 0
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 6 stemmen voor (Conny Van den Heuvel, Johan Steylaerts, Dieter Stulens, Bram Cools, Patrick Ven, Peter Smets), 16 stemmen tegen (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren) |
Overwegende dat het noodzakelijk is om te stemmen over het aanvullend politiereglement m.b.t. mobiliteitskamer Viersel: invoering van 30 km/u in de schoolomgeving en deel dorp.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat de schooldirectie van het Vrij Technisch Instituut Zandhoven, (Langestraat 199 - 2240 Zandhoven), vragende partij is voor een snelheidsverlaging in de schoolomgeving omdat een snelheidsverlaging de verkeersveiligheid in de schoolomgeving zal verhogen.
Overwegende dat gelet op voorgaande het aangewezen lijkt een snelheidsbeperking van 30 km/u in te voeren in de schoolomgeving rond het VTIZ.
Overwegende dat deze mobiliteitskamer werden voorgelegd aan de inwoners van Zandhoven tijdens het participatiemoment van 15 september 2025.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat het dorpscentrum Zandhoven (gedeelte van Amelbergastraat, Schriekweg, Beggard, Liersebaan, Schildebaan) momenteel al is ingekleurd als zone 30.
Overwegende dat de bebouwde kom van Zandhoven zich echter verder uitstrekt over de aanliggende straten, waar veel gemengd verkeer van auto’s en fietsers zich op de rijbaan bevindt;- dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt moet worden tot 30 km/h om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 30 km/u in te voeren in de bebouwde kom van Zandhoven.
Gelet op het participatiemoment van 15 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Zandhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat de directe schoolomgeving rond Leefschool ’t Zandhofje (Liersebaan 51 - 2240 Zandhoven), (gedeelte van Liersebaan, Oelegembaan) momenteel al is ingekleurd als zone 30.
Overwegende dat de bebouwde kom van Zandhoven zich echter verder uitstrekt over de aanliggende straten, waar veel gemengd verkeer van auto’s en fietsers zich op de rijbaan bevindt;- dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen, het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt dient te worden tot 30 km/u om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat de Liersebaan een veelgebruikte fietsroute is voor schoolgaande kinderen.
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt de bebouwde kom van Zandhoven in zijn geheel in te kleuren als een mobiliteitskamer met zone 30, en om de verkeersveiligheid voor de fietsers te verhogen het gedeelte van de Liersebaan tussen de Oelegembaan en De Bergen om te vormen tot een fietszone.
Gelet op het participatiemoment van 15 september 2025 waarbij voorliggende mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Zandhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Gelet op de tussenkomst van dhr. Cools B. die voorstelt om afzonderlijk te stemmen voor de fietszone en voor de invoering van zone 30.
1. De voorzitter legt daarop het al of niet goedkeuren van de fietszone in Zandhoven ter stemming voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 21 stemmen voor (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Conny Van den Heuvel, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Johan Steylaerts, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren, Dieter Stulens, Bram Cools, Peter Smets), 1 stem tegen (Patrick Ven) |
Het voorstel m.b.t. de fietszone is derhalve goedgekeurd.
2. De voorzitter legt daarop het al of niet invoeren van 30 km/u in de schoolomgeving en deel dorp (deel II) ter stemming voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 16 stemmen voor (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren), 5 stemmen tegen (Conny Van den Heuvel, Johan Steylaerts, Dieter Stulens, Bram Cools, Peter Smets), 1 onthouding (Patrick Ven) |
Het voorstel m.b.t. 30 km/u in de schoolomgeving en deel dorp (deel II) is derhalve goedgekeurd.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een zone 30 ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b.
Artikel 2.
In de Liersebaan, vanaf het kruispunt met de Oelegembaan, tot aan het kruispunt met De Bergen, wordt een fietszone ingevoerd. Deze wordt gesignaleerd door de verkeersborden F111 en F113.
Artikel 3.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 4.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 5.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 6.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 7.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 8.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 9.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren in woonwijk Boenders.
Gelet op het participatiemoment van 17 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Pulle.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een mobiliteitskamer met zone 50 in te voeren in dit deel van Pulle en Pulderbos.
Overwegende dat de straten Voort, Draaiboom en Bruggestraat zeer smal zijn; dat Voort en Draaiboom aangelegd zijn in kasseien en dat de Bruggestraat een zandweg is, en dat zij daardoor niet geschikt zijn voor hoge snelheden en doorgaand gemotoriseerd verkeer.
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om de snelheid in de straten Voort en Draaiboom verder te verlagen tot 30 km/u en de toegang te beperken tot plaatselijk verkeer.
Overwegende dat het verkeersbord F99c hiervoor het meest geschikt lijkt;- dat dit bord aangeeft dat de weg voorbehouden is voor het verkeer van landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs;- dat uit art. 22octies van de wegcode ook blijkt dat voertuigen van en naar de aanliggende percelen ook toegelaten blijven en de snelheid door dit bord beperkt wordt tot 30 km/u.
Gelet op de participatiemomenten van 16 en 17 september 2025 waarbij voorliggende mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van respectievelijk Pulderbos en Pulle.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 2.
De straten Voort, Draaiboom en Bruggestraat worden voorbehouden voor het verkeer van landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs. Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F99c en F101c op volgende locaties:
Artikel 3.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 4.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 5.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 6.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 7.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 8.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 9.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren in dit deel van Pulderbos.
Gelet op het participatiemoment van 16 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Pulderbos.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren in dit gebied van Zandhoven, oostelijk gelegen van de N14.
Gelet op het participatiemoment van 15 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Zandhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door (en zoals aangeduid op plan):
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren in de industriezone in Massenhoven, alsook in de Venstraat en de Kanaalstraat.
Gelet op het participatiemoment van 17 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Massenhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door (en zoals aangeduid op plan):
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Artikel 2.
In de zone begrensd door (en zoals aangeduid op plan):
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Artikel 3.
In de zone begrensd door (en zoals aangeduid op plan):
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Artikel 4.
Voornoemde snelheidsbeperkingen wordt gesignaleerd door verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 5.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 6.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 7.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 8.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 9.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 10.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 11.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren in dit deel van Massenhoven en Zandhoven.
Gelet op de participatiemomenten van 15 en 17 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Zandhoven en Massenhoven respectievelijk.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat gelet op voorgaande het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren in het gebied westelijk gelegen van de bebouwde kom van Zandhoven.
Gelet op de participatiemomenten van 15 en 17 september 2025 waarbij deze mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van respectievelijk Zandhoven en Massenhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door (en zoals aangeduid op plan):
wordt een snelheidsbeperking van 50km/u ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het aangewezen lijkt de wijk Heikant in te kleuren als een mobiliteitskamer met zone 50.
Overwegende dat de straten Boshuisweg en Hooidonck deel uitmaken van een veelgebruikte fietsroute voor schoolgaande jeugd;- dat deze straten vaak worden gebruikt door recreatieve fietsers, en gelegen zijn op het fietsknooppuntennetwerk;- dat er in deze straten er zich veel gemengd verkeer van auto’s en fietsers op de rijbaan bevindt;- dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt moet worden tot 30 km/u om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat daardoor een omvorming van voornoemde straten naar fietszone aangewezen lijkt.
Gelet op het participatiemoment van 15 september 2025 waarbij voorliggende mobiliteitskamer toegelicht en besproken werd met de inwoners van Zandhoven.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een snelheidsbeperking van 50 km/u ingevoerd. Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
De zone tussen Nazarethpad, ter hoogte van het kruispunt met Kapellebaan en Nazarethpad, ter hoogte van het kruispunt met Schegel, maakt deel uit van de 'Mobiliteitskamer Zandhoven in het Nazarethpad', met snelheidsbeperking van 30 km/u gesignaleerd door de verkeersborden F4a en F4b, ingevolge de beslissing van heden.
Artikel 2.
In de straten Boshuisweg en Hooidonck wordt een fietszone ingevoerd. Deze zone begint in de Boshuisweg ter hoogte van de brug over de E34 en eindigt in Hooidonck ter hoogte van het kruispunt met de Langestraat (N14). Deze wordt gesignaleerd door de verkeersborden F111 en F113.
Artikel 3.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 4.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 5.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 6.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 7.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 8.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 9.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Overwegende dat gelet op voorgaande het wenselijk lijkt om een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren in Nederviersel, Het Goor en Vaarheuvel.
Gelet op het participatiemoment van 17 september 2025 waarbij de invoering van mobiliteitskamers, toegelicht en besproken werd met de inwoners van Pulle.
Overwegende dat voorliggend plan werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de zone begrensd door:
wordt een snelheidsbeperking van 50 km/u ingevoerd.
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden ZC43 en ZC45.
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Met de goedkeuring van dit aanvullend politiereglement worden alle eerdere aanvullende politiereglementen die betrekking hebben op snelheidsbeperkingen binnen de voornoemde zone opgeheven.
Artikel 5.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 6.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968, en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, en latere wijzigingen (wegcode).
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, en latere wijzigingen.
Gelet op de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, en latere wijzigingen.
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij de delegatie van aanvullende politiereglementen aan het college van burgemeester en schepenen werd goedgekeurd;- dat het invoeren van snelheidsbeperkingen niet onder voormelde delegatie valt en aldus bevoegdheid van de gemeenteraad blijft.
Gelet op zijn beslissing van 23 november 2023 waarbij het gemeentelijk mobiliteitsplan werd goedgekeurd en waarin wordt gestreefd naar een toename van duurzame verplaatsingen en een verhoogde verkeersveiligheid en leefbaarheid;- dat actie B.26 van voormeld mobiliteitsplan voorziet in een onderzoek naar de invoering van mobiliteitskamers.
Overwegende dat mobiliteitskamers bedoeld zijn voor bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer of zwaar verkeer er moeten worden vermeden;- dat een mobiliteitskamer gekenmerkt wordt door een lagere snelheid (zone 30/50/fietszone, woonerf, …) zodat leefbaarheid en verkeersveiligheid centraal staan.
Gelet op volgende algemene snelheidsprincipes die worden voorgesteld toe te passen in de mobiliteitskamers:
Gelet op zijn beslissing van 23 maart 2023 waarbij het plaatsen van een knip in de Keulsebaan werd goedgekeurd, omdat doorgaand gemotoriseerd verkeer hier niet gewenst is.
Gelet op het feit dat de Keulsebaan deel uitmaakt van het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF);- dat de Keulsebaan deel uitmaakt van een veelgebruikte fietsroute voor de schoolgaande jeugd;- dat er zich in deze straat gemengd verkeer van auto’s en fietsers op de rijbaan bevindt; dat bij gemengd verkeer van fietsers en motorvoertuigen het fietsvademecum voorschrijft dat de snelheid beperkt moet worden tot 30 km/u om de verkeersveiligheid van de fietsers te vrijwaren.
Overwegende dat, gelet op voorgaande, het wenselijk lijkt om een fietszone in te voeren in de Keulsebaan.
Gelet op het participatiemoment van 17 september 2025 waarbij de invoering van mobiliteitskamers, inclusief het invoeren van voornoemde fietszone, toegelicht en besproken werd met de inwoners van Pulle.
Overwegende dat voorliggende maatregel werd besproken met IPZ ZaRa.
Gelet op het signalisatieplan in bijlage.
Artikel 1.
In de Keulsebaan, vanaf het kruispunt met de Dennenlaan, tot aan het kruispunt met de Boudewijnlaan, geldt een fietszone, de zone is begrensd door:
Dit wordt gesignaleerd door de verkeersborden F111 en F113
Artikel 2.
Dit reglement treedt in werking op 2 februari 2026.
Artikel 3.
De gemeente zal de bewoners in de straten waar de genomen maatregel van toepassing is voorafgaandelijk verwittigen.
Artikel 4.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit, meer bepaald voor wat de afkondiging daarvan betreft en voor wat de aankoop en de plaatsing van de verkeersborden aanbelangt.
Artikel 5.
Dit aanvullend reglement wordt door het college van burgemeester en schepenen ter kennisgeving overgemaakt aan:
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Mobiliteit en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op masten en pylonen werd goedgekeurd.
Overwegende dat de aanwezigheid van masten, pylonen en andere draagconstructies op het grondgebied van de gemeente een substantiële invloed heeft op de aantrekkingskracht van de gemeente Zandhoven als woonomgeving.
Overwegende dat de aanwezigheid van masten, pylonen en andere draagconstructies op het grondgebied van de gemeente een ernstige vorm van visuele vervuiling betekenen wegens het doorbreken van de vrije open ruimte en zij hinder mee brengen voor de plaatselijke gemeenschap;- dat het is derhalve rechtmatig en verantwoord is om een redelijke compensatie voor de plaatselijke gemeenschap te voorzien.
Overwegende dat een belasting op dergelijke constructies een stimulans kan zijn om deze te beperken, wat noodzakelijk is voor de vrijwaring van de goede ruimtelijke ordening en de landschappelijke kwaliteit.
Overwegende dat er vrijstellingen worden voorzien en dat de gemeente van oordeel is dat het landschapsverstorend karakter van deze vrijgestelde constructies voldoende gecompenseerd wordt door het maatschappelijk belang.
Overwegende dat dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op allerhande masten, pylonen en andere draagconstructies geplaatst in open lucht die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente bevinden.
Onder ‘masten, pylonen en andere draagconstructies’ moet worden verstaan:
Artikel 2.
Een vrijstelling wordt gegeven voor de volgende constructies:
Artikel 3.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast, pyloon of andere draagconstructie op 1 januari van het aanslagjaar. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast, pyloon of andere draagconstructie in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld op 2000 euro per jaar per mast, pyloon of andere draagconstructie en is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd.
Artikel 5.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6.
De belastingplichtige moet ten laatste voor 31 januari van het aanslagjaar aangifte doen van het aantal belastbare masten en pylonen en/of andere constructies op het grondgebied van de gemeente op de dienst Omgeving (Liersebaan 12 - 2240 Zandhoven).
De aangifte moet gedaan worden op het formulier dat door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld op de dienst Omgeving (Liersebaan 12 - 2240 Zandhoven). De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet er zelf om verzoeken.
De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal masten en/of pylonen en andere draagconstructies waarvan hij eigenaar is geworden tijdens het aanslagjaar van onderhavig reglement, op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging.
Artikel 7.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Artikel 8.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 11.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de dienst Omgeving worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op de tweede verblijven werd goedgekeurd
Overwegende dat de gemeente Zandhoven grote inspanningen levert voor de aanleg van degelijke wegen, het beheer en het onderhoud van haar openbaar domein en infrastructuur, afvalophaling aanbiedt, …;- dat personen met een tweede verblijf in Zandhoven eveneens het gebruiksrecht en genot van deze infrastructuur en dienstverlening hebben, doch er niet fiscaal toe bijdragen, zodat het redelijk verantwoord is dat zij ook een billijke bijdrage leveren;- dat zij met deze belasting ook bijdragen om een deel van de kosten te financieren zoals de inwoners van Zandhoven die er wel permanent verblijven.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op tweede verblijven.
Artikel 2.
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie of elk goed waarvan degene die er kan verblijven niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters voor het hoofdverblijf, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste constructies met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, al of niet ingeschreven in de kadastrale legger en ongeacht de staat waarin het goed zich bevindt.
Onder tweede verblijf wordt niet verstaan:
Artikel 3.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die eigenaar zijn van het tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als het tweede verblijf in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld op 750 euro per jaar per tweede verblijf.
Artikel 5.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6.
De belastingplichtige moet ten laatste voor 31 januari van het aanslagjaar aangifte doen van elk tweede verblijf dat hij in de gemeente bezit op het grondgebied van de gemeente bij de dienst Omgeving (Liersebaan 12 – 2240 Zandhoven).
De aangifte moet gedaan worden op het formulier dat door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld op de dienst Omgeving (Liersebaan 12 – 2240 Zandhoven). De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet er zelf om verzoeken. Op basis hiervan wordt het goed opgenomen in het register van tweede verblijven.
In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger er van in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het register van tweede verblijven en het gemeentebestuur in kennis stellen van de overdracht. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht wordt gevestigd.
Artikel 7.
Bij gebrek aan een tijdige aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijnen, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden in gekohierd volgens de gegevens waarover het lokaal bestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer wordt overgegaan tot een eerste ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven en bewijsstukken om gebruik te maken van deze procedure.
De belastingplichtige kan binnen dertig dagen na betekening bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending (Liersebaan 12 – 2240 Zandhoven). Dit bezwaar bevat minimaal:
Artikel 8.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 11.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de dienst Omgeving bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement en de bijhorende belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen werd goedgekeurd.
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 van 11 september 2020.
Overwegende dat de Vlaamse Codex Wonen de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;- dat het wenselijk is om op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium optimaal voor wonen te benutten en dat verwaarlozing van woningen en gebouwen zorgt voor verloedering en om die reden voorkomen en bestreden moet worden.
Overwegende dat het beleid met betrekking tot verwaarloosde gebouwen en woningen overgeheveld wordt van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig worden opgeheven en de gemeente de bevoegdheid heeft gekregen om een heffing in te voeren.
Overwegende dat het nuttig is om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van gebouwen en woningen;- dat de heffing op de leegstand de afgelopen jaren een goed middel was om eigenaars te activeren om hun woning te renoveren, verhuren, … en dat een gelijkaardige heffing voor verwaarloosde gebouwen en woningen eenzelfde resultaat kan hebben.
Overwegende dat een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van verwaarlozing worden vastgesteld.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om het voormelde reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement en belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen zoals opgenomen in artikel 1.3 in boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 2.
Een gebouw of woning wordt als verwaarloosd beschouwd als de indicaties op het technisch verslag een eindscore opleveren van minimaal 18 punten.
De verwaarlozing van een bouwonderdeel is algemeen aanwezig wanneer ze aanwezig is over het hele onderdeel zoals te zien vanaf het openbaar domein. Onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein blijven buiten de beoordeling en beïnvloeden de score noch in de positieve, noch in de negatieve zin.
Het gemeentebestuur houdt een register bij waar de verwaarloosde gebouwen en woningen worden in opgenomen.
Artikel 3.
Artikel 4.
Alle houders van het zakelijk recht, zoals gekend bij de administratie van het gemeentebestuur op basis van de gegevens van het kadaster, worden met een beveiligde
zending in kennis gesteld van het voornemen om het gebouw of de woning op te nemen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
De houder van het zakelijk recht kan binnen dertig dagen na betekening bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending.
Dit bezwaar bevat minimaal:
Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het bezwaar binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van het ontvangst van het bezwaar. De beslissing wordt per beveiligde zending betekend.
De houder van het zakelijk recht kan tegen de beslissing over het bezwaar beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.
Artikel 5.
Een gebouw of woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat het gebouw of de woning geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het technisch verslag, vermeld in artikel 2, 18 punten of meer zouden opleveren.
De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de gemeente:
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. De datum van beslissing van het college van burgemeester en schepenen geldt als datum van schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Artikel 6.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op verwaarloosde gebouwen en woningen die gedurende ten minste twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het register voor verwaarloosde gebouwen en woningen.
De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Zolang het gebouw of de woning niet uit dit register is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 7.
Artikel 8.
De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Bij mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger er van in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen en het gemeentebestuur in kennis stellen van de overdracht. Bij ontstentenis van deze kennisgeving en voor zover de gemeente niet op de hoogte is van deze overdracht wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht wordt gevestigd.
Artikel 9.
De belasting wordt vastgesteld op 1.500 euro voor een verwaarloosd gebouw of verwaarloosde woning voor de eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden op de inventaris.
Indien het gebouw of de woning een tweede termijn van twaalf opeenvolgende maanden op de inventaris is opgenomen, wordt de belasting vastgesteld op 3.000 euro.
Vanaf een derde termijn van twaalf opeenvolgende maanden opname op de inventaris, wordt de belasting vastgesteld op 4.500 euro.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herberekend bij een volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Artikel 10.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13.
Het reglement en de bijhorende belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 19 december 2019 wordt ingetrokken m.i.v. 1 januari 2026.
Artikel 14.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 15.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën, de dienst Omgeving worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 17 november 2011 waarbij het reglement voor inventarisatie van leegstand werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op leegstand van gebouwen en woningen werd goedgekeurd.
Gelet op het decreet Grond- en Pandenbeleid (DGPB) van 27 maart 2009, en latere wijzigingen.
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 11 september 2020.
Overwegende dat de Vlaamse Codex Wonen de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;- dat het wenselijk is om op het grondgebied van de gemeente het patrimonium dat beschikbaar is voor wonen ook optimaal te benutten en dat langdurige leegstand van woningen en gebouwen zorgt voor verloedering en om die reden voorkomen en bestreden moet worden.
Overwegende dat er nog woningen en gebouwen leegstaan in Zandhoven en dat het koppelen van een belasting hieraan een doeltreffend middel is om eigenaars er toe aan te zetten om actie te ondernemen.
Overwegende dat een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot stelling van de leegstand worden vastgesteld.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormelde reglementen aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement en belasting op leegstand van gebouwen en woningen” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen zoals opgenomen in artikel 1.3 in boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 2.
Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. De bestemming van het gebouw blijkt uit de vergunning(en) of de kadastrale gegevens.
Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet effectief gebruikt wordt als woning. Met woning wordt elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande bedoeld.
Een nieuw gebouw of nieuwe woning wordt als leegstaand beschouwd indien voormeld gebouw of woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig de functie.
Het gemeentebestuur houdt een register bij waar de leegstaande gebouwen en woningen worden in opgenomen.
Artikel 3.
Artikel 4.
Alle houders van het zakelijk recht, zoals gekend bij de administratie van het gemeentebestuur op basis van de gegevens van het kadaster, worden met een beveiligde
zending in kennis gesteld van het voornemen om het gebouw of de woning op te nemen in het leegstandsregister.
De houder van het zakelijk recht kan binnen dertig dagen na betekening bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending.
Dit bezwaar bevat minimaal:
Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het bezwaar binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van het ontvangst van het bezwaar. De beslissing wordt per beveiligde zending betekend.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning op in het leegstandsregister vanaf de datum van de administratieve akte.
De houder van het zakelijk recht kan tegen de beslissing over het bezwaar beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.
Artikel 5.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de gemeente:
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het leegstandsregister. De datum van beslissing van het college van burgemeester en schepenen geldt als datum van schrapping uit het leegstandsregister.
Artikel 6.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op gebouwen en woningen die gedurende ten minste twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het leegstaande gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 7.
Artikel 8.
De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Bij mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger er van in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister en het gemeentebestuur in kennis stellen van de overdracht. Bij ontstentenis van deze kennisgeving en voor zover de gemeente niet op de hoogte is van deze overdracht, wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht wordt gevestigd.
Artikel 9.
De belasting wordt vastgesteld op 1.500 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning voor de eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden op de leegstandsinventaris.
Indien het gebouw of de woning een tweede termijn van twaalf opeenvolgende maanden op de leegstandsinventaris is opgenomen, wordt de belasting vastgesteld op 3.000 euro.
Vanaf een derde termijn van twaalf opeenvolgende maanden opname op de leegstandsinventaris, wordt de belasting vastgesteld op 4.500 euro.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de leegstandsinventaris staat wordt herberekend bij een volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Artikel 10.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13.
Het reglement voor inventarisatie van leegstand zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 17 november 2011 wordt ingetrokken m.i.v. 1 januari 2026.
Artikel 14.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 15.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de dienst Omgeving worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet betreffende de algemene bepalingen inzake het milieubeleid van 5 april 1995, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en natuurlijk milieu, en latere wijzigingen.
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering betreffende stedenbouwkundige attesten van 19 maart 2010, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 16 juli 2010, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2013 tot bepaling van de nadere regels inzake het planologisch attest, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid van 15 juli 2017, en latere wijzigingen.
Overwegende dat voor de behandeling van omgevingsvergunningen, - meldingen en de aanvraag van een planologisch – en stedenbouwkundig attest in het kader van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het omgevingsvergunningsbesluit het aangewezen is een billijke vergoeding te vorderen van de aanvragers op wiens initiatief en in wiens voordeel de geldende procedures worden doorlopen.
Overwegende dat de term ‘omgevingsvergunning’ zowel de stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van een ingedeelde inrichting/activiteit, kleinhandelsactiviteiten, het wijzigingen van vegetatie als het verkavelen van gronden/bijstellen van verkavelingen, inhoudt.
Overwegende dat de retributie enkel van toepassing is op aanvragen die worden ingediend bij het gemeentebestuur van Zandhoven, met uitzondering van de kosten die de gemeente moet maken in het kader van een openbaar onderzoek of bekendmaking van een beslissing van aanvragen die ingediend zijn bij de provincie of de Vlaamse Overheid.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij een retributie voor het afleveren van omgevingsvergunning werd goedgekeurd;- dat voormelde retributie enkel de werkelijke administratieve kosten in rekening brengt voor het versturen van aangetekende zendingen, het publiceren van artikelen voor het openbaar onderzoek, het organiseren van informatievergaderingen,…
Overwegende dat naast voormelde administratieve handelingen voor het behandelen van een omgevingsvergunning of - melding, ook andere handelingen noodzakelijk zijn, zoals het aanvragen en behandelen van adviezen, het onderzoek van volledig en ontvankelijkheid, het uitvoeren van vergunningstechnisch onderzoek en het behandelen van bezwaarschriften;- dat het daarom aangewezen is om hiervoor eveneens kosten aan te rekenen en voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor de gemeentelijke dienstverlening voor het aanvragen van omgevingsvergunningen, meldingen, stedenbouwkundige attesten en planologische attesten. De retributie zal van toepassing zijn voor aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager, ongeacht de beslissing over de aanvraag tot omgevingsvergunning, melding, stedenbouwkundig attest of planologisch attest. Indien het dossier wordt ingetrokken door de aanvrager tijdens de procedure is de retributie eveneens verschuldigd.
Artikel 3.
De retributie is niet verschuldigd door:
Artikel 4.
De retributie wordt berekend als volgt:
| Aanvraag omgevingsvergunning (stedenbouwkundige handelingen, ingedeelde inrichtingen of activiteiten, kleinhandelsactiviteiten, vegetatiewijzigingen, verkavelingen of verkavelingsbijstellingen) |
70 euro
|
| Meldingen (stedenbouwkundig of met betrekking tot ingedeelde inrichtingen, incl. specifieke meldingsprocedures zoals melding tot overdracht, stopzetting van activiteiten, bijstelling van voorwaarden, enz.) |
35 euro |
| Aanvraag tot stedenbouwkundig attest |
50 euro |
| Aanvraag tot planologisch attest |
100 euro |
| Publicatie van berichten in dag – of weekbladen |
de werkelijke kosten |
| Het versturen van aangetekende zendingen in het kader van het openbaar onderzoek |
de werkelijke kosten |
| Kosten voor het organiseren van een informatievergadering |
de werkelijke kosten voor het huren van de zaal en het drankverbruik. |
Artikel 5.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager of de betrokken exploitant en dient te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na toezending van de factuur. De dienst omgeving, belast met het behandelen van de aanvragen, houdt de nodige bewijsstukken bij om de werkelijke kosten te bewijzen. De bewijsstukken kunnen bestaan uit facturen, lijsten met aangeschreven personen, bewijsstukken van kosten voor aangetekende zendingen, …
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën, de dienst Omgeving worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 27 april 2000 waarbij het politiereglement betreffende het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en het gebruik van het containerpark werd goedgekeurd, en gewijzigd op 16 oktober 2008 en 28 mei 2009.
Gelet op het Lokaal Materialenplan 2023 – 2030 dat het beleid in Vlaanderen vaststelt rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Overwegende dat dit materialenplan het algemeen kader vormt voor de selectieve inzameling van diverse fracties;- dat Vlaanderen tegen 2030 de totale hoeveelheid restafval sterk wil verminderen.
Gelet op de restafvaldoelstellingen voor de gemeente, die 90 kg/inwoner bedraagt inclusief Vlaams aandeel tegen 2030.
Gelet op het Materialendecreet van 23 december 2011, en latere wijzigingen, dat de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen implementeert, met in het bijzonder
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012, en latere wijzigingen, tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA., met in het bijzonder
Gelet op zijn beslissing van 28 april 2016 en 17 juni 2021 waarbij de beheersoverdracht van de gemeente Zandhoven aan IGEAN voor de huis-aan-huis inzamelingen werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op de ophaling van afval aan huis en de levering van compost werd goedgekeurd, en gewijzigd op 21 januari 2021 en 28 april 2022.
Overwegende dat aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval kosten zijn verbonden die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën.
Overwegende dat het niet aangewezen is om de inzameling- en verwerkingskosten voor de selectieve afvalsoorten volledig in functie van het aanbod door te rekenen aan de aanbieders om een goede sortering aan de bron aan te moedigen.
Overwegende dat het voor een goede sturing van de selectieve inzameling nodig is om een goede verhouding te waarborgen tussen de tarieven voor de verschillende fracties.
Overwegende dat de gemeente de volgende afvalstoffen inzamelt:
Overwegende dat de volgende fracties kosteloos meegegeven kunnen worden met de selectieve inzameling aan huis of via de permanent opgestelde containers:
Overwegende dat de gemeente de volgende materialen op afroep en in bulk aan huis komt leveren:
Gelet op het voorstel dat besproken werd op het adviescomité milieu op 16 juni 2025 en goedgekeurd door de raad van bestuur van IGEAN op 10 september 2025.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de inzameling van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval aan huis.
Artikel 2. Inning
§ 1. Zakken
Diegenen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor de inzameling aan huis, zijn de in artikel 3 vermelde retributies verschuldigd op het ogenblik van de aankoop op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).
§ 2. Groot huisvuil en snoeihout op afroep
Diegenen die gebruik maken van de ophaling van groot huisvuil en snoeihout zijn de vaste kost verschuldigd van zodra de ophaalwagen langs het gevraagde adres is geweest. Ongeacht of er op dat moment al dan niet afval werd aangeboden, zal steeds de vaste kost aangerekend worden.
De in voorkomend geval bijkomende retributie op basis van het gewicht, wordt aangerekend op basis van de weging van het afval op het recyclagepark.
§ 3. Levering van compost en hakselhout
Diegenen die gebruik maken van de levering van compost of hakselhout aan huis zijn de vaste kost verschuldigd van zodra een transport werd uitgevoerd, ongeacht de hoeveelheid compost of hakselhout die wordt vervoerd.
De in voorkomend geval bijkomende kosten voor de compost of het hakselhout zijn ten laste van de aanvrager en worden aangerekend op basis van het getransporteerde gewicht (volgens weegbon).
Artikel 3. Inzameling met zakken
§1. Volgende retributie is verschuldigd op het ogenblik van de aankoop van de zakken voor de afvalinzameling op de door de gemeente vastgestelde plaats(en):
a) pmd-zakken
| pmd-zak 30 liter, verpakt per 20 stuks op rol |
€ 0,10 /zak |
| pmd-zak 60 liter, verpakt per 20 stuks op rol |
€ 0,15 /zak |
| pmd-zak 120 liter, verpakt per 20 stuks op rol (enkel voor scholen en rusthuizen) |
€ 0,25 /zak |
b) papieren keukenafvalzakjes
| keukenafval-zakjes (8 liter), verpakt per 80 stuks |
€ 6 /bundel |
c) huisvuilzakken
| huisvuilzak 30 liter, verpakt per 20 stuks op rol |
€ 0,75 /zak |
| huisvuilzak 60 liter, verpakt per 20 stuks op rol |
€ 1,5 /zak |
De zakken zijn enkel verkrijgbaar in de vermelde voorverpakte hoeveelheden. Enige uitzondering hierop is de verkoop van individuele huisvuilzakken via de balie van het gemeentehuis en via de sociale kruidenier.
§ 2. De ophaling aan huis zal enkel gebeuren in de gestandaardiseerde zakken van de gemeente. De gemeente behoudt zich het recht om zakken die niet aan de sorteerregels voldoen niet mee te nemen bij de ophaling.
§ 3. De gemeentelijke diensten worden vrijgesteld van de retributie.
§ 4. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen ook vrijgesteld worden van de retributie. Het college oordeelt gemotiveerd over het al of niet verlenen van deze vrijstelling.
Artikel 4. Ophaling van grofvuil op afroep
Als grofvuil omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht en niet past in het standaard recipiënt voor de inzameling van huisvuil, dan kan het meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak voor een ophaling in Zandhoven. Per rit kan maximaal 3 m³ groot huisvuil worden aangeboden.
Het groot huisvuil wordt gewogen op het recyclagepark door de gemeentelijke diensten, met uitzondering van de afvalfracties die onder een UPV (Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid) vallen. De gemeente voorziet een weegbon als bewijs van de gewogen ingezamelde hoeveelheden.
De retributie wordt berekend als volgt:
| vaste kost per rit en per ophaaladres + (aantal gewogen kg x tarief per kg afval) |
volgens de volgende prijstabel:
| vaste kost per rit en per ophaaladres |
€ 75 |
| tarief per kg grofvuil |
€ 0,25 |
| Tarief per kg hout |
€ 0,15 |
De retributie is verschuldigd door eenieder die uitdrukkelijk om de ophaling verzoekt en dient te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na toezending van de factuur. De aanvraag voor een ophaling wordt ten laatste 1 week voor de geplande ophaling aan de gemeente gesteld.
Het op te halen grofvuil mag enkel afkomstig zijn van eigendommen gelegen op het grondgebied van Zandhoven.
De volgende fracties worden nooit meegenomen bij een ophaling aan huis:
Artikel 5. Ophaling van snoeiafval op afroep
Als het snoeihout omwille van omvang of gewicht niet zelf naar het recyclagepark kan worden gebracht, dan kan het meegegeven worden via de inzameling aan huis op afroep. De aanbieder maakt hiervoor vooraf een afspraak voor een ophaling in Zandhoven. Per rit kan maximaal 30 m³ snoeihout worden aangeboden.
Voor het snoeihout wordt een vaste retributie aangerekend als volgt:
| vaste kost per rit en per ophaaladres |
€ 75 |
De retributie is verschuldigd door eenieder die uitdrukkelijk om de ophaling verzoekt en dient te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na toezending van de factuur.
Het snoeiafval mag enkel afkomstig zijn van eigendommen gelegen op het grondgebied van Zandhoven. De takken hebben een diameter van maximum 10 cm. Grasafval of graszoden, bladafval, grond of aarde, boomstronken en wortels worden niet opgehaald.
Artikel 6. Levering van compost en hakselhout
Een levering van compost of hakselhout in Zandhoven kan voorzien worden op afroep. Per rit kan maximaal 10 m³ compost of hakselhout worden geleverd. Voor de levering wordt een vaste retributie aangerekend als volgt:
| vaste kost per rit en per leveringsadres |
€ 75 |
De vaste leverkost bevat de kostprijs voor de gevraagde hoeveelheid compost of hakselhout in bulk niet. De aanvrager is de kostprijs van de geleverde compost in bulk of het hakselhout in bulk verschuldigd aan de gemeente bovenop deze retributie. De retributie is verschuldigd door eenieder die uitdrukkelijk om de levering verzoekt en wordt aangerekend per factuur.
De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de kwaliteit van de geleverde goederen.
Artikel 7. Levering van brandhout
Een levering van brandhout in Zandhoven kan voorzien worden bij beschikbaarheid van een volle container. De inhoud van de container is 14m³ (2,5 x 5,5 x 1 m), waarin het beschikbare brandhout in stammen los wordt gestapeld, onverzaagd en ongekliefd.
De gemeente legt een lijst geïnteresseerden aan. Geïnteresseerden worden in chronologische volgorde gecontacteerd zodra een levering brandhout beschikbaar is. Personen die een levering ontvangen hebben of die een levering weigeren, worden achteraan de lijst geplaatst.
Voor de levering wordt een vaste retributie aangerekend als volgt:
| vaste kost per levering brandhout |
€ 300 |
De vaste leverkost bevat het leveren van een volle container los gestapeld brandhout, onverzaagd en ongekliefd. De retributie wordt aangerekend per factuur zodra de geïnteresseerde uitdrukkelijk zijn akkoord geeft.
De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de hoeveelheid en de kwaliteit van het brandhout na levering. De aanvrager is gerechtigd om het brandhout voor het geven van zijn akkoord te komen bezichtigen.
Artikel 8.
De beslissingen van 19 december 2019, 26 januari 2021 en 28 april 2022 worden volledig ingetrokken en vervangen door voorliggend retributiereglement.
Artikel 9.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 10.
Een afschrift van deze beslissing zal aan IGEAN milieu & veiligheid (info@igean.be), de dienst Milieu, dienst Financiën en dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 27 april 2000 waarbij het politiereglement betreffende het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en het gebruik van het containerpark werd goedgekeurd, en gewijzigd op 16 oktober 2008 en 28 mei 2009.
Gelet op het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 dat het beleid in Vlaanderen vaststelt rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Overwegende dat dit materialenplan het algemeen kader vormt voor de selectieve inzameling van diverse fracties;- dat Vlaanderen tegen 2030 de totale hoeveelheid restafval sterk wil verminderen.
Gelet op de restafvaldoelstellingen voor de gemeente, die 90 kg/inwoner bedraagt inclusief Vlaams aandeel tegen 2030.
Gelet op het Materialendecreet van 23 december 2011, en latere wijzigingen, dat de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen implementeert, met in het bijzonder:
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012, en latere wijzigingen tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA., met in het bijzonder
Gelet op zijn beslissing van 28 april 2016 en 17 juni 2021 waarbij de beheersoverdracht van de gemeente Zandhoven aan IGEAN werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij de retributie op de aanvoer van afval op het recyclagepark werd goedgekeurd en gewijzigd op 21 januari 2021 en 23 maart 2023.
Overwegende dat aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval via het recyclagepark kosten zijn verbonden;- dat deze zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën.
Overwegende dat het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen voor het leveren van bepaalde afvalfracties op het recyclagepark, omwille van de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Gelet op het algemeen principe ‘de vervuiler betaalt’, dat bepaalt dat afvalstoffen die belangrijke kosten veroorzaken door de verwerking en/of afzet, niet enkel door de gemeenschap moeten gedragen worden en dat het billijk is de producent ervan een redelijke vergoeding te laten betalen om deze kosten te helpen dekken.
Overwegende dat voor een goede sturing van de selectieve inzameling en het maximaal vermijden van ongesorteerde afvalstromen, een goede verhouding tussen de tarieven voor de verschillende fracties (gratis of betalend) essentieel is.
Overwegende dat op het recyclagepark diftar met weging wordt toegepast, waarbij de betalende fracties worden gewogen en onmiddellijk afgerekend volgens het aangeleverde gewicht.
Overwegende dat de retributies die aan de bedrijven en zelfstandigen worden gevraagd marktconform en dus kostendekkend moeten zijn.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 legt de gemeenteraad volgende retributies vast voor de aanvoer van volgende afvalstoffen op het recyclagepark:
| Afvalfractie |
Tarief |
| Grofvuil |
0.25 euro/kg |
| Steenpuin, cellenbeton, gyproc platen, ander bouw- en sloopafval |
0,04 euro/kg |
| Roofing |
0,25 euro/kg |
| Asbesthoudend afval (vanaf de 1001ste kg aangeleverd door hetzelfde gezin per jaar |
0.25 euro/kg |
| Hout |
0,15 euro/kg |
| Landbouwfolie |
0,15 euro/kg |
Artikel 2.
§ 1. Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van het recyclagepark voor de aanvoer van de in artikel 1 genoemde afvalstoffen.
§ 2. Een gezin bestaat uit alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via de referentiepersoon. De referentiepersoon van een gezin is de persoon in het bevolkingsregister die het huishouden vertegenwoordigt bij contacten met de overheid.
§ 3. Voor elk gezin zijn er volgende vrijstellingen van toepassing:
Deze vrijstelling wordt éénmaal per jaar, namelijk op 1 januari, toegekend. Vrijstellingen kunnen niet opgebouwd worden of overgedragen worden naar het volgende jaar.
§ 4. Zelfstandigen en bedrijven moeten afvalstoffen gesorteerd naar het recyclagepark brengen. Alleen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden aanvaard. Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn afvalstoffen die ontstaan zijn ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als van deze van de normale werking van een particuliere huishouding, en die omwille van de aard, de samenstelling en de hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen. Bedrijven en zelfstandigen krijgen geen vrijstellingen.
Artikel 3.
§ 1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente worden vrijgesteld van de retributie.
§ 2. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten, kunnen ook vrijgesteld worden van de retributie. De betrokken vereniging dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen. Het college oordeelt gemotiveerd over het al of niet verlenen van deze vrijstelling.
Artikel 4.
De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten.
Bij ontstentenis van betaling zal het verschuldigde bedrag aangerekend worden aan de referentie-persoon zoals gedefinieerd in art.2 §2. In afwachting van de betaling van het verschuldigde bedrag, kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden aan alle personen die in het bevolkingsregister gekoppeld zijn met de referentiepersoon. Afval kan in desbetreffend geval pas opnieuw afgeleverd worden als het verschuldigde bedrag vereffend is.
Artikel 5.
§ 1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal 1 toegangskaart per gezin om het recyclagepark te betreden. Voor elke toegangskaart wordt een borg gevraagd van 5 euro.
§ 2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.
Artikel 6.
De beslissingen van 19 december 2019, 26 januari 2020, 21 januari 2021 en 23 maart 2023 worden volledig ingetrokken en vervangen door voorliggend retributiereglement.
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan IGEAN milieu & veiligheid (info@igean.be), de dienst Milieu, dienst Financiën en dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 27 april 2000 waarbij het politiereglement betreffende het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en het gebruik van het containerpark werd goedgekeurd, en gewijzigd op16 oktober 2008 en 28 mei 2009.
Gelet op het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 dat het beleid in Vlaanderen vaststelt rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Gelet op het Materialendecreet van 23 december 2011, en latere wijzigingen, dat de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen implementeert, met in het bijzonder
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012, en latere wijzigingen tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA., met in het bijzonder
Gelet op zijn beslissingen van 28 april 2016 en 17 juni 2021 waarbij de beheersoverdracht van de gemeente Zandhoven aan IGEAN
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op de aankoop van een extra Gft-container en het reglementair aanbieden ervan voor ophaling werd goedgekeurd.
Overwegende dat aan de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbaar bedrijfsafval kosten zijn verbonden die zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën.
Overwegende dat elk gezin in Zandhoven een gratis GFT+-container aangeboden krijgt voor de inzameling en verwerking van GFT+ afval en daarbij de keuze heeft tussen een 120 liter of een 40 liter container.
Overwegende dat alle groenafval, ander dan keukenafval, door inwoners gratis af te leveren is op het recyclagepark.
Overwegende dat het organiseren van de ophaling en de kosten voor de verwerking van het GFT+-afval ingezameld in de gemeente volledig gedragen worden door de gemeente.
Overwegende dat inwoners de mogelijkheid moeten krijgen om een extra GFT+-container te verkrijgen.
Overwegende dat de gemeente op heden voor de verwerking van afval een bedrag van 101,7 euro per ton voor GFT+ betaalt en 38,36 euro per ton voor tuinafval.
Overwegende dat een extra GFT+-container vaker gebruikt wordt voor tuin- dan voor keukenafval, dat de kosten voor de GFT+-ophaling en verwerking veel hoger liggen dan voor tuinafval afgeleverd op het recyclagepark, dat het daarom noodzakelijk is om inwoners aan te moedigen hun tuinafval naar het recyclagepark te brengen.
Overwegende dat een volle GFT+ container met een inhoud van 120 liter gemiddeld tussen de 30 en de 50kg weegt en dat een container een gemiddelde levensduur van 25 jaar heeft.
Overwegende dat een tweewekelijkse ophaling GFT+ georganiseerd wordt in de gemeente vanaf 2026.
Overwegende dat, rekening houdend met bovenstaande gewichten en prijzen, de effectieve kostprijs voor het ledigen van een GFT-container met een inhoud van 120 liter neerkomt op minstens 3 euro.
Overwegende dat de kostprijs per jaar sterk afhankelijk is van het aantal aanbiedingen en kan gaan tussen 3 en 75 euro (1 tot 25 aanbiedingen), en dat daarmee de kosten voor het afleveren van afval voor de volledige levensduur van de container kunnen schommelen tussen 75 en 1875 euro.
Overwegende dat het algemeen principe ‘de vervuiler betaalt’ toegepast moet worden zodat de extra kosten niet door de gemeenschap gedragen moeten worden, dat het daarom billijk is om een voldoende hoge kostprijs van een extra container aan de aanvrager op te leggen.
Overwegende dat de ervaring van de afgelopen legislatuur leert dat het bedrag van 800 euro voldoende hoog is om het aantal aanvragen drastisch te beperken.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het ontvangen van een extra GFT+-container en het reglementair aanbieden ervan voor de ophaling aan huis.
Artikel 2.
De retributie wordt vastgelegd op het éénmalige bedrag van 800 euro per extra GFT+-container.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager en moet betaald worden binnen 30 kalenderdagen na verzending van de factuur door het gemeentebestuur. De aanvrager wordt na betaling van de factuur eigenaar van de GFT+-container. De levering gebeurt na ontvangst van de betaling.
Artikel 3.
De aanvraag voor de aankoop van een extra GFT+-container gebeurt via het daartoe bestemde aanvraagformulier en wordt elektronisch of schriftelijk ingediend bij de milieudienst. De aanvraag wordt na ontvangst getoetst aan het retributiereglement. Het schepencollege behoudt zich steeds het recht om een aanvraag te weigeren.
Artikel 4.
De extra GFT+-container wordt door de gemeente voorzien van een herkenbare sticker die het adres van de eigenaar vermeldt. De container mag enkel aangeboden worden aan het bijhorende adres. De sorteerregels en de regels rond het aanbieden van de container voor ophaling moeten steeds nageleefd worden.
Artikel 5.
Een extra GFT+-container kan enkel aangevraagd worden door personen ingeschreven in het bevolkingsregister van Zandhoven. Een extra GFT+-container kan niet aangevraagd worden door:
Artikel 6.
Als de eigenaar van een aangekochte GFT+-container binnen de gemeente verhuist, wordt hiervan minstens 1 maand voor de verhuisdatum melding gemaakt bij de milieudienst van de gemeente. De gemeente voorziet een aangepaste sticker met het nieuwe adres van de eigenaar voor de extra GFT+-container zodat deze reglementair aangeboden kan worden op het nieuwe adres.
Artikel 7.
De gemeente kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor diefstal, verlies of schade aan een aangekochte GFT+-container.
Artikel 8.
In geval van diefstal of schade voordat de termijn van 25 jaar verstreken is, kan door de eigenaar een nieuwe GFT+-container aangekocht worden tegen aankoopprijs. De gemeente voorziet een aangepaste adressticker zodat de nieuwe GFT+-container reglementair aangeboden kan worden voor ophaling. De gemeente behoudt zich het recht om bewijsmateriaal te vragen van de diefstal of de schade aan de hand van foto’s of een politieaangifte.
Artikel 9.
Een aangekochte extra GFT+-container kan niet overgedragen worden aan een nieuwe eigenaar.
Artikel 10.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 11.
Een afschrift van deze beslissing zal aan IGEAN milieu & veiligheid (info@igean.be), de dienst Milieu, dienst Financiën en dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op de Wet betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen van 14 november 1983.
Gelet op de Wet van 15 januari 2024 betreffende de organisatie van het federale klimaatbeleid.
Gelet op het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) dat de Belgische energie- en klimaatdoelstellingen vastlegt voor de periode 2021-2030.
Gelet op het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) 2021-2030, zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Gelet op de beslissing van de Vlaamse Regering van 5 november 2021 om extra maatregelen te nemen bovenop het reeds bestaande Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 om de klimaatverandering tegen te gaan.
Gelet op het Lokaal Energie- en Klimaatpact dat de Vlaamse overheid afgesloten heeft met de lokale besturen om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken.
Gelet op zijn beslissing van 16 september 2021 waarbij voormeld klimaatpact werd ondertekend door de gemeente Zandhoven.
Gelet op zijn beslissing van 20 oktober 2022 waarbij de ondertekening van het klimaatpact 2.0 werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 17 september 2020 waarbij de ondertekening van het burgemeestersconvenant 2030 werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 24 november 2022 waarbij het energie- en klimaatactieplan (SECAP) van Zandhoven in kader van het burgemeestersconvenant 2030 werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 24 november 2022 waarbij het reglement betreffende de Klimaatpremie werd goedgekeurd.
Overwegende dat het stimuleren van adaptieve klimaatmaatregelen een belangrijke strategie is om de inwoners en onze leefomgeving te wapenen tegen mogelijke klimaatwijzigingen.
Overwegende dat het gedrag van inwoners en het uitvoeren van ingrepen op hun eigen terrein en aan hun eigen woning een essentieel onderdeel is van het behalen van de klimaatdoelstellingen voor onze gemeente.
Overwegende dat het plaatsen van een groendak niet alleen nuttig is als extra stapsteen voor biodiversiteit maar ook voor waterretentie en verkoeling.
Overwegende dat het inschakelen van een renovatiecoach en het krijgen van professioneel advies voor een renovatie een stimulans kan zijn om woningen klimaatbestendig en energiezuinig te maken.
Overwegende dat premies sinds september 2022 zoveel mogelijk worden gebundeld op het online platform ‘mijn verbouwpremie’ van de Vlaamse Overheid.
Overwegende dat het afleveren van een bijkomende premie voor het plaatsen van isolatie mensen aanmoedigt om hun woning zo goed mogelijk te isoleren.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Toelagereglement klimaatmaatregelen: het plaatsen van een groendak, inschakelen van een renovatiecoach en het plaatsen van isolatie in of aan de woning” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend toelagereglement:
| Toelagereglement klimaatmaatregelen: |
|
|
|
Artikel 1. – Definities
Artikel 2. – Personen die in aanmerking komen De premie wordt toegekend aan de aanvrager. Deze persoon dient gerechtigd te zijn tot het (laten) uitvoeren van de maatregelen waarvoor de aanvraag wordt ingediend. Als gerechtigd worden beschouwd:
Artikel 3. – Algemene voorwaarden
Artikel 4. – Aanvraagprocedure
Artikel 5. – Uitkering van het premiebedrag
Artikel 6. – Controle en sancties
Artikel 7. – Premiebedrag en specifieke voorwaarden 7.1 – Het aanleggen van een groendak 7.1.1 – Premiebedrag
7.1.2 – Specifieke voorwaarden
7.1.3 – Verplichte dossierstukken bij de aanvraag Het aanvraagformulier moet minstens volgende documenten bevatten om ontvankelijk te zijn:
7.2 – Beroep doen op een renovatiecoach 7.2.1 – Premiebedrag
7.2.2 – Verplichte dossierstukken bij de aanvraag Het aanvraagformulier moet minstens de volgende documenten bevatten om ontvankelijk te zijn:
7.3 – Het plaatsen van dak- of zoldervloerisolatie, vloer- of kelderisolatie en/of na-isolatie van spouwmuren of buitenmuren 7.3.1 – Premiebedrag
7.3.2 – Specifieke voorwaarden
7.3.3 – verplichte dossierstukken bij de aanvraag
|
Artikel 2.
Met ingang van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt binnen de perken van de beschikbare budgetten een premie toegekend voor specifieke adaptieve klimaatmaatregelen die uitgevoerd worden aan woningen of aan gebouwen in de gemeente Zandhoven, nl. het plaatsen van een groendak, het inschakelen van een renovatiecoach en het plaatsen van isolatie in of aan de woning.
Artikel 3.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, de dienst Milieu, dienst Secretariaat en aan het EnergieK loket van IGEAN milieu & veiligheid (info@igean.be) bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 27 april 2000 waarbij het politiereglement betreffende het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en het gebruik van het recyclagepark werd goedgekeurd, en gewijzigd op 16 oktober 2008 en 28 mei 2009.
Gelet op het Lokaal Materialenplan 2023 – 2030, dat het beleid in Vlaanderen vaststelt rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Gelet op het Materialendecreet van 23 december 2011, en latere wijzigingen, dat de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen implementeert.
Gelet op zijn beslissing van 21 februari 2002 waarbij het toelagereglement op het inzamelen van recycleerbare materialen werd goedgekeurd;- dat dit toelagereglement nog steeds geldig is omdat er geen einddatum opgenomen werd in voormelde beslissing.
Overwegende dat het gemeentebestuur, in onderling overleg met de (jeugd)verenigingen, al enkele jaren gestopt is om een inzameling aan huis door de jeugdverenigingen toe te laten uit veiligheidsoverwegingen.
Overwegende dat de inwoners voldoende andere mogelijkheden hebben voor het verwijderen van hun papierafval via de ophaling aan huis of het recyclagepark.
Overwegende dat de verenigingen indien gewenst nog steeds toelating kunnen krijgen van het gemeentebestuur voor een inzamelactie papier op een locatie naar keuze, maar dat zij in dit geval afhankelijk zijn van het geldende markttarief voor de opbrengst van deze actie.
Overwegende dat het huidige markttarief voor papier voldoende winst oplevert en dat een toelage hiervoor van de gemeente niet nodig is.
Overwegende dat, om voormelde aangehaalde argumenten, het aangewezen lijkt om het voormeld toelagereglement op het inzamelen van recycleerbare materialen, op te heffen.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt het toelagereglement op het inzamelen van recycleerbare materialen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 februari 2002, integraal opgeheven.
Artikel 2.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Milieu, dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 27 april 2000 waarbij het politiereglement betreffende het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en het gebruik van het recyclagepark werd goedgekeurd en gewijzigd op 16 oktober 2008 en 28 mei 2009.
Gelet op het Materialendecreet van 23 december 2011, en latere wijzigingen, dat de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen implementeert;- dat artikel 26 van het Materialendecreet aan de gemeenten de opdracht geeft om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.
Gelet op het Lokaal Materialenplan 2023 - 2030 dat het beleid in Vlaanderen vaststelt rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Overwegende dat de kosten en opbrengsten van de recipiënten en materialen die verkocht worden op het recyclagepark aan de gemeente worden afgerekend via de jaarlijkse eindafrekening van IGEAN milieu & veiligheid.
Overwegende dat er wordt gestreefd om de biologische kringloop zoveel mogelijk thuis te sluiten;- dat compostvaten en -bakken aangekocht kunnen worden op het recyclagepark om thuiscomposteren te stimuleren en afvalverwerking van tuinafval in de eigen tuin te stimuleren.
Overwegende dat het selectief ingezamelde groenafval en het gft worden gecomposteerd;- dat het eindproduct een echte bodemverbeteraar is en in zakken beschikbaar is op het recyclagepark;- dat het gebruik wordt aangemoedigd omdat deze lokaal geproduceerde compost zorgt voor een kleinere ecologische voetafdruk dankzij de vastlegging van CO2.
Overwegende dat inwoners een regenwaterton aan kunnen kopen aan een voordelig tarief zodat ze kostbaar hemelwater kunnen opvangen;- dat dit bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente door droogte tegen te gaan.
Overwegende dat het verplicht is om hechtgebonden asbest verpakt af te leveren op het recyclagepark zoals bepaald in de omzendbrief OMG 2020/O 2020/1;- dat de inwoners hiervoor gebruik moeten maken van speciale zakken of folie die op het recyclagepark aangekocht kunnen worden.
Overwegende dat de gemeente de verenigingen wenst te ondersteunen in het organiseren van veilige en reglementaire muziekevenementen;- dat zij daarom oordopjes ter beschikking stelt om aan de voorwaarden van een toelating voor versterkte muziek te voldoen.
Overwegende dat de gemeente voormelde materialen aan aankoopprijs wenst te verkopen aan haar inwoners, dat een kleine afronding wordt gemaakt om tot duidelijke en eenvoudige bedragen te komen.
Overwegende dat het aangewezen is om uniforme retributies toe te passen in de hele IGEAN-regio voor de verkoop van de recipiënten.
Gelet op zijn beslissing van 13 november 2014 waarbij het reglement m.b.t. verkoop van materialen aan inwoners werd goedgekeurd, en latere wijzigingen.
Gelet op de goedkeuring van dit voorstel door de raad van bestuur van IGEAN milieu & veiligheid op 10 september 2025.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt de retributie op de verkoop van diverse materialen vastgesteld als volgt:
| compostvat incl. beluchtingsstok |
€ 50 |
| beluchtingsstok |
€ 5 |
| compostbak |
€ 140 |
| aanbouwmodule compostbak |
€ 95 |
| regenwaterton 310 liter |
€ 70 |
| regenwaterton 510 liter |
€ 110 |
| buisfolie voor asbestplaten (ongeacht de grootte) |
€ 1 |
| minibag van 150 liter voor asbestcementafval |
€ 1 |
| zak compost 40 liter |
€ 5 |
| oordopjes |
Tegen aankoopprijs |
Artikel 2.
Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik wenst te maken van de materialen en bij de aflevering ervan. Bedrijven en zelfstandigen betalen dezelfde retributie.
Artikel 3.
§ 1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Zandhoven worden vrijgesteld van de retributie.
§ 2. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Zandhoven en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen ook vrijgesteld worden van de retributie. De betrokken vereniging dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen. Het college oordeelt gemotiveerd over het al of niet verlenen van deze vrijstelling.
Artikel 4.
De betaling gebeurt ter plaatse bij afhaling, cash of aan de betaalterminal met betaalkaarten. Op het recyclagepark zijn enkel betalingen mogelijk aan de betaalterminal met betaalkaarten en niet cash.
Artikel 5.
De beslissingen van 13 november 2014 en 27 juni 2024 worden volledig ingetrokken en vervangen door voorliggend reglement.
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan IGEAN milieu & veiligheid (info@igean.be), de dienst Milieu, dienst Financiën en dienst Secretariaat bezorgd worden;
De gemeenteraad,
Gelet op de opening van vrijetijdscentrum Den Blijk op 7 november 2025.
Overwegende dat het gemeentebestuur met ingang van 1 januari 2026 de zaal wenst te verhuren aan verenigingen gevestigd in Zandhoven en voor koffietafels n.a.v. een uitvaartplechtigheid in Zandhoven.
Overwegende dat het noodzakelijk is een reglement in te voeren waaraan zowel het college van burgemeester en schepenen als de gebruikers van de lokalen zich moeten houden bij het toekennen van de toelating tot gebruik en bij het eigenlijk gebruik van de bedoelde lokalen.
Gelet op het ontwerp van het gebruiksreglement dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan onderstaand reglement:
| DEN BLIJK |
||
|
|
1. TOEPASSINGSGEBIED |
|
|
|
1.1 |
Dit gebruiksreglement is van toepassing op Den Blijk (Amelbergastraat 15 - 2240 Zandhoven). Met de “gebruiker” worden volgende personen, verenigingen en groepen bedoeld:
|
|
|
1.2 |
Dit gebruik wordt intuitu personae toegestaan en is niet vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht aan een derde zonder een voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen. |
|
|
2. AANVRAAG TOT GEBRUIK |
|
|
|
2.1 |
Meerderjarige personen, verenigingen of groepen kunnen een aanvraag indienen voor het gebruik van de lokalen van Den Blijk (Amelbergastraat 15 - 2240 Zandhoven). |
|
|
2.2 |
Meerderjarige personen, verenigingen of groepen die gebruik wensen te maken van de bedoelde lokalen zullen daartoe een aanvraag indienen bij het gemeentebestuur van Zandhoven. Deze aanvraag dient te gebeuren via de website of via de dienst Onthaal van de gemeente Zandhoven. |
|
|
2.3 |
De aanvraag tot gebruik dient bij het gemeentebestuur toe te komen uiterlijk zeven dagen voor de dag waarop men gebruik wenst te maken van het/de loka(a)l(en) voor respectievelijk een reservatie door een vereniging of een reservatie voor een koffietafel. Laattijdige aanvragen kunnen ingewilligd worden indien dit administratief nog mogelijk is. De verenigingen of groepen met maatschappelijke zetel in de gemeente Zandhoven mogen maximum twee jaar op voorhand een aanvraag indienen. |
|
|
2.4. |
De persoonsgegevens die ingevuld worden in de reservatietool zullen gebruikt worden:
De verantwoordelijke voor de gegevensverwerking is de algemeen directeur van de gemeente Zandhoven. |
|
|
3. TOELATING |
|
|
|
3.1 |
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd toelating te verlenen tot gebruik van een of meerdere loka(a)l(en). |
|
|
3.2 |
De lokalen mogen niet ter beschikking gesteld worden voor het geven van een bal, een fuif, een instuif of gelijkaardige activiteiten. |
|
|
3.3 |
Indien voor het gebruik van een of meerdere lokalen op dezelfde datum of dezelfde data meer dan één aanvraag zou worden ingediend, dan zal de volgende voorrangsregeling worden toegepast (rekening houdende met de reeds vroeger afgesloten overeenkomsten):
Het gebruik van een of meerdere lokalen voor activiteiten die meermaals worden herhaald, kan slechts toegestaan worden voor een periode van maximum 6 maanden. |
|
|
3.4 |
De aanvrager ontvangt een mail met goedkeuring of annulatie van de aanvraag. |
|
|
4. GEBRUIKSVOORWAARDEN |
|
|
|
4.1 |
De gebruiker zal, nadat hij een goedkeuring tot gebruik ontvangen heeft, indien nodig contact opnemen met de toezichter voor concrete afspraken en vragen. De gegevens van de toezichter zijn terug te vinden in het zaalreservatiesysteem of bij de dienst Onthaal. Deze persoon zal toezicht uitoefenen op de naleving van de voorwaarden vermeld in de ‘gebruiksovereenkomst’. De gebruiker dient de ‘gebruiksovereenkomst’ stipt na te leven. Hij zal zich tevens schikken naar de richtlijnen van de toezichter. |
|
|
4.2 |
De gebruiker dient het/de loka(a)l(en) te ontruimen uiterlijk op het tijdstip bepaald in de goedkeuring van de aanvraag. Afwijkingen hierop dienen besproken te worden met de toezichter. |
|
|
4.3 |
Het lokaal of de lokalen worden ter beschikking gesteld onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de gebruiker deze inricht en uitrust overeenkomstig het doel waarvoor het gebruik wordt toegestaan. Het is niet toegelaten gebruik te maken van andere lokalen en voorzieningen dan deze die goedgekeurd werden. |
|
|
4.4 |
De toegang tot het/de loka(a)l(en) wordt verleend via een geprogrammeerde badge. De toegangsbadge kan afgehaald worden bij de toezichter of aan de balie van Den Blijk na ontvangst van een ontvangstbewijs. De gegevens zijn terug te vinden in het zaalreservatiesysteem of bij de dienst Onthaal. |
|
|
4.5 |
Geen enkele badge, noch een duplicaat ervan, mag in handen van de gebruiker blijven. Bij het einde van ieder gebruik dient de badge de eerstvolgende werkdag afgegeven te worden aan de toezichter of aan de balie van Den Blijk. Bij verlies van de badge wordt de kostprijs aangerekend voor vervanging en activeren van de badge. |
|
|
4.6 |
Elk lokaal dient in dezelfde toestand verlaten te worden als deze waarin het zich bij de ingebruikname bevond. De gebruiker zal de nodige afspraken maken met de toezichter voor wat deze reiniging aangaat. Indien het lokaal niet correct is achtergelaten zal er een extra kost van 25 euro/uur aangerekend worden voor het extra werk van de toezichter. |
|
|
4.7 |
Het is uitdrukkelijk verboden muren, deuren of ramen te gebruiken als publiciteitsborden of aanhechtingspunten. Gebruik van welk danig hechtingsmateriaal is verboden. Het uithangen van affiches of versieringen op de daartoe voorziene plaatsen geschiedt in overleg met de toezichter. |
|
|
4.8 |
Het is uitdrukkelijk verboden aan de muren opgehangen schilderijen of kunstvoorwerpen te verplaatsen of te verwijderen, de kasten te verplaatsen of de inhoud ervan te wijzigen, te verwijderen of ze te doen verdwijnen. |
|
|
4.9 |
Eventuele beschadigingen, toegebracht aan lokalen en/of uitrusting, tijdens het gebruik, moeten onmiddellijk door en op kosten van de gebruiker worden hersteld of vergoed. De gebruiker brengt de toezichter hiervan zonder uitstel op de hoogte. Alle door de gebruikers of bezoekers veroorzaakte schade dient integraal vergoed te worden tegen de werkelijke kostprijs. |
|
|
4.10 |
In de lokalen kan enkel zachte muziek gedoogd worden. |
|
|
4.11 |
Een algemeen rookverbod geldt in alle lokalen van de gemeentelijke zaal en buiten in een straal van 10 meter. Dieren zijn niet toegelaten in Den Blijk. |
|
|
4.12 |
De gebruiker aan wie toelating wordt verleend om gebruik te maken van een of meerdere lokalen van de gemeentelijke zaal, is verantwoordelijk voor de goede naleving van voorgaande verplichtingen. |
|
|
4.13 |
Elke gebruiker is verplicht alle voorschriften na te leven die betrekking hebben op de auteursrechten de billijke vergoeding, de provinciale en/of gemeentelijke taksen en de bestaande politiereglementen. |
|
|
4.14 |
De gebruiker verbindt zich ertoe:
|
|
|
4.15 |
De gebruiker - die de tapinrichting en/of de keuken gebruikt of het gebruik aan een derde toevertrouwt - is verplicht deze na gebruik grondig te reinigen en al het gebruikte materiaal zoals keukengerief, glazen, tassen, schenkborden, etc... af te wassen en op te bergen in de keukenkasten. Gebroken glazen of verdwenen bestekken worden aangerekend aan de geldende prijzen. |
|
|
4.16 |
Er mogen uitsluitend gewone dranken worden geschonken die door het gemeentebestuur ter beschikking worden gesteld tegen courante prijzen die door het college van burgemeester en schepenen zullen worden vastgesteld. Met de toezichter dient er afgesproken welke dranken bij de aanvang van de activiteit dienen aanwezig te zijn. Met hem dient tevens de grootte of de hoeveelheid van de voorraad geregeld te worden. Aangestoken en niet ledige vaten worden als volledig verbruikt aangerekend. Er dient met de toezichter afgesproken omtrent het opbergen van het leeggoed na de activiteit en het aanvullen of leegmaken van de frigo’s. |
|
|
4.17 |
Bij het einde van de activiteit wordt een document opgesteld waaruit het verbruik van de dranken kan worden afgeleid en dat onmiddellijk door de gebruiker aan de toezichter ter beschikking wordt gesteld. De toezichter controleert het document op de juistheid ervan en maakt het op zijn beurt over aan de dienst Financiën van de gemeente Zandhoven. De dienst Financiën maakt een onkostennota op die aan de gebruiker ter betaling zal worden voorgelegd. |
|
|
4.18 |
Wenst de gebruiker andere dranken dan de gewone dranken die ter beschikking zijn (b.v. wijnen, sterke dranken, cocktails), dan dient hij deze zelf aan te schaffen en dit aan de toezichter kenbaar te maken en met deze een regeling te treffen voor wat het verwijderen van de lege flessen betreft. |
|
|
4.19 |
Alle materiaal dat door de gebruiker zelf ter plaatse werd gebracht, dient de dag na de activiteit verwijderd te worden. Indien de dag nadien een andere activiteit doorgaat, dient het verwijderen onmiddellijk te gebeuren. |
|
|
4.20 |
Geschillen en betwistingen zullen beslecht worden door de toezichter in samenspraak met het college van burgemeester en schepenen. |
|
|
4.21 |
Bij duidelijke kwaadwillige overtredingen van dit reglement, bij misleidende aanvragen, kan het college van burgemeester en schepenen aan de betrokken gebruiker elk gebruik van om het even welk lokaal ontzeggen. |
|
|
4.22 |
De gebruiker mag -om veiligheidsredenen- geen groter aantal plaatsen aanbieden dan er zich mensen in de lokalen mogen bevinden. Alle uitgangen, nooduitgangen en trappen dienen steeds vrijgehouden te zijn. |
|
|
5. VERGOEDING |
|
|
|
5.1 |
Voor het gebruik van elk lokaal wordt een vergoeding gevraagd. Deze vergoeding wordt door de gemeenteraad vastgesteld in een retributiereglement. Eventuele andere kosten zoals bedoeld in 4.5, 4.6, 4.9, 4.15 en 4.16 worden hierbij toegevoegd. |
|
|
6. OVERMACHT |
|
|
|
6.1 |
Het gemeentebestuur van Zandhoven kan niet aansprakelijk gesteld worden voor om het even welk tijdelijk gemis van het genot van de ter beschikking gestelde loka(a)l(en), uit welke oorzaak ook voortvloeiend. Er kan onder geen enkel beding enige schadevergoeding van gemeentebestuur van Zandhoven gevorderd worden. |
|
|
6.2 |
Het college van burgemeester en schepenen behouden zich het recht voor om in geval van onvoorziene, dringende omstandigheden (rampen…) zonder enige schadevergoeding te beschikken over de accommodatie. |
|
|
7. VERZEKERING |
|
|
|
7.1 |
Het gemeentebestuur van Zandhoven staat in voor de brandverzekering van het gebouw. In zijn polis voorziet het afstand van verhaal tegenover de gebruikers. |
|
|
7.2 |
Elke gebruiker sluit, voor zover hij of zij dit nodig acht, alle verzekeringen of voor zijn eigendommen en verantwoordelijkheden. Het gemeentebestuur van Zandhoven kan geenszins verantwoordelijk worden gesteld voor welke gevolgen dan ook te wijten aan het gebruik van of de organisatie van activiteiten. |
|
|
8. ALGEMEENHEDEN |
|
|
|
8.1 |
Het college van burgemeester en schepenen of de toezichter hebben te allen tijde toegang. |
|
|
8.2 |
In uitzonderlijke omstandigheden door de concrete situatie verantwoord, is het college van burgemeester en schepenen bevoegd af te wijken van de bepalingen voorzien in dit gebruikersreglement. |
|
|
9. VERANTWOORDELIJKHEID |
|
|
|
9.1 |
Het gemeentebestuur wijst iedere verantwoordelijkheid af voor lichamelijke en/of stoffelijke schade die aan de gebruikers en/of aan derden zou kunnen veroorzaakt worden door ongevallen die tijdens of ter gelegenheid van de georganiseerde activiteit(en) zouden kunnen voorkomen. Wanneer het aan de gebruiker toegestaan wordt voorwerpen die aan hem, aan zijn leden en/of aan zijn genodigden toebehoren, op te bergen in een of meerdere lokalen, dan kan het gemeentebestuur niet aansprakelijk gesteld worden voor verlies, diefstal of beschadiging van deze voorwerpen. |
|
|
9.2 |
De gebruiker is verantwoordelijk voor de gebruikte infrastructuur van de lokalen. Hij is verantwoordelijk voor schade aan de infrastructuur, de uitrusting en de ter beschikking gestelde apparaten ongeacht of deze schade veroorzaakt wordt door zichzelf, door zijn leden, zijn medewerkers en/of door zijn genodigden. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen, diefstal, noch voor schade aan derden (bezoekers). |
Artikel 2.
Dit reglement zal per 1 januari 2026 van toepassing zijn.
Artikel 3.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, de dienst Onthaal, de dienst Vrije Tijd en de dienst Secretariaat worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van vrijetijdscentrum Den Blijk (Amelbergastraat 15 - 2240 Zandhoven) werd goedgekeurd.
Overwegende dat het gemeentebestuur voorlopig de zaal wil gebruiken voor de verhuur aan verenigingen van Zandhoven, koffietafels voor n.a.v. een uitvaartplechtigheid in Zandhoven en eigen activiteiten;- dat na een jaar de evaluatie gedaan zal worden en de mogelijke verhuur aan particulieren en bedrijven besproken zal worden.
Overwegende dat het aangewezen is om verschillende tarieven op te leggen voor verenigingen gevestigd in de gemeente Zandhoven en koffietafels n.a.v. een uitvaartplechtigheid in Zandhoven.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het gebruik van Den Blijk.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de zalen in Den Blijk.
Artikel 3.
Voor het gebruik van de zalen zullen de volgende vergoedingen moeten worden betaald:
|
|
Binnen Zandhoven |
|
|
|
Feestzaal |
Multifunctionele zaal |
| Vereniging |
10 euro |
10 euro |
| Koffietafel |
200 euro |
/ |
Artikel 4.
De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Onthaal, de dienst Vrije Tijd en de dienst Financiën worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 18 juni 2020 waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van afspanning Sint-Christoffel (Amelbergastraat 1 - 2240 Zandhoven) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 18 juni 2020 waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van Huize Bruyneel (Vierselbaan 2 - 2240 Zandhoven) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 18 juni 2020 waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van het voormalig gemeentehuis Pulderbos (Dorp 12 - 2242 Pulderbos) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 18 juni 2020 waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van parochiezaal Sint-Stefaan Massenhoven (Kerkstraat 29 - 2240 Massenhoven) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 18 juni 2020 waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van de Chalet Pulderbos (Dorp 12 - 2242 Pulderbos) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 17 september 2020 waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van Parochiehuis De Griffel (Dorpsstraat 37 - 2243 Pulle) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 23 maart 2023 waarbij het gebruiksreglement voor het gebruik van Parochiezaal Viersel (Parochiestraat 42 - 2240 Viersel) werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen is om verschillende tarieven op te leggen voor verenigingen of privaat personen of bedrijven gevestigd of wonende in de gemeente Zandhoven en voor verenigingen en privaat personen die niet gevestigd zijn en niet wonen in de gemeente Zandhoven;- dat het verschil in tarieven wordt gemotiveerd omwille van het feit dat enerzijds personen gedomicilieerd in de gemeente Zandhoven reeds hebben bijgedragen tot de instandhouding van de culturele infrastructuur door hun bijdrage in de aanvullende personenbelasting en anderzijds dat verenigingen gevestigd op het grondgebied van de gemeente Zandhoven zich reeds hebben ingezet voor de ontwikkeling van het culturele leven in de gemeente.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement van afspanning Sint-Christoffel (Amelbergastraat 1 - 2240 Zandhoven) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement van Huize Bruyneel (Vierselbaan 2 - 2240 Zandhoven) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement van het voormalig gemeentehuis Pulderbos (Dorp 12 - 2242 Pulderbos) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement van parochiezaal Sint-Stefaan Massenhoven (Kerkstraat 29 - 2240 Massenhoven) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement van de Chalet Pulderbos (Dorp 12 - 2242 Pulderbos) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 17 september 2020 waarbij het retributiereglement van Parochiehuis De Griffel (Dorpsstraat 37 - 2243 Pulle) werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 23 maart 2023 waarbij het retributiereglement van Parochiezaal Viersel (Parochiestraat 42 - 2240 Viersel) werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormelde retributies samen te voegen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het gebruik van de gemeentelijke zalen.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de zaal of lokalen.
Artikel 3.
Voor het gebruik van de zalen zullen de volgende vergoedingen moeten worden betaald:
|
|
1. Huize Bruyneel (Zandhoven) |
|||||||||||
|
|
|
|
Binnen Zandhoven |
|||||||||
|
|
|
|
Dokterskabinet |
Hoofdkamer |
||||||||
|
|
|
Vereniging |
5 euro |
10 euro |
||||||||
|
|
2. Gemeentehuis Pulderbos / Parochiezaal Sint-Stefaan Massenhoven |
|||||||||||
|
|
|
|
Binnen Zandhoven |
Buiten Zandhoven |
||||||||
|
|
|
Vereniging |
10 euro |
100 euro |
||||||||
|
|
|
Particulier |
150 euro |
300 euro |
||||||||
|
|
3. Afspanning Sint-Christoffel (Zandhoven) |
|||||||||||
|
|
|
|
Binnen Zandhoven |
Buiten Zandhoven |
||||||||
|
|
|
|
Hoofdgebouw |
Hoofdgebouw |
Hoofdgebouw |
Hoofdgebouw |
||||||
|
|
|
Vereniging |
10 euro |
10 euro |
80 euro |
100 euro |
||||||
|
|
|
Particulier |
80 euro |
100 euro |
200 euro |
300 euro |
||||||
|
|
4. Chalet Pulderbos |
|||||||||||
|
|
|
|
Binnen Zandhoven |
Buiten Zandhoven |
||||||||
|
|
|
Vereniging |
10 euro |
100 euro |
||||||||
|
|
|
Particulier |
100 euro |
200 euro |
||||||||
|
|
5. De Griffel (Pulle) |
|||||||||||
|
|
|
|
Binnen Zandhoven |
Buiten Zandhoven |
||||||||
|
|
|
|
Feestzaal |
Vergaderlokaal |
Feestzaal |
Vergaderlokaal |
||||||
|
|
|
Vereniging |
10 euro |
10 euro |
100 euro |
100 euro |
||||||
|
|
|
Particulier |
150 euro |
/ |
300 euro |
/ |
||||||
|
|
6. Parochiezaal Viersel |
|||||||||||
| Binnen Zandhoven | Buiten Zandhoven + commerciële doeleinden |
|||||||||||
|
|
|
|
Grote zaal |
Café + |
Grote zaal |
Grote zaal |
Café + |
Grote zaal |
||||
|
|
|
Vereniging |
10 euro |
10 euro |
20 euro |
100 euro |
100 euro |
200 euro |
||||
|
|
|
Particulier |
150 euro |
100 euro |
250 euro |
300 euro |
200 euro |
500 euro |
||||
Artikel 4.
De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Onthaal en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij de retributie voor het gebruik van het sportcentrum “Hofeinde” en de turnzaal van de Gemeentelijke Basisschool van Zandhoven werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 20 mei 2021 waarbij de gebruiksovereenkomst tussen de gemeente Zandhoven en APSO en KTT m.b.t. het gebruik van kantine sportcentrum “Hofeinde” werd goedgekeurd.
Overwegende dat tot op heden verenigingen nog steeds gebruik maken van de gemeentelijke turnzaal.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het gebruik van de turnzaal van Gemeentelijke Basisschool Zandhoven.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de turnzaal.
Artikel 3.
Het bedrag van de retributie wordt vastgelegd als volgt:
|
|
Vereniging met maatschappelijke zetel in Zandhoven |
Vereniging met maatschappelijke zetel buiten Zandhoven |
| Turnzaal |
3 euro |
9 euro |
Artikel 4.
De retributie wordt gevestigd op het ogenblik van het gebruik van de turnzaal. De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de dienst Vrije Tijd bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen
Gelet op zijn beslissing van 23 april 2020 betreffende de goedkeuring van het reglement inzake gemeentelijke toelage en/of medewerking aan vieringen en evenementen;- dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Overwegende dat het wenselijk is om onze inwoners en verenigingen bij belangrijke gebeurtenissen in de bloemetjes te zetten.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van het reglement inzake gemeentelijke toelage en/of medewerking aan vieringen en evenementen dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van het reglement akkoord kan gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
|||||||||||||||
|
|
Artikel 1.
Artikel 2.
Artikel 3. Artikel 4.
Artikel 5. Artikel 6. |
||||||||||||||
Artikel 2.
Dit reglement vervangt het vorige reglement inzake gemeentelijke toelage en/of medewerking aan vieringen en evenementen zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 23 april 2020. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, de dienst Onthaal, de dienst Burgerzaken en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij de bepalingen m.b.t. toekenning van een geboorte- en adoptiepremie werden goedgekeurd.
Overwegende dat het wenselijk is jonge ouders een financieel duwtje in de rug te geven bij de geboorte of adoptie van hun kindje.
Overwegende dat het nodig is om de huidige bepalingen voor toekenning van de premies aan te passen gezien het voorstel om de premie niet uit te betalen op een bankrekening van de begunstigden maar in de vorm van Zandhovense KaZo! Cheques;- dat we op die manier niet alleen investeren in jonge gezinnen, maar we eveneens de lokale economie ondersteunen vermits deze cheques besteed kunnen worden bij iedere Zandhovense handelaar die geregistreerd is bij KaZo!, een uitgebreide lijst van lokale handelaars die beschikbaar staat op de gemeentelijke website.
Overwegende dat de voorwaarden dienen bepaald, waaraan dient voldaan, om van de toekenning van de bedoelde premie te kunnen genieten.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van het reglement voor de toekenning van een geboorte- en adoptiepremie dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Gelet op de tussenkomst van dhr. Smets P. die verklaart dat N-VA een premie voor "pleegzorg" wil laten opnemen in het reglement.
Overwegende dat het noodzakelijk is over het amendement van Smets P. te beraadslagen en het ter stemming voor te leggen.
De voorzitter legt daarop de door Smets P. ingediende amendement ter stemming aan de raad voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 6 stemmen voor (Conny Van den Heuvel, Johan Steylaerts, Dieter Stulens, Bram Cools, Patrick Ven, Peter Smets), 16 stemmen tegen (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren) |
Het amendement van dhr. Smets P. is derhalve verworpen.
Gelet op de tussenkomst van dhr. Ven P. die een toevoeging vraagt om de premie toe te kennen tot en met een 3de kind.
Overwegende dat het noodzakelijk is over het amendement van Ven P. te beraadslagen en het ter stemming voor te leggen.
De voorzitter legt daarop de door Ven P. ingediende amendement ter stemming aan de raad voor.
De stemming geeft de volgende uitslag:
Volgens onderstaand stemgedrag:
| Publieke stemming: Met 1 stem voor (Patrick Ven), 21 stemmen tegen (Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Conny Van den Heuvel, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Johan Steylaerts, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren, Dieter Stulens, Bram Cools, Peter Smets) |
Het amendement van dhr. Ven P. is derhalve verworpen.
Overwegende dat het noodzakelijk is om te stemmen over het al of niet aanpassen en hernieuwen van het reglement voor de toekenning van een geboorte- en adoptiepremie.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, zal in Zandhoven een geboortepremie en een adoptiepremie worden verleend.
Artikel 2.
De geboortepremie zal worden toegekend aan de moeder, op voorwaarde dat zij op de dag van de geboorte van het kind gedomicilieerd is in de gemeente Zandhoven.
Met ‘geboorte’ wordt bedoeld de geboorte van een kind waarvoor de aangifteplicht geldt, nl. een zwangerschapsduur van minstens 180 dagen vanaf de verwekking.
Artikel 3.
De adoptiepremie zal worden verleend aan de adoptieouder(s) op voorwaarde dat het betrokken kind niet ouder is dan zeven jaar en dat de adoptant(en) op het
ogenblik van de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de adoptie, gedomicilieerd is (zijn) in de gemeente Zandhoven.
‘Adoptie’ verwijst naar het juridische proces waarbij een persoon of een echtpaar wettelijk ouder(s) wordt van een kind dat niet biologisch aan hen verwant is. Het is een legale procedure waarbij de adoptieouder(s) rechten en verantwoordelijkheden van de biologische ouders overgedragen krijgen.
Voor wat de toekenning van de premie betreft, komen zowel de gewone als de volle adoptie in aanmerking.
Artikel 4.
De gemeentelijke geboortepremie en adoptiepremie wordt vastgesteld op 50 euro per geboorte of adoptie, zonder onderscheid voor een eerste of een latere geboorte of adoptie. Deze wordt uitbetaald in de vorm van Zandhovense KaZo! Cheques op de jaarlijkse babyborrel.
Rechthebbenden die niet hebben deelgenomen aan de babyborrel ontvangen een brief, waarmee zij de premie kunnen ophalen in het gemeentehuis.
Artikel 5.
Het is niet nodig een aanvraag hiervoor in te dienen.
Artikel 6.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Burgerzaken, dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op de Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen.
Gelet op de Wet van 28 januari 1975 betreffende de gemeentebelastingen op het lijkenvervoer, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, en latere wijzigingen.
Gelet op de omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op de lijk- en asbezorging van personen vreemd aan de gemeente werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op:
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de begraving, verstrooiing of bijzetting in een columbarium.
Artikel 3.
Het bedrag van de belasting bedraagt 80,00 euro.
Artikel 4.
De belasting is niet verschuldigd voor:
Artikel 5.
De belasting is betaalbaar door de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag tegen afgifte van een betalingsbewijs. Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na verzending van de factuur door de gemeente.
Artikel 6.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Secretariaat en de dienst Burgerzaken bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, en latere wijzigingen.
Gelet op de omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten, en latere wijzigingen.
Overwegende dat het aangewezen is verminderde tarieven vast te stellen voor personen wonende in de gemeente of met binding met de gemeente om reden dat deze personen of hun naaste familie via de aanvullende belasting op de personenbelasting reeds hebben bijgedragen tot de voorziening van gemeentelijke diensten en onderhoud van de gemeentelijke infrastructuur.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op de begraafplaatsconcessies werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend op het verlenen van grondconcessies voor een termijn van 25 jaar op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 2.
De retributie voor de concessie is verschuldigd door de aanvrager van de concessie.
Artikel 3.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Personen wonende in de gemeente: |
|
| Eén persoon: |
160,00 euro |
| Twee personen: |
|
|
320,00 euro |
|
185,00 euro |
| Personen niet wonende in de gemeente maar met binding met de gemeente: |
|
| Eén persoon: |
240,00 euro |
| Twee personen: |
|
|
480,00 euro |
|
265,00 euro |
| Personen niet wonende in en zonder binding met de gemeente: |
|
| Eén persoon: |
480,00 euro |
| Twee personen: |
|
|
960,00 euro |
|
530,00 euro |
De kostprijs van de grafkelder voor de begraving van 2 personen boven elkaar is niet in voormelde tarieven inbegrepen en valt ten laste van de aanvrager of van de nabestaanden van de overledene.
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager van de concessie op het ogenblik van de aanvraag tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de factuur door de gemeente.
Artikel 5.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Secretariaat en de dienst Burgerzaken bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, en latere wijzigingen.
Gelet op de omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten, en latere wijzigingen.
Overwegende dat het aangewezen is verminderde tarieven vast te stellen voor personen wonende in de gemeente of met binding met de gemeente om reden dat deze personen of hun naaste familie via de aanvullende belasting op de personenbelasting reeds hebben bijgedragen tot de voorziening van gemeentelijke diensten en onderhoud van de gemeentelijke infrastructuur.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op de grondconcessie begraving van urnen op het urnenveld werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend op het verlenen van een grondconcessie voor een termijn van 25 jaar op de begraving van urnen in het urnenveld.
Artikel 2.
De retributie voor de grondconcessie is verschuldigd door de aanvrager van de concessie.
Artikel 3.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Personen wonende in de gemeente: |
|
| 1 urne per kelder |
160 euro |
| 2 urnen per kelder |
320 euro |
| Personen niet wonende in de gemeente maar met binding met de gemeente: |
|
| 1 urne per kelder |
240 euro |
| 2 urnen per kelder |
480 euro |
| Personen niet wonende in en geen binding met de gemeente: |
|
| 1 urne per kelder |
480 euro |
| 2 urnen per kelder |
960 euro |
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager van de concessie op het ogenblik van de aanvraag tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de factuur door de gemeente.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Secretariaat en de dienst Burgerzaken bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, en latere wijzigingen.
Gelet op de omzendbrief BA-2006/03 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten, en latere wijzigingen.
Overwegende dat het aangewezen is verminderde tarieven vast te stellen voor personen wonende in de gemeente of met binding met de gemeente om reden dat deze personen of hun naaste familie via de aanvullende belasting op de personenbelasting reeds hebben bijgedragen tot de voorziening van gemeentelijke diensten en onderhoud van de gemeentelijke infrastructuur.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op de concessie op de bijzetting van urnen in het columbarium werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend op het verlenen van een concessie voor een termijn van 25 jaar op de bijzetting van urnen in het columbarium.
Artikel 2.
De retributie voor de concessie is verschuldigd door de aanvrager van de concessie.
Artikel 3.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Personen wonende in de gemeente: |
|
| 1 urne per columbariumelement |
160 euro |
| 2 urnen per columbariumelement |
320 euro |
| Personen niet wonende in de gemeente maar met binding met de gemeente: |
|
| 1 urne per columbariumelement |
240 euro |
| 2 urnen per columbariumelement |
480 euro |
| Personen niet wonende in en geen binding met de gemeente: |
|
| 1 urne per columbariumelement |
480 euro |
| 2 urnen per columbariumelement |
960 euro |
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager van de concessie op het ogenblik van de aanvraag tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de factuur door de gemeente.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Secretariaat en de dienst Burgerzaken worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op de wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft.
Gelet op de wet van 18 juni 2018 betreffende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, in het bijzonder artikels 119 tot en met 136.
Gelet op de omzendbrief van 11 juli 2018 betreffende hogergenoemde wet, waarbij de bevoegdheid inzake verandering van voornamen werd overgedragen van de FOD Justitie naar de ambtenaar van de burgerlijke stand en de voorwaarden en de procedure ervan wordt geregeld mits het volgen van enkele richtlijnen:
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op voornaamswijziging werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor een voornaamswijziging.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de voornaamswijziging of door zijn wettelijke vertegenwoordiger voor niet-ontvoogde minderjarigen.
Artikel 3.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4.
De retributie vermeld in artikel 3 b) wordt verminderd tot 49 euro voor een aanvraag tot voornaamswijziging in geval van geslachtsverandering.
De retributie is niet verschuldigd voor personen van vreemde nationaliteit die een verzoek tot verkrijging van Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voornaam hebben.
Artikel 5.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag tegen afgifte van een betaalbewijs.
De procedure tot voornaamswijziging wordt gestart na ontvangst van het te betalen bedrag.
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Secretariaat en de dienst Burgerzaken bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, en latere wijzigingen
Gelet op het koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar en latere wijzigingen.
Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en latere wijzigingen.
Gelet op het ministerieel besluit van 19 april 2014 betreffende de afgifte van paspoorten en latere wijzigingen.
Gelet op de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953.
Gelet op het koninklijk besluit van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953.
Gelet op het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen.
Overwegende dat identiteitskaarten, vreemdelingenkaarten, visumaanvragen en verblijfsaanvragen worden aangevraagd bij de gemeente;- dat de kaarten worden gemaakt door de FOD Binnenlandse Zaken en aan de gemeenten geleverd;- dat de aanmaakkosten door de FOD aan de gemeenten gefactureerd worden;- dat de gemeenten deze kost vervolgens doorrekenen aan de burger;- dat de gemeente daarbovenop nog een retributie kan vragen voor de afgifte van de kaarten.
Overwegende dat de gemeenten gemachtigd zijn om paspoorten af te leveren;- dat de consulaire heffing, de aanmaakprijs en de leveringsprijs bepaald worden door de FOD Buitenlandse Zaken;- dat de gemeente daarbovenop nog een retributie kan vragen voor de afgifte van de paspoorten.
Overwegende dat de gemeente de retributie int inzake rijbewijzen voor rekening van de FOD Mobiliteit en vervoer;- dat de gemeente daarbovenop nog een retributie kan vragen voor de afgifte van de rijbewijzen.
Overwegende dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat voor de afgifte van identiteits-en verblijfsdocumenten het bedrag voor afgifte gelijk is voor vreemdelingen en Belgische onderdanen.
Overwegende dat de aanmaakprijzen voor identiteits- en verblijfskaarten jaarlijks op 1 januari herzien worden.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken werd goedgekeurd.
Overwegende dat een aanpassing van de retributie gerechtvaardigd is gezien enerzijds de huidige retributies al lange tijd gelden zonder enige indexering of verhoging ondanks de stijgende inflatie, en anderzijds dat de Zandhovense inwoners sinds 2e helft 2024 geen kosten meer hebben voor pasfoto’s gezien pasfoto apparatuur gratis ten dienste staat van de aanvragers.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 geldt een retributie op de afgifte van administratieve stukken zoals hieronder bepaald.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de personen aan wie het stuk op aanvraag of ambtshalve wordt uitgereikt door de gemeente Zandhoven.
Artikel 3.
Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:
|
|
Retributie Zandhoven |
| Elektronische identiteitskaarten en verblijfskaarten voor kinderen onder 12 jaar |
0,00 euro – zowel voor de gewone als voor de spoedprocedure, vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid. |
| Elektronische identiteitskaarten en verblijfskaarten uitgereikt aan personen vanaf 12 jaar |
3,00 euro – zowel voor de gewone als voor de spoedprocedure, vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid. |
| Attesten van immatriculatie |
3,00 euro – vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid |
| Internationale paspoorten voor kinderen onder 18 jaar |
0,00 euro – zowel voor de gewone als voor de spoedprocedure, vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid. |
| Internationale paspoorten vanaf de leeftijd van 18 jaar |
6,00 euro – zowel voor de gewone als voor de spoedprocedure, vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid. |
| Voorlopig rijbewijs (bankkaartmodel) |
0,00 euro – vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid. |
| Definitief rijbewijs (bankkaartmodel) |
6,00 euro – vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid. |
| Internationaal rijbewijs |
10,00 euro – vermeerderd met de kosten aangerekend door de Federale Overheid. |
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag tegen afgifte van een betaalbewijs.
Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na verzending van de factuur door de gemeente.
Artikel 5.
Volgende stukken zijn vrijgesteld van de retributie:
1° stukken die de gemeente kosteloos moet afleveren volgens een wet, decreet of reglement.
2° stukken die onderworpen zijn aan de betaling van een speciaal recht ten voordele van de gemeente volgens een wet, decreet of reglement (met uitzondering van reispassen)
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Secretariaat en de dienst Burgerzaken worden overgemaakt.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het Vlaams bestuursdecreet van 7 december 2018 in het bijzonder artikel II.31 dat stelt dat er een redelijke kostprijs mag gevraagd worden voor de afgifte van bestuursdocumenten.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement voor administratieve prestaties werd goedgekeurd;- dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor:
|
|
Retributie Zandhoven |
| Fotokopieën zwart wit A4 |
0,20 euro |
| Fotokopieën kleur A4 |
1,00 euro |
| Fotokopieën zwart wit A3 |
0,40 euro |
| Fotokopieën kleur A3 |
2,00 euro |
| KaZo!-cheque 5 euro |
5,00 euro |
| KaZo!-cheque 10 euro |
10,00 euro |
| KaZo!-cheque 20 euro |
20,00 euro |
| Genealogische opzoekingen in de registers van de burgerlijke stand en bevolking |
10,00 euro per uur geleverd werk |
| Inlichtingen die schriftelijk verstrekt worden door de gemeentelijke diensten en die niet louter het laten inzien, het uitleg geven over en een afschrift afleveren van bestuursdocumenten betreffen, maar ruim opzoekingswerk en het samenstellen van een dossier vereisen betreffende specifieke zaken |
80 euro per aanvraag |
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de dienstverlening vraagt of aan wie de stukken worden uitgereikt.
Artikel 3.
De retributie is niet verschuldigd voor inlichtingen en documenten opgevraagd door:
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager bij afgifte van de stukken of inlichtingen. Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na verzending van de factuur door de gemeente.
De particulieren en de privé-instellingen die wensen dat de gevraagde administratie hen per post zou toegezonden worden, dienen het bedrag van de verzendingskosten vooraf te betalen aan de betrokken dienst.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, de dienst Burgerzaken, de dienst Vrije Tijd en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor erkende jeugdhuizen werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten.
Overwegende dat tussenkomsten in de werkingskosten van jeugdhuizen, de kwaliteit en de ontwikkeling van de ontmoetingsruimte ten goede komt.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement inzake de gemeentelijke toelage voor erkende jeugdhuizen” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van het reglement akkoord kan gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement met betrekking tot de betoelaging van erkende jeugdhuizen:
| REGLEMENT INZAKE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
|
|
|
I. Algemene bepalingen Artikel 1. Artikel 2. II. Toelage of steun Artikel 3. III. Procedure Artikel 4. Artikel 5. IV. Slotbepalingen Artikel 6. Artikel 7. Artikel 8. |
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement met betrekking tot de betoelaging van erkende jeugdhuizen zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, dienst Vrije Tijd en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor kampvervoer van de leden werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten.
Overwegende dat de kostprijs om op kamp te gaan democratisch moet gehouden worden.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor het kampvervoer van de leden” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van het reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
|
|
|
I. Algemene bepalingen Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3.
II. Toelage of steun Artikel 4. III. Procedure Artikel 5. Artikel 6. IV. Slotbepalingen Artikel 7. Artikel 8. Artikel 9. |
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement met betrekking tot betoelaging voor kampvervoer van leden zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, dienst Vrije Tijd en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor het vervoer van kampmateriaal werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten.
Overwegende dat het vervoer van kampmateriaal veel geld kost en dat de daaraan verbonden uitgaven zwaar doorwegen op het budget van de jeugdverenigingen.
Overwegende dat de kostprijs om op kamp te gaan democratisch moet gehouden worden.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor het vervoer van kampmateriaal” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van het reglement akkoord kan gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE DE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
||
|
|
I. Algemene bepalingen Artikel 1. Artikel 2.
II. Toelage of steun A. De jeugdvereniging doet enkel beroep op de gemeentelijke vervoerdienst tijdens de werkuren. Artikel 3. Artikel 4. B. De jeugdvereniging doet enkel een beroep op de gemeentelijke vervoerdienst tijdens weekend of feestdagen. Artikel 5. Artikel 6. C. De jeugdvereniging doet enkel beroep op een private vervoerdienst. Artikel 7. Artikel 8. D. De jeugdvereniging doet zowel beroep op gemeentelijk vervoer als privaat vervoer. Artikel 9. Artikel 10. III. Procedure Artikel 11. Artikel 12. Artikel 13. Artikel 14. IV. Slotbepalingen Artikel 15. Artikel 16. Artikel 17. Artikel 18. Artikel 19. Artikel 20. |
|
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement op het vervoer van kampmateriaal zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Vrije Tijd en dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor de organisatie van culturele activiteiten voor de jeugd werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten.
Overwegende dat de tussenkomsten in de organisatiekosten van culturele activiteiten voor de jeugd, het aanbod en de kwaliteit van het cultureel programma voor de jeugd ten goede zal komen.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor de organisatie van culturele activiteiten van de jeugd” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE DE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
|
|
|
I. Algemene bepalingen Artikel 1. Artikel 2. II. Toelage of steun Artikel 3. III. Procedure Artikel 4. Artikel 5. IV. Slotbepalingen Artikel 6. Artikel 7. Artikel 8. |
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement met betrekking tot de betoelaging voor de organisatie van culturele activiteiten voor de jeugd zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Vrije Tijd en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor verbouwings- en/of saneringswerken aan de verenigingen met eigen lokalen werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor verbouwings-en/of saneringswerken aan de verenigingen met eigen lokalen” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van het reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE DE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
|
|
|
I. Algemene bepalingen Artikel 1.
Artikel 2. – Voorwaarden
2. Het verenigingslokaal 3. Vergunningen Artikel 3. – Voor betoelaging in aanmerking komende kosten:
Artikel 4. – Niet voor betoelaging in aanmerking komende kosten:
Deze opsomming is niet beperkend. II. Toelage of steun Artikel 5.
Een vereniging kan zowel subsidies verkrijgen voor verbouwings- en saneringswerken als voor de verbouwingswerken in het kader van veiligheid, dus in totaal max. €1000 per jaar en per verenigingslokaal. III. Procedure Artikel 6. Artikel 7. IV. Slotbepalingen Artikel 8. Artikel 9. Artikel 10. Artikel 11. |
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement met betrekking tot de betoelaging van verbouwings- en/of saneringswerken aan verenigingen met eigen lokalen zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, dienst Vrije Tijd en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen jeugdwerk werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten.
Overwegende dat vormingscursussen voor jongeren een belangrijke functie vervullen bij het verwerven van kennis en vaardigheden om verantwoordelijkheid te nemen in een jeugd- en jongerenvereniging;- dat een bijkomende vorming van een jeugdbegeleider de werking van jeugd- en jongerenvereniging en van jeugdactiviteiten inhoudelijk verbetert.
Overwegende dat jongeren gestimuleerd dienen te worden om een vormingscursus te volgen en dat dit best kan via een financiële tussenkomst in de kostprijs die verbonden is aan het volgen van een vormingscursus.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen jeugdwerk” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE DE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
|
|
|
I. Algemene bepalingen Artikel 1. Artikel 2.
II. Toelage Artikel 3. Artikel 4. Artikel 5. III. Procedure Artikel 6. Artikel 7. Artikel 8.
IV. Slotbepalingen Artikel 9. Artikel 10. Artikel 11. |
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen jeugdwerk zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, dienst Secretariaat en dienst Vrije Tijd bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 13 november 2014 waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het organiseren van opleidingen voor jeugdsportbegeleiders werd goedgekeurd.
Overwegende dat sinds de invoering van dit reglement er slechts sporadisch gebruik van werd gemaakt.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen werd goedgekeurd;- dat de jeugdsportbegeleider die aanspraak zou willen doen op het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het organiseren van opleidingen een aanvraag kunnen indienen op basis van het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het volgen van een vormingscursus.
Gelet op het voorstel om het reglement gemeentelijke toelage voor het organiseren van opleidingen voor sportbegeleider van 13 november 2014 op te heffen.
Artikel 1.
Het reglement gemeentelijke toelage voor het organiseren van opleidingen voor jeugdsportbegeleiders zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 13 november 2014 wordt ingetrokken m.i.v. 1 januari 2026.
Artikel 2.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Vrije Tijd, de dienst Financiën en de dienst Secretariaat bezorgd worden
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen door sportbegeleider werd goedgekeurd.
Overwegende dat sinds de invoering van dit reglement er slechts sporadisch gebruik van werd gemaakt.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen werd goedgekeurd;- dat de jeugdsportbegeleider die aanspraak zou willen doen op het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het organiseren van cursussen een aanvraag kunnen indienen op basis van het reglement inzake de gemeentelijke toelage voor het volgen van een vormingscursus.
Gelet op het voorstel om het reglement gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen door sportbegeleider van 19 december 2019 op te heffen.
Artikel 1.
Het reglement gemeentelijke toelage voor het volgen van vormingscursussen door sportbegeleider zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 19 december 2019 wordt ingetrokken m.i.v. 1 januari 2026.
Artikel 2.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 3.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Vrije tijd, de dienst Financiën en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement met betrekking tot de subsidiëring van sportverenigingen werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten;- dat er enkel een administratieve aanpassing dient te gebeuren.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement inzake gemeentelijke toelage aan sportverenigingen”, dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE GEMEENTELIJKE |
|||||||||||||||||||||
|
|
Artikel 1.- Algemene bepalingen.
|
||||||||||||||||||||
|
|
Artikel 2.- Samenstelling van de subsidies. |
||||||||||||||||||||
|
|
1. |
Basissubsidie:
|
|||||||||||||||||||
|
|
|
|
totale basissubsidiebedrag |
= basissubsidie voor elke vereniging. |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
aantal erkende clubs |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
2. |
Werkingssubsidie: |
|||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
|
a) |
Ledenaantal: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Enkel verzekerde actief sportende leden op 1 januari van het jaar waarop de subsidie wordt aangevraagd, met een minimum aantal van 10, komen in aanmerking. |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
Puntenwaarde |
max. aantal punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Per lid |
0,2 punt per lid |
max. 50 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Leden jonger dan 18 jaar |
0,5 punt per lid |
max. 100 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Leden vanaf 50 jaar |
0,5 punt per lid |
max. 50 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 200 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Als bewijs van het aantal leden gelden de aansluitingslijsten van de federatie en/of de lijst van de verzekeringsmaatschappij. De lijsten geven naam, voornaam, adres en geboortedatum van de verzekerde leden weer (= bijlage 1). |
||||||||||||||||||
|
|
|
b) |
Gekwalificeerde trainers/lesgevers: Voor de technische of deskundige begeleiding door gediplomeerden worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Trainers zonder diploma |
5 punten per trainer |
max. 25 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Trainers met een diploma LCK/VTS – initiator jeugdsportbegeleider of gelijkwaardig diploma, 1ste + 2de jaar regentaat/bachelor LO en kandidaturen licentiaat/master LO |
10 punten per trainer |
max. 50 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Trainers met een diploma LCK/VTS – trainer B of gelijkwaardig diploma, 3de jaar regentaat/bachelor LO en licentiaatsjaren licentiaat/master LO |
15 punten per trainer |
max. 75 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Trainers met een diploma LCK/VTS – toptrainer, trainer A of gelijkwaardig diploma, regent/bachelor LO en licentiaat/master LO |
25 punten per trainer |
max. 100 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 250 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Van elk van de actieve trainers moet een kopie van het hoogste diploma met betrekking tot de beoefende sporttak worden bijgevoegd en een overzicht van het aantal uren, trainingsdagen en ploegen per trainer (= bijlage 2). |
||||||||||||||||||
|
|
|
c) |
Gediplomeerde/erkende scheidsrechters: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor de werking met gediplomeerde/erkende scheidsrechters worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Scheidsrechters erkend door de sportfederatie en aangesloten bij de vereniging |
5 punten per gediplomeerde/erkende scheidsrechter |
max. 25 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 25 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Van elk van de actieve scheidsrechters moet een bewijs van erkenning door de sportfederatie worden bijgevoegd (= bijlage 3). |
||||||||||||||||||
|
|
|
d) |
Sportopleiding/kadervorming: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor deelname aan cursussen/bijscholingen die met vrucht werden gevolgd (cursussen sporttechnische begeleiding, cursussen i.v.m. het besturen van een sportvereniging, …) waarbij de vereniging de deelnamegelden betaalt of de bijscholing zelf organiseert, worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Opleidingen bestuursleden |
10 punten per deelnemer |
max. 100 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Opleidingen trainers / scheidsrechters |
10 punten per deelnemer |
max. 300 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Eigen organisatie van erkende opleidingen/ bijscholingen |
2 punten per deelnemer |
max. 100 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
max. 500 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
De bewijsstukken voor de gemaakte tussenkomsten evenals een kopie van de attesten en/of behaalde diploma’s moeten worden bijgevoegd (= bijlage 4). |
||||||||||||||||||
|
|
|
e) |
Trainingsuren: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor trainingsuren per week in een vast uurrooster worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Per trainingsuur voor volwassen leden onder leiding van minimaal 1 gediplomeerde lesgever |
0,5 punt per uur |
max. 25 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Per trainingsuur voor volwassen leden onder leiding van een niet-gediplomeerde lesgever |
0,25 punt per uur |
max. 5 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor jeugdtrainingen (leden die vallen onder de jeugdcompetitie) onder leiding van minimaal 1 gediplomeerde lesgever |
1 punt per uur |
max. 50 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor jeugdtrainingen (leden die vallen onder de jeugdcompetitie) onder leiding van een niet-gediplomeerde lesgever |
0,5 punt per uur |
max. 10 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
max. 90 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
f) |
Competitie: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor het spelen van competitie en de deelname aan wedstrijden in een door de overheid erkende Vlaamse Sportfederatie (zie lijst) worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Ploegsporten |
1 punt per wedstrijd |
max. 100 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Individuele sporten – voor deelname aan een wedstrijd in de eigen sporttak, georganiseerd door een andere vereniging |
0,5 punten Per deelnemer |
max. 100 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 200 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor verenigingen die de nadruk leggen op competitie: deze verenigingen kunnen geen punten toegekend krijgen onder punt g).
|
||||||||||||||||||
|
|
|
g) |
Recreatie: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor het deelnemen aan recreatieve activiteiten/wedstrijden in een competitie georganiseerd door een federatie die niet erkend is door de Vlaamse overheid, worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Ploegsporten (er wordt geen rangschikking opgemaakt!) |
0,5 punt per wedstrijd |
max. 50 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Individuele sporten – voor deelname aan een activiteit in de eigen sporttak, georganiseerd door een andere vereniging |
0,25 punt per deelnemer |
max. 50 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 100 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||
|
|
|
h) |
Organisatie van eigen manifestaties: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor de organisatie van eigen manifestaties worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Organisatie van een manifestatie enkel voor eigen leden (bv. clubkampioenschap) – maximum 3 per jaar |
10 punten/ organisatie |
max. 30 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor een eigen organisatie (in de eigen sporttak) waaraan minimaal 4 andere verenigingen deelnemen – maximum 5 per jaar |
15 punten/ organisatie |
max. 75 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 105 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor de organisatie van een manifestatie moet een flyer, affiche of enig ander middel waarmee de activiteiten zijn bekend gemaakt, worden bijgevoegd (= bijlage 7). |
||||||||||||||||||
|
|
|
i) |
Sportpromotionele acties: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor het inrichten van sportpromotionele acties worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Organisatie van sportstages op verplaatsing (minimaal 3 dagen) |
30 punten / organisatie |
max. 90 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Organisatie van sportkampen op eigen locatie (minimaal 3 dagen) |
20 punten / organisatie |
max. 60 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Organisatie van opendeurdagen (maximaal 3 per jaar) |
10 punten / dag |
max. 30 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 180 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor het inrichten van sportpromotionele acties moet een flyer, affiche of enig ander middel waarmee de activiteiten zijn bekend gemaakt, worden bijgevoegd (= bijlage 8). |
||||||||||||||||||
|
|
|
j) |
Medewerking aan activiteiten: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor de medewerking door een vereniging (minimaal 3 personen) aan activiteiten worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Medewerking aan sportieve activiteiten op gemeentelijk vlak (georganiseerd door de sportdienst) |
40 punten / activiteit |
max. 120 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
Medewerking aan sportieve activiteiten van derden (georganiseerd door Sport Vlaanderen, sportregio Connect, …) |
20 punten / activiteit |
max. 60 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
max. 180 punten |
||||||||||||||||
|
|
|
k) |
Eigen realisaties en structuren: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor eigen realisaties door en structuren binnen de vereniging worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Opmaken en ter beschikking stellen van bestuursverslagen à kopie verslagen als bijlage toevoegen (= bijlage 9) |
5 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
Eigen clubblad (minimaal 6 blz. en minstens 4x/jaar) à exemplaar van alle afleveringen als bijlage toevoegen (= bijlage 10) |
15 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
Eigen website à URL opgeven |
15 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
VZW-structuur |
25 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
Jeugdbestuur à samenstelling als bijlage toevoegen (= bijlage 11) |
25 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
|
max. 85 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
l) |
Sportbabbel: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Voor aanwezigheid op de jaarlijkse sportbabbel worden volgende punten toegekend: |
||||||||||||||||||
|
|
|
|
Aanwezigheid van een afgevaardigde van de vereniging op de jaarlijkse sportbabbel |
100 punten |
|||||||||||||||||
|
|
|
|
|
max. 100 punten |
|||||||||||||||||
|
|
Artikel 3.- Aanvraag tot subsidiëring.
|
||||||||||||||||||||
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement m.b.t. de subsidiëring van sportverenigingen, zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Vrije Tijd en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissingen van 19 december 2019 waarbij het reglement met betrekking tot het subsidiëren van een kamp georganiseerd door het jeugdwerk werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt en nog steeds voldoet aan de vooropgestelde vereisten.
Overwegende dat de deelname aan jeugdkampen, georganiseerd door jeugdverenigingen, een positieve invloed kan hebben op de opvoeding van de jeugd,- dat dergelijke initiatieven dienen aangemoedigd te worden.
Overwegende dat we het duurzaam op kamp gaan moeten stimuleren.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement met betrekking tot de gemeentelijke toelage voor kampen georganiseerd door het jeugdwerk” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan navolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE DE GEMEENTELIJKE TOELAGE |
|||
|
|
I. Algemene bepalingen Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3.
Artikel 4. Artikel 5. Artikel 6. II. Toelage of steun Artikel 7.
Het bedrag van de toelage wordt als volgt berekend: Artikel 8. |
||
|
|
Actie |
Bewijsstukken |
Punten |
|
|
De vereniging gaat met de fiets op kamp. Indien de afstand te ver is wordt er gekozen voor het openbaar vervoer. (*) |
Ticket openbaar vervoer, foto’s of kampbrief |
3 punten |
|
|
De vereniging koopt fruit en groenten, melk, eieren, vlees, … aan bij een lokale landbouwer. Er wordt voorrang gegeven aan seizoensgebonden fruit en groenten, deze hebben immers minder energie nodig voor productie en bewaring. |
Kasticket of verklaring op eer van de lokale landbouwer |
3 punten |
|
|
De kinderen worden gestimuleerd om brooddozen en drinkbussen te gebruiken. |
Kampbrief (bagagelijst) |
1 punt |
|
|
De vereniging vangt het regenwater op en gebruikt dit in het spelprogramma (waterspelletjes, verven, modderspelen, …) |
Foto en verklaring op eer |
1 punt |
|
|
De vereniging maakt zelf grote hoeveelheden of kiest voor grote verpakkingen i.p.v. apart verpakte producten. |
Winkellijst + kasticket |
2 punten |
|
|
De vereniging zet één veggiedag op het menu. |
Foto, verklaring op eer of menu |
2 punten |
|
|
De vereniging sorteert het afval en zoekt naar een manier om het keukenafval te verwerken (gebruik van een compostvat, kippen mee op kamp of kippen van de lokale boet voederen, …) |
Verklaring op eer, foto’s |
2 punten |
|
|
Op het kamp wordt in de keuken en voor het onderhoud gekozen voor milieuvriendelijke onderhoudsproducten |
Kasticket |
1 punt |
|
|
(*) Als een deel van de leden van de vereniging met de fiets op kamp gaat, dan kan de vereniging slechts 2 punten verdienen. De financiële ondersteuning wordt toegekend op basis van het aantal deelnemers aan het kamp en het aantal behaalde punten: Behaalde punten overeenstemmend subsidiebedrag per persoon Artikel 9. Het bedrag dat als kamptoelage wordt uitgekeerd, kan nooit het totaal van deze bewijsstukken overschrijden. III. Procedure Artikel 10. Artikel 11. IV. Slotbepalingen Artikel 12. Artikel 13. Artikel 14. |
||
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het vorige reglement met betrekking tot het subsidiëren van een kamp georganiseerd door het jeugdwerk zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën, de dienst Secretariaat en de dienst Vrije Tijd bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op de het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement voor toeristische folders werd goedgekeurd.
Overwegende dat de gemeente Zandhoven allerlei toeristisch materiaal aanbiedt en dat hiervoor een vergoeding gevraagd wordt.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie geheven op de terbeschikkingstelling van toeristische brochures, plannen en andere publicaties.
Artikel 2.
De retributies voor de toeristische brochures en andere publicaties worden als volgt vastgesteld:
Artikel 3.
De retributie moet betaald worden op het ogenblik van de aankoop van het toeristisch promotiemateriaal.
De particulieren en de privé-instellingen die wensen dat de gevraagde stukken hen per post zouden toegezonden worden, dienen het bedrag van de verzendingskosten vooraf te betalen aan de betrokken dienst.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de dienst Vrije Tijd bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement m.b.t. “Subsidiereglement voor het oprichten en verbouwen van gebouwen, lokalen, terreinen en elementaire nutsvoorzieningen voor verenigingen” werd goedgekeurd.
Overwegende dat de verenigingen een belangrijke schakel zijn in het aanbieden van vrije tijd en het creëren van ontmoetingskansen in onze gemeente.
Overwegende dat verenigingen slechts hun taak naar behoren kunnen vervullen, wanneer zij over aangepaste gebouwen en terreinen en over de elementaire nutsvoorzieningen kunnen beschikken;- dat het gemeentebestuur het als zijn plicht kan beschouwen zijn medewerking te verlenen aan verenigingen, die besluiten tot het oprichten of verbouwen van hun lokalen of terreinen en tot de uitrusting met de noodzakelijke nutsvoorzieningen van deze gebouwen en/of terreinen.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Subsidiereglement voor het oprichten en verbouwen van gebouwen, lokalen, terreinen en elementaire nutsvoorzieningen voor verenigingen” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement akkoord kan gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan hiernavolgend reglement:
| SUBSIDIEREGLEMENT VOOR HET OPRICHTEN EN VERBOUWEN VAN |
|
|
|
Artikel 1. Artikel 2.
Artikel 3. Artikel 4.
Artikel 5. Artikel 6.
In geval de gebruiksrechten of bezitsrechten van de vereniging onvoldoende zijn kan het college van burgemeester en schepenen ter zake bijkomende voorwaarden stellen opdat de eigenaar zich niet onrechtmatig zou kunnen verrijken met de nieuwe infrastructuur. Artikel 7.
Na verificatie van de voorgelegde facturen, zullen de kosten hiervoor terugbetaald worden, rekening gehouden met het bepaalde in artikel 8. Artikel 8. Artikel 9. Artikel 10. Artikel 11.
Het college van burgemeester en schepenen kan afwijkingen toestaan. |
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 3.
Dit reglement vervangt het subsidiereglement voor het oprichten en verbouwen van gebouwen, lokalen, terreinen en elementaire nutsvoorzieningen voor verenigingen zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 19 december 2019.
Artikel 4.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, dienst Vrije Tijd en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement inzake de tarieven voor dienstverlening van de diensten cultuur, sport, jeugd, toerisme, preventieve gezondheidszorg, ontwikkelingssamenwerking en opvoedingsondersteuning werd goedgekeurd.
Overwegende dat het gepast is om voor de deelname aan het vrijetijdsaanbod die de gemeentelijke diensten cultuur, sport, jeugd, toerisme, preventieve gezondheidszorg, ontwikkelingssamenwerking en opvoedingsondersteuning leveren en aanbieden, een gematigde vergoeding aan te rekenen aan de gebruikers/deelnemers hiervan.
Overwegende dat de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen machtiging kan verlenen om het tarief van de retributies vast te stellen;- dat de raad daarbij het minimum- en maximumbedrag van de retributie kan bepalen.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening van de diensten Cultuur, Sport, Jeugd, Toerisme, Preventieve gezondheidszorg, Ontwikkelingssamenwerking en Opvoedingsondersteuning.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door gebruiker en/of deelnemer aan het vrijetijdsaanbod van de dienst.
Artikel 3.
Voor de dienst cultuur wordt een retributie gevestigd inzake:
Voor de dienst sport wordt een retributie gevestigd inzake:
Voor de dienst jeugd wordt een retributie gevestigd inzake:
Voor de dienst toerisme wordt een retributie gevestigd inzake:
Voor ontwikkelingssamenwerking wordt een retributie gevestigd inzake:
Voor preventieve gezondheid wordt een retributie gevestigd inzake:
Voor opvoedingsondersteuning wordt een retributie gevestigd inzake:
Artikel 4.
Met betrekking tot de in artikel 3 vermelde tarieven worden de volgende regels inzake kortingen, annulering en terugbetaling toegepast:
Artikel 5.
De gemeenteraad verleent machtiging aan het college van burgemeester en schepenen tot het vaststellen van de prijzen en de tarieven van de diensten.
Artikel 6.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager op het ogenblik van inschrijving, uitgezonderd voor consumptieprijzen en brochures en kaarten fiets- en wandelroutes. Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na toezending van de factuur.
De retributie voor consumptieprijzen en brochures en kaarten fiets- en wandelroutes is betaalbaar door de aanvrager bij afgifte. Indien de retributie niet onmiddellijk wordt geïnd, dient deze te worden betaald binnen 30 kalenderdagen na toezending van de factuur.
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, dienst Financiën, dienst Welzijn en dienst Vrije Tijd bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Overwegende dat vanuit Publiq vzw, die beheerder van de UIT-databank en UiTPAS op Vlaams niveau is, de lokale besturen worden gestimuleerd om de UiTPAS te implementeren in hun gemeente;- dat de UiTPAS een voordeelkaart voor vrijetijdsactiviteiten is;- dat mensen die deelnemen aan een UiTPAS-activiteit punten sparen welke ze kunnen omruilen voor extra voordelen en er ook een kortingsregeling is voor kansengroepen.
Overwegende dat de UiTPAS een initiatief is vanuit Vlaanderen maar het hele gebied toch wordt opgedeeld in “UiTPAS-regio’s” waarbij iedere regio autonoom instaat voor de praktische organisatie en de onderlinge samenwerking.
Gelet op zijn beslissing van 27 februari 2025 waar beslist werd om als gemeente aan te sluiten bij projectvereniging BiscUIT dat staat voor Bibliotheken, Intergemeentelijke Samenwerking Cultuur en UIT, die in de regio de UiTPAS reeds heeft uitgerold;- dat de volgende gemeenten reeds deel uitmaken van BiscUIT: Brasschaat, Brecht, Essen, Kalmthout, Kapellen, Schilde, Schoten, Stabroek, Wijnegem en Wuustwezel;- dat de commerciële naam van deze UiTPAS-regio ‘van Polder tot Kempen” is.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om een reglement goed te keuren.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Op basis van de samenwerkingsovereenkomst wordt vanaf de lancering tot 31 december 2031 een retributie geheven op het afleveren van een UiTPAS van Polder tot Kempen.
Artikel 2.
Onder UiTPAS moet worden verstaan een UiTPAS die werd afgeleverd door Biscuit onder de naam van Polder tot Kempen. UiTPAS van Polder tot Kempen is geldig in de deelnemende lokale besturen.
Artikel 3.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een UiTPAS aankoopt.
Artikel 4.
De retributie wordt vastgesteld op:
Indien men geen recht meer heeft op het kansentarief dient er een nieuwe UiTPAS aangevraagd te worden. Het tarief voor deze nieuwe pas is gratis.
Indien men in het bezit is van een UiTPAS aan normaal tarief en men recht heeft op het kansentarief kan men gratis een nieuwe UiTPAS aanvragen.
Artikel 5.
De retributie wordt betaald bij ontvangst van de UiTPAS tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, dienst Financiën en de dienst Vrije Tijd bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 25 mei 2023 waarbij de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk werd goedgekeurd.
Overwegende dat de gemeente Zandhoven de afvalberg wenst te verminderen en de papierfractie hier een groot deel van uitmaakt.
Overwegende dat het doel is om de verspreiders van drukwerk en gelijkgestelde producten bewuster te maken en te doen nadenken over de hoeveelheid van drukwerk die ze verdelen en over alternatieve manieren om hun boodschap over te brengen, om zo de hoeveelheid afval te verminderen.
Overwegende dat door het opleggen van een belasting op de verspreiding van drukwerk en gelijkgestelde producten een deel van de kosten voor afvalophaling wordt gerecupereerd.
Overwegende dat het aangewezen is om in een vrijstelling van heffing en aangifte te voorzien voor drukwerk dat kleiner is dan en gelijk aan de grootte van één A4;- dat drukwerk van klein formaat in de regel beduidend tot minder hinder leidt en een beperktere milieu-impact dan groter drukwerk;- dat de vrijstelling overbelasting van de administratie en kleinschalige adverteerders vermijdt, zonder afbreuk te doen aan de doelen van het belastingreglement.
Overwegende dat het aangewezen is om in een vrijstelling van heffing en aangifte te voorzien voor drukwerk uitgaande van gemeentelijke diensten, het OCMW, vormings- en onderwijsinstellingen, politieke partijen en verenigingen zonder winstoogmerk;- dat dergelijk drukwerk bedoeld is om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten;- dat het drukwerk van politieke partijen bovendien dient om het democratisch discours maximale kansen te geven en is over het algemeen beperkt in de tijd tijdens de periode van verkiezingen.
Overwegende dat het aangewezen is om in een vrijstelling van heffing te voorzien voor drukwerk dat door eenzelfde adverteerder maximaal 2 maal per kalenderjaar verspreid wordt;- dat dit het evenwicht behoudt tussen enerzijds de beperking van de afvalberg, en anderzijds de mogelijkheid tot het voeren van occasionele campagnes die meestal zullen uitgaan van (lokale) kleine ondernemers;- dat sporadische communicatie mogelijk wordt zonder systematische massaverspreiding te stimuleren;- dat door de aangifteplicht te behouden de noodzakelijke transparantie en controle behouden blijft.
Gelet op de diverse problemen, complexiteit en moeilijkheid bij de inning van deze belasting bij uitgevers die hun maatschappelijke zetel in het buitenland vestigen, is het aangewezen om in dergelijke situatie een andere belastingplichtige aan te duiden;- dat een Belgische gerechtsdeurwaarder in het buitenland immers geen uitvoeringsbevoegdheid heeft;- dat het inschakelen van een buitenlandse advocaat, gerechtsdeurwaarder of incassobureau extra kosten met zich meebrengt;- dat diverse tussenschakels moeten ingeschakeld worden om enige invordering in het buitenland mogelijk te maken, zoals de Vlaamse Belastingdienst en het Centrale Verbindingsbureau van de EU;- dat zonder enige zekerheid dat er zelfs iets van de verschuldigde sommen verhaald kan worden bij de betrokkene;- dat het Rekenhof, na een uitgebreid onderzoek, zelf bevestigd heeft dat de internationale invordering van belastingen over het algemeen niet efficiënt en niet succesvol verloopt, zowel binnen als buiten de EU (REKENHOF, “Internationale wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingen”, www.ccrek.be 2014);- dat een afwijkende aanduiding van de belastingplichtige dan ook verantwoord is in die situaties.
Overwegende dat het wenselijk is om een forfaitair tarief per bedeling in te voeren aangezien in het verleden vastgesteld werd dat het in de praktijk onmogelijk is om een correcte controle uit te voeren op het aantal bedeelde drukwerken.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1. - Belastbare periode
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting ingesteld op het verspreiden van ongeadresseerd drukwerk of daarmee gelijkgestelde producten in brievenbussen op het grondgebied van de gemeente Zandhoven.
Artikel 2. - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Als verschillende drukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder drukwerk als een apart exemplaar beschouwd.
Als verschillende drukwerken die qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene drukwerken elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in dit artikel vermelde wijze zijn samengebracht maar waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke drukwerken als een apart exemplaar beschouwd.
Artikel 3. - Belastingplichtige
De belastingplichtige is de verantwoordelijke uitgever van het drukwerk of gelijkgesteld product.
Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, dan is de belasting verschuldigd door de adverteerder onder wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product verspreid wordt.
Wanneer de verantwoordelijke uitgever niet gekend is, wordt de adverteerder aangeduid als belastingplichtige.
De verantwoordelijke uitgever, de adverteerder, de opdrachtgever van de verdeler en de verdeler zelf, zijn in elk geval hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4. - Tarief
De belasting bedraagt 160 euro.
De belasting is verschuldigd telkens een huis- aan-huis verspreiding op het grondgebied van de gemeente plaatsvindt, ook als er slechts in een bepaald deel van de gemeente wordt verspreid.
Artikel 5. - Vrijstellingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend als:
Artikel 6. - Aangifteplicht
De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend:
De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:
De gemeente mag steeds een specimen van het aangegeven drukwerk of daarmee gelijkgesteld product opvragen. De gemeente mag steeds extra informatie opvragen die noodzakelijk is om de belasting te kunnen heffen.
Artikel 7. - Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 6, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte door de belastingplichtige, wordt de aanslag van ambtshalve gevestigd op grond van de beschikbare gegevens en op de wijze bepaald in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van de verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, deelt het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige per aangetekend schrijven de redenen om gebruik te maken van deze procedure en de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting mee.
Aangezien er in een belastingverhoging wordt voorzien, moet het voormelde bericht ook volgende elementen voorzien:
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van de verzending van deze aangetekende zending om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 8. - Wijze van inning
De belasting wordt geïnd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. - Bezwaarmogelijkheid
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging, zoals vermeld in artikel 7, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Indien de belastingplichtige gehoord wil worden dient hij dit expliciet in zijn bezwaarschrift te verzoeken.
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 10. - Bekendmaking
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 11. - Afschrift
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 18 februari 2010 betreffende de politieverordening betreffende nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie, en gewijzigd door zijn beslissing van 9 september 2010.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op nachtwinkels werd goedgekeurd.
Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, en latere wijzigingen.
Gelet op de wetsbepalingen inzake slijterij van gegiste dranken samengeordend op 3 april 1953, en latere wijzigingen.
Overwegende dat nachtwinkels een bijzonder financiële last voor de gemeente veroorzaken, voornamelijk op het vlak van orde, netheid en toezicht.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1. - Belastbare grondslag en definities
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn van zes jaar eindigend op 31 december 2031, wordt een openingsbelasting en een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van Zandhoven.
Voor de toepassing van dit reglement, worden de definities gebruikt , zoals vastgelegd in de politieverordening betreffende nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie zoals vastgelegd door de gemeenteraad van 18 februari 2010, en gewijzigd door de gemeenteraad van 9 september 2010.
Artikel 2. - Belastingplichtige
De openingsbelasting en jaarlijkse belasting zijn solidair en ondeelbaar verschuldigd door de eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden.
Artikel 3. - Berekening van de belasting
§1.
De openingsbelasting is vastgesteld op 6.600 euro en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld aan een nieuwe handelsactiviteit.
§2.
De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 1750 euro per nachtwinkel en private bureaus voor telecommunicatie.
§3.
De openingsbelasting en jaarlijkse belasting zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.
§4.
De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van aanrekening van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van huidig belastingreglement.
§5.
Er wordt geen korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
Artikel 4. - Aangifte
§1.
De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen (Liersebaan 12 – 2240 Zandhoven). De aangifte moet gebeuren voor 30 november van het aanslagjaar voor de jaarlijkse belasting en de openingsbelasting.
§2.
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum kan het college van burgemeester en schepenen de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt. Voordat de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de gemeente de belastingplichtige aangetekend op de hoogte van:
§3.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
§4.
Het college van burgemeester en schepenen kan personeelsleden aanstellen die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement.
Artikel 5. - Sluiting en stopzetting
§1.
In geval van tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de zaak omwille van een sanctie opgelegd door daartoe bevoegde overheden, kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.
§2.
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
Artikel 6. - Invordering en bezwaar
§1
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
§2
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
§3
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7. - Bekendmaking
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8. - Afschrift
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op het verwerven van de zate van de openbare wegen werd goedgekeurd.
Overwegende dat de werken voor het aanleggen, verbeteren en uitrusten van openbare wegen belangrijke uitgaven voor de gemeente vertegenwoordigen die voor gevolg hebben dat de verkoopwaarde van de aanliggende eigendommen verhoogt;- dat het derhalve normaal en billijk is dat de begunstigde boordeigenaars aangesproken worden om bij te dragen in die kosten.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een jaarlijkse belasting geheven op de bebouwde en onbebouwde eigendommen gelegen langs de openbare wegen of delen van openbare wegen, om de door de gemeente gemaakte uitgaven te dekken voor de opening, verbreding, rechttrekking of verlenging van openbare wegen.
De verhaalbare uitgaven worden opgesomd in artikel 3.
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen zal de afrekening van de verhaalbare uitgaven opmaken. De rechtstreekse belasting zal voor om het even welk aanpalend eigendom vastgesteld worden in functie van het aandeel betreffende dit eigendom in het bedrag van de verhaalbare uitgaven bedoeld in de vorige paragraaf.
Dit aandeel zal berekend worden volgens de formule:
| A = |
U x M |
| L + L' |
|
|
waarin: |
| A = |
het bedrag van het aandeel, |
| U = |
het totaal bedrag van de verhaalbare uitgaven, |
| L = |
de totale lengte in meter van de perceelbreedten van de eigendommen aan de rooilijn, |
| L' = |
de totale breedte in meter van alle dwarsstraten van de straat waarop de belasting slaat, |
| M = |
het aantal aanrekenbare meter perceelbreedte van het eigendom. |
Wanneer er een afgeknotte of afgeronde hoek bestaat aan de kruising van twee wegen, zal de lengte van de afknotting of afronding voor de helft beschouwd worden als langsheen elke weg.
Artikel 3.
De door deze belasting verhaalbare uitgaven zijn:
Artikel 4.
Deze belasting is niet toepasselijk op de eigenaars die zonder vergoeding de vereiste oppervlakte grond afstaan voor het aanleggen, verlengen, verbreden of rechttrekken van de openbare weg die hun normaal zou aangerekend worden uit hoofde van deze reglementering.
Deze eigenaars blijven evenwel hun recht op vergoeding behouden voor de gebouwen die waren opgericht op de afgestane of ingelijfde gronden.
In geval een eigenaar meer grondafstand moet gedogen, kan hij een vergoeding eisen voor het verschil: deze vergoeding wordt hem, door de gemeente uitgekeerd, of zo minnelijke schikking mogelijk is, door de boordeigenaars die minder grondoppervlakte hebben afgestaan dan nodig om aan de belastingschuld te voldoen: dit alles als compensatieregeling.
Artikel 5.
Voor de berekening van de verhaalbare uitgaven zal er geen rekening gehouden worden met het gedeelte van de grondinnemingen dat de 12 m² per strekkende meter gevel overtreft. Dit gedeelte valt ten laste van de gemeente.
Artikel 6.
In geval van rechttrekking of verbreding van straten wordt aan al de belastingplichtigen aangelanden van de betrokken straat of straatgedeelte de helft aangerekend van de aan de oude wegbedding toegevoegde oppervlakte.
Artikel 7.
De belasting wordt uitgesteld in volgende gevallen:
Wanneer de toestand om reden waarvan de belasting uitgesteld werd een einde neemt, is de jaarlijkse belasting verschuldigd vanaf 1 januari hieropvolgend en dit voor de overblijvende jaren van de periode, waarvoor de belasting overeenkomstig artikel 2 berekend werd.
Artikel 8.
Met uitzondering van de hoekpercelen zal voor de onbebouwde gronden die aan twee gemeentewegen grenzen en een gemiddelde diepte hebben van minder dan 12 meter, de belasting als volgt toegepast worden:
Als er een achteruitbouwstrook bestaat, zal de bedoelde diepte deze strook niet bevatten.
Als een eigendom gedeeltelijk op het grondgebied van de andere gemeente gelegen is, zal de grond in zijn geheel beschouwd worden om de diepte te bepalen.
Artikel 9.
Elk bebouwd of onbebouwd perceel gelegen aan de hoek van twee gemeentewegen zal niet aangeslagen worden langs de weg waar het verkeer het laatst opengesteld werd, voor een lengte, van het hoekpunt gerekend, van:
Deze vrijstelling is enkel toepasselijk indien de verhaalbelasting voordien voor de andere zijde van het eigendom toegepast werd.
Als in deze twee wegen het verkeer op dezelfde dag opengesteld werd, zal de voornoemde vrijstelling toegepast worden voor de gevel die aanleiding geeft tot de laagste belasting.
Wat de bebouwde of onbebouwde eigendommen betreft die aan twee of meer gemeentewegen palen en verscheidene hoeken, gevormd door de kruising van straten vertonen, zal er voor elke hoek gehandeld worden zoals in de twee voorgaande alinea's aangeduid is.
In de verschillende gevallen voorzien in onderhavig artikel zal de niet aangeslagen lengte, als er een afgesneden of afgeronde hoek bestaat, van het midden van die hoek af gerekend worden, zoals bepaald in artikel 2.
De verkaveling of vormverandering van een eigendom zal generlei verandering van de in dit artikel voorziene vrijstellingen voor gevolg hebben. Ze zullen blijven zoals zij in de door het college van burgemeester en schepenen afgesloten aandelenlijst van de aangelanden bepaald zijn.
Artikel 10.
Een bericht van het college van burgemeester en schepenen zal de datum van de voltooiing van de zateverwervingen aanduiden.
Artikel 11.
De jaarlijkse rechtstreekse belasting wordt vastgesteld:
Artikel 12.
De eerste jaarlijkse rechtstreekse belasting wordt gevestigd op het ogenblik waarop het college van burgemeester en schepenen het bericht bekendmaakt, voorzien bij artikel 10 ten laste van de eigenaar op dat ogenblik.
Artikel 13.
Iedere belastingplichtige van onderhavige belasting mag deze als volgt kwijten:
Artikel 14.
De belasting slaat op het eigendom en is door de eigenaar verschuldigd. Zij is voor het ganse jaar verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het belastingjaar eigenaar is van het belaste goed, behoudens wat betreft de eerste annuïteit, die overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 gevorderd wordt.
Waar gebouwen opgericht zijn over een doorgang, toebehorend aan andere eigenaars, moet de belasting voldaan worden door de eigenaar der gebouwen, indien nochtans de doorgang verbinding geeft met achterwaartse gebouwen, wordt de belasting voor drie vierden aangerekend aan de eigenaar van de straatwaartse gebouwen en voor één vierde aan de eigenaar van de achterwaartse gebouwen.
In geval van eigendomsoverdracht is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd vanaf 1 januari volgende op de datum van de akte die hem het eigendom toekent.
Artikel 15.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier, dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 16.
In geval van opheffing of niet-hernieuwing van onderhavige verordening of indien de belastingvoeten zouden verlaagd worden, verbindt de gemeente zich ertoe aan de belastingplichtigen, die de belasting in kapitaal gekweten hebben de bedragen terug te betalen die ten gevolge de afschaffing van de belasting of de vermindering van de belastingvoeten als ten onrechte betaald moeten beschouwd worden. In dit laatste geval zal de terugbetaling in verhouding zijn tot de vermindering van de belastingvoeten, waarvan de belastingplichtigen die jaarlijks ingekohierd worden zullen genieten.
Artikel 17.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 18.
De bepalingen van de vroeger ingevoerde reglementen op de verhaalbelasting betreffende de verwerving van de zate, blijven van kracht op de toestanden die tijdens hun heffingsduur ontstonden.
Artikel 19.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 20.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op markten of bij het standnemen op privaat terrein werd goedgekeurd.
Overwegende dat de oprichting van handelsinrichtingen op privaat terrein langsheen de openbare weg aanvullende werkzaamheden vereist van het gemeentebestuur en dat het aangewezen is hiervoor een speciaal toezichtgeld te heffen ten laste van de uitbaters van deze handels- en beroepsinrichtingen.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op handels en beroepsinrichtingen op privaat domein.
Onder handels en beroepsinrichtingen op privaat domein moet worden verstaan eenieder, die zich voor zijn handel of beroep en afgezien van de aard van de koopwaar of van de inrichting, op privaat domein opstelt.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de uitbater die zich voor zijn handel of beroep en afgezien van de aard van de koopwaar of van de inrichting, op privaat domein opstelt.
Artikel 3.
De belasting wordt vastgesteld op 0,37 euro per lopende meter gevellengte van het marktkraam of van de geplaatste handels- of beroepsinrichting.
Door gevellengte dient verstaan de langste zijde van het kraam of van de inrichting en voor inrichtingen met een ronde vorm, de lengte van de diameter of van de langste diagonaal van die inrichting.
De aan deze belasting onderworpen personen mogen de betaling per lopende meter - zoals hierboven bepaald - vervangen door een forfaitaire betaling, vastgesteld als volgt:
Artikel 4.
De belasting is niet verschuldigd voor gemeentelijke verenigingen die geen winstoogmerk hebben die stand nemen op privaat domein.
Artikel 5.
De belastingplichtigen moeten voorafgaandelijk (uiterlijk de dag voor het plaatsen ervan) aangifte doen bij het gemeentebestuur en alle voor de aanslag noodzakelijke gegevens verstrekken.
Artikel 6.
De belasting is betaalbaar door de aanvrager na goedkeuring van de aanvraag zodra de plaats op het privaat terrein ingenomen is en de inrichting geopend is.
Artikel 7.
Bij gebrek aan een aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve gevestigd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur.
Artikel 8.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 9.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 10.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 houdende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op het verwijderen van niet-reglementair aangeplakte affiches werd goedgekeurd.
Overwegende dat de gemeente op vraag van de jeugdraad op strategische plaatsen voorzien heeft in plakmogelijkheden teneinde de verenigingen en organisatoren van evenementen de mogelijkheid te bieden hun activiteit aan te kondigen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2013 betreffende de goedkeuring van het reglement plakreglement op basis van het systeem “Plakken door de gemeentediensten.
Overwegende dat het inrichten van deze dienst tot doel heeft het wildplakken tegen te gaan.
Overwegende dat het meer dan waarschijnlijk is dat affiches toch op niet-reglementaire wijze worden aangeplakt en de gemeente deze dient te verwijderen.
Overwegende dat deze diensten voor de gemeente een kost uitmaken en het dus wenselijk is om overtreders te belasten.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting aangerekend op het verwijderen van niet-reglementair aangeplakte affiches.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de aanplakker, of zo deze niet gekend is door de verantwoordelijke voor deze niet-reglementaire aanplakking of door de organisator van de activiteit, zoals vermeld op de affiche. Ook de handelsnaam, het logo of embleem worden als identificatie van de aanplakker beschouwd.
Artikel 3.
De belasting wordt vastgesteld op 25 euro per verwijderde affiche.
Artikel 4.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 april 2012 betreffende de goedkeuring van het reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op de openbare kermissen;- dat in artikel 19 van voormeld reglement staat dat er een financiële tussenkomst zal gevraagd worden aan de kermisuitbater die een abonnement voor een staanplaats heeft bekomen conform een gemeentelijk retributiereglement.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement inzake openbare kermissen op het openbaar domein werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor kermissen op openbaar domein.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door eenieder, die voor de uitoefening van zijn beroep, op de openbare plaatsen of wegen van de gemeente een standplaats inneemt met één en/of meerdere kermisattracties.
Artikel 3.
De retributie wordt vastgesteld op 2,5 euro per lopende meter gevellengte van de kermisattracties, met een minimum van 37,50 euro per standplaats en geldend voor alle opeenvolgende kermisdagen. Als gevellengte dient verstaan, de langste zijde van de inrichting en voor de inrichtingen met een ronde vorm, de lengte van de diameter of van de langste diagonaal van die inrichting.
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag tot het plaatsrecht van een of meerdere kermisattracties op het openbaar domein. De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Zij is verschuldigd, zonder dat de gegadigde aanspraak kan maken op enig onherroepelijk recht van concessie of erfdienstbaarheid op het openbaar domein. De overheid kan bovendien, te allen tijde, een einde maken aan het toegestane gebruik, zonder dat betrokkene hiervoor aanspraak kan maken op enige vergoeding.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 april 2012 betreffende de goedkeuring van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein;- dat in artikel 23 van voormeld reglement staat dat er een financiële tussenkomst zal gevraagd worden aan de marktkramer die een abonnement voor een standplaats heeft bekomen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op markten of het standnemen op de openbare weg of plein werd goedgekeurd.
Overwegende dat de taken die de gemeente te vervullen heeft ter gelegenheid van de jaarmarkt, van de maandelijkse markt en bij het eenvoudig stand nemen op de openbare wegen en pleinen van de gemeente in zekere mate verschillen;- dat het bijgevolg billijk lijkt afzonderlijke tarieven vast te stellen voor de jaarmarkt, de maandelijkse marktdagen en het gewoon stand nemen op de wegen en/of pleinen van de gemeente.
Overwegende dat aan gemeentelijke verenigingen die geen winstoogmerk hebben, een vrijstelling kan worden gegeven op het retributiereglement.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het gebruik van handels en beroepsinrichtingen op openbaar domein.
Onder handels en beroepsinrichtingen op openbaar domein moet worden verstaan eenieder, die zich voor zijn handel of beroep en afgezien van de aard van de koopwaar of van de inrichting, op de openbare weg opstelt, zowel op de jaarmarkt, de maandelijkse marktdagen of het gewoon stand nemen op de wegen en/of pleinen van de gemeente.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de marktkramer die standhoudt op de jaarmarkt, de maandelijkse marktdagen of gewoon stand neemt op de wegen en/of pleinen van de gemeente.
Artikel 3.
De retributie wordt vastgesteld op de dagen waarop in de verschillende deelgemeenten de jaarmarkt wordt gehouden:
Door gevellengte dient verstaan de langste zijde van het kraam of de inrichting en voor inrichtingen met een ronde vorm, de lengte van de diameter of van de langste diagonaal van die inrichting.
Artikel 4.
De retributie wordt vastgesteld op de dagen waarop de maandelijkse markt wordt gehouden:
Door gevellengte dient verstaan de langste zijde van het kraam of de inrichting en voor inrichtingen met een ronde vorm, de lengte van de diameter of van de langste diagonaal van die inrichting.
Artikel 5.
De retributie wordt vastgesteld op de dagen niet bedoeld onder (a) (jaarmarkt) en (b) (maandelijkse markt) van dit reglement:
Door gevellengte dient verstaan de langste zijde van het kraam of de inrichting en voor inrichtingen met een ronde vorm, de lengte van de diameter of van de langste diagonaal van die inrichting.
De aan deze retributie onderworpen personen bedoeld in dit artikel mogen de betaling per lopende meter vervangen door een forfaitaire betaling, vastgesteld als volgt:
Artikel 6.
De retributie is niet verschuldigd voor gemeentelijke verenigingen die geen winstoogmerk hebben die stand nemen op de jaarmarkt, de maandelijkse marktdagen of gewoon stand neemt op de wegen en/of pleinen van de gemeente.
Artikel 7.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager na goedkeuring van de aanvraag zodra de plaats op het openbaar terrein ingenomen is en de inrichting geopend is. De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Zij is verschuldigd, zonder dat de gegadigde aanspraak kan maken op enig onherroepelijk recht van concessie of erfdienstbaarheid op het openbaar domein. De overheid kan bovendien, te allen tijde, een einde maken aan het toegestane gebruik, zonder dat betrokkene hiervoor aanspraak kan maken op enige vergoeding.
Artikel 8.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 9.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 april 2012 betreffende de goedkeuring van het reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op de openbare kermissen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement voor het ter beschikking stellen van elektriciteit op openbare kermissen werd goedgekeurd.
Overwegende dat er telkens een aanvraag wordt ingediend voor de levering van elektriciteit op de plaats waar de bedoelde kermissen plaatsvinden;- dat er meestal geopteerd wordt voor de opstelling van een voedingskast.
Overwegende dat sinds de liberalisering van de elektriciteitsmarkt de distributiebeheerder zelf geen elektriciteit kan leveren en dat hij onmogelijk nog zelf eigenaar/beheerder kan zijn van de aansluitingskasten die voor de genoemde doeleinden zullen gebruikt worden.
Overwegende dat de gemeenten het meest aangewezen zijn om de aansluitkast(en) te exploiteren;- dat de gemeente Zandhoven een gemeentelijke aansluitkast ter beschikking stelt voor de levering van elektriciteit op een openbare plaats, gelegen op haar grondgebied ter gelegenheid van plaatselijk georganiseerde kermissen.
Overwegende dat het gepast voorkomt deze terbeschikkingstelling te reglementeren en dat het verantwoord en billijk lijkt een vergoeding voor bedoeld gebruik vast te stellen en te innen.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het ter beschikking stellen van elektriciteit op openbare kermissen op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2.
De gemeente stelt aan de foorexploitant een vaste gemeentelijke aansluitkast ter beschikking voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied, ten behoeve van foorattracties. De foorexploitant mag deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.
De kandidaat-energiegebruiker richt de aanvraag voor de toegang aan de gemeentelijke aansluitkast aan het college van burgemeester en schepenen, dit minstens 60 kalenderdagen voor het betrokken evenement.
Hij bezorgt hiervoor een aanvraag per brief, of per e-mail gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
Volgende gegevens dienen te worden overgemaakt:
De kandidaat-energiegebruiker kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente.
Het college van burgemeester en schepenen deelt binnen 15 kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag zijn beslissing mede aan de foorexploitant.
Artikel 3.
De retributie is verschuldigd door de foorexploitant, die toestemming heeft verkregen voor het gebruik van de aansluitkast en betaalt aan de gemeente een ‘all in’-vergoeding voor het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast.
De retributie is forfaitair vastgelegd als volgt:
Artikel 4.
De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op verzending van de factuur.
Artikel 5.
De gemeentelijke afgevaardigde zet de installatie in dienst (er is een automaat per stopcontact) op voorwaarde dat de foorexploitant een geldig attest voorlegt inzake de jaarlijkse keuring van zijn binneninstallatie.
De gemeentelijke afgevaardigde wijst aan de foorexploitant het stopcontact (nummer) / de stopcontacten (nummers) / stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast aan waartoe deze toegang bekomt en noteert de gegevens met het oog op de controle tijdens het gebruik van de kast. De gemeentelijke aansluitkast moet te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de gemeentelijke afgevaardigde, zodat het toezicht steeds mogelijk is.
Met het oog op het aftakken van zijn eigen foorinstallatie levert de foorexploitant een soepele kabel met versterkte buitenmantel volgens NBN C32-131 H07RN-F (CTFB-N) van een aan het installatievermogen aangepaste geleider doorsnede en voorzien van de overeenkomende industriële EN 60309-1 / en 60309-2 stekker, nl. minimum 5 G 6 met stekker 32 A of minimum 5 G 10 met stekker 63 A. Voor éénfasige toepassingen moet H07RN-F (CTFB-N) kabel 3 G 6 of 3 G 10 worden gebruikt met tweepolige stekker met aarding EN 60309-1 / EN 60309-2. Op het uiteinde van de kabel is de naam aangebracht van de foorexploitant.
Indien voor de foorexploitant omwille van het regelmatig karakter een vaste gemeentelijke aansluitkast voorzien is, wordt de aarding ter beschikking gesteld van de foorexploitant. In dit geval moet de kabel die gebruikt wordt voor de verbinding met de gemeentelijke aansluitkast uitgerust zijn met een groen/gele geleider.
Indien het om een plaats gaat met occasioneel karakter, moet de foorexploitant op eigen kosten een aarding plaatsen. In dit geval moet hij de aarding laten controleren door een erkend organisme. De aansluiting zal slechts na de controle kunnen worden uitgevoerd. Een aansluitkabel die een groen/gele geleider bevat, mag niet aangesloten worden op de aarding van de foorexploitant.
De foorexploitant zal bij iedere aansluiting van zijn verbindingskabel op de gemeentelijke aansluitkast de continuïteit van de aardgeleider controleren. De verbinding van de aardgeleider met het verdeelbord van de foorinstallatie moet op een correcte wijze worden uitgevoerd.
Overeenkomstig artikel 97.02 van het AREI moeten de beschermingsgeleiders, welke ook de voedingswijze is, met uitzondering van zeer lage voedingsspanning, verbonden zijn met een aardelektrode, waarvan de spreidingsweerstand niet groter is dan 500 Ohm.
Alle stroombanen van de installaties van de foorexploitant, met uitzondering van deze, gevoed op zeer lage veiligheidsspanning, moeten ten minste beschermd zijn door een automatische differentieelschakelaar waarvan de aanspreekstroom niet groter is dan 100 mA of door een beschermingsinrichting tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking met een gelijkwaardige veiligheid. De test van de automatische differentieelschakelaars zoals voorzien in artikel 85.12 van het AREI dient door de foorexploitant te worden uitgevoerd onmiddellijk na de verbinding van de stekker in de gemeentelijke aansluitkast. De test moet uitwijzen dat de voeding werkelijk onderbroken wordt.
Ieder verslag van een erkend keuringsorganisme moet de aanwezigheid van deze differentieel-schakelaar vermelden.
De aarding en de differentieelschakelaar(s) van de installatie van de foorexploitant dienen jaarlijks te worden gekeurd door een erkend keuringsorganisme. De gemeentelijke afgevaardigde heeft elk moment het recht om het attest inzake jaarlijkse keuring van de foorexploitant in te zien.
Indien de gemeentelijke afgevaardigde oordeelt dat de bepalingen van het AREI worden overtreden en/of dat de veiligheid in het gedrang komt, heeft hij de bevoegdheid om alle verdere toegang onmiddellijk te weigeren. In geval van twijfel kan hij een beroep doen op de know-how van de distributienetbeheerder.
Elke onrechtmatige toegang of onderhuring door de foorexploitant zal gerechtelijk worden vervolgd.
Artikel 6.
De gemeente stelt naar best vermogen de aangeboden energie ter beschikking via de aansluitkast aan de foorexploitant. Nochtans kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld voor onderbrekingen en dient zij in dit geval noch een schadevergoeding noch een vermindering van de gebruiksvergoeding aan de foorexploitant toe te staan.
De foorexploitant dient de nodige schikkingen te treffen om iedere oorzaak van beschadiging te vermijden. Hij is aansprakelijk voor alle schade die hij door onoordeelkundig gebruik aan de gemeentelijke aansluitkast veroorzaakt. Hij dient de gemeentelijke afgevaardigde onmiddellijk op de hoogte te stellen van elke beschadiging, afwijking of elke niet-conformiteit aan de wettelijke voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.
De foorexploitant dient verzekerd te zijn voor de schade die hij door het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast aan deze kast en aan derden kan veroorzaken.
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 april 2012 betreffende de goedkeuring van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement voor het ter beschikking stellen van elektriciteit op markten of het standnemen op de openbare weg of plein en circussen werd goedgekeurd.
Overwegende dat ter gelegenheid van de jaarmarkten, van de maandelijkse markt en bij het eenvoudig stand nemen op de openbare wegen en pleinen van de gemeente, er telkens aanvragen worden ingediend voor de levering van elektriciteit op de plaats waar de bedoelde marktkramen plaats nemen;- dat er meestal geopteerd wordt voor de opstelling van een voedingskast.
Overwegende dat sinds de liberalisering van de elektriciteitsmarkt de distributiebeheerder zelf geen elektriciteit meer kan leveren en dat hij onmogelijk nog zelf eigenaar/beheerder kan zijn van de aansluitkasten die voor de genoemde doeleinden zullen gebruikt worden.
Overwegende dat de gemeenten het meest aangewezen zijn om de aansluitkast(en) te exploiteren;- dat de gemeente Zandhoven een gemeentelijke aansluitkast ter beschikking stelt voor de levering van elektriciteit op een openbare plaats, gelegen op haar grondgebied, ter gelegenheid van de plaatselijke jaarmarkten, van de maandelijkse markt en bij het eenvoudig stand nemen.
Overwegende dat het gepast voorkomt deze ter beschikkingstelling te reglementeren en dat het verantwoord en billijk lijkt een vergoeding voor bedoeld gebruik vast te stellen en te innen.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het ter beschikking stellen van elektriciteit op markten of bij stand nemen op de openbare weg of plein op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2.
De gemeente stelt aan de marktkramer of aan de circusexploitant een vaste gemeentelijke aansluitkast ter beschikking voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied, ten behoeve van marktactiviteiten en circussen. De marktkramer of circusexploitant mag deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.
De kandidaat-energiegebruiker richt de aanvraag aan de gemeentelijke afgevaardigde op de markt die een beslissing neemt.
Artikel 3.
De retributie is verschuldigd door de marktkramer of circusexploitant, die toestemming heeft verkregen voor het gebruik van de aansluitkast en betaalt aan de gemeente een ‘all in’-vergoeding voor het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast. De retributie is forfaitair vastgelegd als volgt en gaat uit van het gevraagd vermogen in kVA:
Vermogen tot
1,5 kVA: 3,00 euro
3 kVA: 6,00 euro
6 kVA: 12,00 euro
Het bedrag van de retributie geldt per dag.
Voor een of circusexploitant bedraagt de vergoeding 25 euro per dag per aansluiting.
Artikel 4.
De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Artikel 5.
De retributie is niet verschuldigd voor gemeentelijke verenigingen die geen winstoogmerk hebben die stand nemen op de jaarmarkt, de maandelijkse marktdagen of gewoon stand neemt op de wegen en/of pleinen van de gemeente.
Artikel 6.
De gemeentelijke afgevaardigde zet de installatie in dienst (er is een automaat per stopcontact) op voorwaarde dat de marktkramer een geldig attest voorlegt inzake de jaarlijkse keuring van zijn binneninstallatie (zie ook verder).
De gemeentelijke afgevaardigde wijst aan de marktkramer het stopcontact (nummer) / de stopcontacten (nummers)/ stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast aan waartoe deze toegang bekomt en noteert de gegevens met het oog op de controle tijdens het gebruik van de kast. De gemeentelijke aansluitkast moet te allen tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de gemeentelijke afgevaardigde, zodat het toezicht steeds mogelijk is.
Met het oog op het aftakken van zijn eigen installatie levert de marktkramer een soepele kabel met versterkte buitenmantel volgens NBN C32-131 H07RN-F (CTFB-N), minimum 5 G 6 met stekker 32 A of eventueel minimum 5 G 10 met stekker 63 A. Deze stekker is van het industrieel type, norm EN 60309-1 / EN 60309-2 voorzien van een telecontact. Voor éénfasige toepassingen moet H07RN-F (CTFB-N) kabel 3 G 6 of 3 G 10 worden gebruikt met tweepolige stekker met aarding EN 60309-1 / EN 60309-2 voorzien van een telecontact. De kabel moet voorzien zijn van een geel/groene geleider.
Op het uiteinde van de kabel is de naam aangebracht van de marktkramer.
De voeding van de elektrische uitrusting, geplaatst op motorvoertuigen, of aanhangwagens voor wegvervoer, moet gedurende het stationeren overeenkomstig artikel 97.01 van het AREI op een van volgende wijzen geschieden:
Er mogen geen marktinstallaties aangesloten worden die niet met een differentieelschakelaar met grote of zeer grote gevoeligheid uitgerust zijn. Deze installaties moeten jaarlijks worden gekeurd door een erkend keuringsorganisme, differentieel inrichting en aftakkabel inbegrepen.
De gemeentelijke afgevaardigde heeft elk moment het recht om het attest inzake jaarlijkse keuring van de marktkramer in te zien.
Indien de gemeentelijke afgevaardigde oordeelt dat de bepalingen van het AREI worden overtreden en/of dat de veiligheid in het gedrang komt, heeft hij de bevoegdheid om alle verdere toegang onmiddellijk te weigeren. In geval van twijfel kan hij een beroep doen op de knowhow van de distributienetbeheerder.
Elke onrechtmatige toegang of onderverhuring door de marktkramer zal gerechtelijk worden vervolgd.
Artikel 7.
De gemeente stelt naar best vermogen de aangeboden energie ter beschikking via de aansluitkast aan de marktkramer. Nochtans kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld voor onderbrekingen en dient zij in dit geval noch een schadevergoeding noch een vermindering van de gebruiksvergoeding aan de marktkramer toe te staan.
De marktkramer dient de nodige schikkingen te treffen om iedere oorzaak van beschadiging te vermijden. Hij is aansprakelijk voor alle schade die hij door onoordeelkundig gebruik aan de gemeentelijke aansluitkast veroorzaakt. Hij dient de gemeentelijke afgevaardigde onmiddellijk op de hoogte te stellen van elke beschadiging, afwijking of elke niet-conformiteit aan de wettelijke voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.
De marktkramer dient verzekerd te zijn voor de schade die hij door het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast aan deze kast en aan derden kan veroorzaken.
Artikel 8.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 9.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 15 oktober 2015 waarbij het reglement m.b.t. aanbrengen van overwelvingen van baangrachten werd goedgekeurd.
Overwegende dat voormeld reglement niet meer voldoet aan de huidige situatie en noden en dus achterhaald en verouderd is
Overwegende dat aangezien de overwelvingen zich bevinden op openbaar domein, het aangeraden is om de aanleg en het onderhoud van de overwelvingen te laten uitvoeren door de gemeentelijke technische dienst;- dat op die manier ook de uniformiteit en de degelijkheid van de overwelvingen bewaard kan worden.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement met betrekking tot het aanbrengen van overwelvingen van baangrachten” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement akkoord kan gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan hiernavolgend reglement:
| REGLEMENT M.B.T. HET AANBRENGEN |
|
|
|
Artikel 1. Een baangracht is een gracht die parallel met een weg loopt en als hoofdfunctie het hemelwater van de weg en de aanpalende percelen opvangt, buffert en afvoert. Artikel 2. Het overwelven van een baangracht houdt in dat een overbrugging wordt gemaakt over een baangracht waardoor deze overgankelijk wordt. Artikel 3. Het beschoeien van een baangracht is onderhevig aan het reglement voor het plaatsen van grachtbeschoeiingen. Artikel 4. Het overwelven van baangrachten gelegen langs buurt-, gemeente- of gewestwegen kan slechts toegestaan worden mits een voorafgaande en schriftelijke toelating werd verleend door het college van burgemeester en schepenen. Dat geldt voor de eerste overwelving met een standaardbreedte van 5 meter per kadastraal perceel. Vanaf een tweede overwelving per kadastraal perceel of een eerste overwelving met een breedte van meer dan 5 meter, is een omgevingsvergunning vereist. Elke aanvraag wordt getoetst aan alle geldende stedenbouwkundige bepalingen en moet minstens volgende zaken bevatten:
Indien de aanvraag tot overwelving een baangracht langs een gewestweg betreft, is naast toelating van het schepencollege bijkomend toelating van het Agentschap Wegen en Verkeer te bekomen. Artikel 5. Per kadastraal perceel kan standaard één overwelving toegestaan worden met een maximale breedte van 5 meter en standaard een doorlaatopening van 0,40 meter. Elke overwelving wordt voorzien van 2 betonnen kopmuren. De aanleg van een overwelving van een baangracht, inclusief het leveren en plaatsen van de kopmuren, wordt uitgevoerd door de gemeentelijke technische dienst. Het eventueel uitgegraven materiaal wordt op de buizen gedaan ter opvulling. Artikel 6. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds, mits motivering, bijkomende voorwaarden opleggen. Slechts in uitzonderlijke gevallen en mits grondige motivering vanwege de aanvrager kan het college van burgemeester en schepenen een afwijking toestaan op de in artikel 5 vermelde standaardbepalingen. Niet-limitatieve voorbeelden van mogelijke afwijkingen op artikel 5:
Artikel 7. Voor het overwelven van een baangracht zal een financiële tussenkomst gevraagd worden conform het gemeentelijk retributiereglement op het overwelven van baangrachten. Die retributie is de vergoeding voor alle gebruikte materialen . De werken zullen pas uitgevoerd worden nadat het verschuldigde bedrag betaald werd aan het gemeentebestuur van Zandhoven. Artikel 8. De aanvrager die toelating tot overwelving heeft bekomen of zijn rechtsopvolger, behandelt de overwelving zoals een goede huisvader. Onderhoud en eventuele herstelling van de overwelving gebeurt - wanneer nodig - door de technische dienst van de gemeente tegen kostprijs. Artikel 9. In het geval van werken in opdracht van het gemeentebestuur:
Artikel 10. Het college van burgemeester en schepenen kan om redenen van openbaar nut, steeds wijzigingen aan een overwelving opleggen of de plaatselijke situatie in de oorspronkelijke toestand laten herstellen. Artikel 11. In het geval dat de te overwelven baangracht een geklasseerde waterloop is, zal de aanvraag moeten geschieden volgens de bepalingen van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en eventuele, latere wijzigingen. Voor onbevaarbare waterlopen van 1ste categorie gebeurt de aanvraag bij de Vlaamse Milieumaatschappij die in dit geval ook de toelating verleent. Voor onbevaarbare waterlopen van 2de categorie gebeurt de aanvraag bij de provincie Antwerpen die in dit geval ook de toelating verleent. |
Artikel 2.
Dit reglement vervangt het vorige reglement ‘Aanbrengen van overwelvingen van baangrachten’, zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 15 oktober 2015.
Artikel 3.
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 4.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de technische dienst, de dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 20 mei 2021 waarbij het retributiereglement op het aanbrengen van overwelvingen van baangrachten werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij het reglement m.b.t. overwelving baangrachten werd goedgekeurd;- dat in artikel 7 van voormeld reglement staat dat er een financiële tussenkomst gevraagd zal worden conform het retributiereglement inzake het aanbrengen van overwelvingen van baangrachten.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor het aanbrengen van overwelvingen van baangrachten.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager voor de overwelving van de baangrachten.
Artikel 3.
De retributie voor het aanbrengen van een overwelving van een baangracht op verzoek van de aanvrager, daarin begrepen het leveren en plaatsen van de rioolbuizen en de kopmuren, wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de reële kostprijs van de materialen.
Ook de retributie voor het uitbreiden, onderhoud of verplaatsen van een bestaande overwelving op verzoek van de aanvrager wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen op basis van de reële kostprijs, desgevallend vermeerderd met de afbraakkosten van de kopmuur / kopmuren zoals hierna vastgesteld.
Artikel 4.
De retributie voor de afbraak van een bestaande overwelving op verzoek van de aanvrager bedraagt:
Artikel 5.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager na goedkeuring van de aanvraag. De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement inzake tijdelijk gebruik van het openbaar domein werd goedgekeurd.
Overwegende dat particulieren, bedrijven of organisaties regelmatig wensen over te gaan tot een tijdelijke inname van het openbaar domein van de gemeente;- dat deze innames niet bijdragen tot de veiligheid van het verkeer noch tot de netheid van de straat of de weg.
Overwegende dat de procedure van het bestaande reglement dient geactualiseerd te worden;- dat dit reglement een willekeurig optreden van een betrokken partij moet uitsluiten;- dat het duidelijkheid zal scheppen met betrekking tot de rechten en plichten van de aanvrager.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement inzake de inname van het openbaar domein” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van het reglement akkoord kan gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan hiernavolgend reglement:
| REGLEMENT INZAKE |
|
|
|
Artikel 1. Voorwerp Iedereen die tijdelijk of permanent het openbaar domein wil innemen op de begane grond alsook erboven of eronder moet een vergunning aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen. Artikel 2. Duur van de vergunning De vergunning kan voor een termijn van maximaal drie maanden aangevraagd worden. Bij inname van langere duur moet de aanvrager tijdig een nieuwe aanvraag indienen. Artikel 3. Strijdige innamen Het college van burgemeester en schepenen kan van rechtswege alle voorwerpen doen wegnemen waarvan de plaatsing een privatief gebruik van de openbare weg uitmaakt of in strijd is met artikel 1. De kosten voor de wegname kunnen ten alle tijde aan de overtreder aangerekend worden. Artikel 4. Uitvoering van de werken Bij de uitvoering van werken waarvoor het openbaar domein in beslag genomen wordt, zal een retributie geheven worden volgens de modaliteiten in dit reglement. De omvang van de retributie wordt geregeld volgens een apart retributiereglement. Onder uitvoering van werken wordt verstaan: de inname van parkeerplaatsen, het plaatsen van afsluitingen, stellingen, materieel, materialen, kranen en soortgelijke naar aanleiding van het bouwen, veranderen, herstellen of afbreken van bouwwerken, alsook het plaatsen van barakken, containers, werkloodsen en verkoopburelen. Artikel 5. De aanvraag De aanvraag tot het bekomen van een vergunning voor het innemen van het openbaar domein dient vóór de gewenste aanvangsdatum van het gebruik van het openbaar domein bij de gemeentelijke technische dienst ingediend te worden:
De oppervlakten in te nemen openbaar domein worden verondersteld in goede staat te zijn bij de aanvang van de inname. Bij elke betwisting over deze goede staat, is het aan de aanvrager/betalingsplichtige om te bewijzen dat de schade reeds aanwezig was vóór de inname. Bij het einde van de inname zal de gemeentelijke technische dienst ter plaatse vaststelling doen van eventuele beschadiging of verontreiniging van de ingenomen oppervlakte. In geval van afwijking ten opzichte van de oorspronkelijke toestand is de aanvrager/betalingsplichtige ertoe gehouden de toegebrachte schade te herstellen of de aanwezige verontreiniging te verwijderen. Gebeurt dit niet dan zal de herstelling/opkuis gebeuren door de technische dienst op kosten van de aanvrager/betalingsplichtige. Elke wijziging die aan de aanvraag van de inname zou aangebracht worden, alsook het niet meer gebruiken van het openbaar domein, dient ten laatste 24 uur voorafgaand aan de wijziging ter kennis gebracht te worden van de technische dienst door middel van e-mail, brief of het digitale vergunningsplatform. Het college van burgemeester en schepenen delegeert de bevoegdheid tot wijzigingsbesluit aan de afdeling technische dienst welke dit nadien agendeert ter kennisname op de eerstvolgende zitting van het college. Artikel 6. Waarborg Elke aanvraag voor inname langer dan 5 dagen, dient vergezeld van een waarborg. Deze waarborg bedraagt 250 euro. Voor een inname van het openbaar domein langer dan 5 dagen én een oppervlakte groter dan 25 m² wordt de waarborg vastgesteld op 1.000 euro. Bij overschrijding van de termijn opgenomen in de machtiging of het niet naleven van de melding tot langere inname wordt de waarborg volledig ingehouden zonder dat dit de aanvrager/betalingsplichtige ontslaat van de bijkomende belasting. Van zodra de technische dienst na de inname herstellingen of opkuis moet uitvoeren, wordt de waarborg volledig ingehouden ongeacht de grootte of impact van de herstelling of opkuis. Indien de waarborg de kosten niet dekt, zal een aanvullende factuur opgemaakt worden en verschuldigd zijn door de aanvrager/betalingsplichtige. Artikel 7. Vergunningen De vergunning ‘inname openbaar domein’ dient bereikbaar en zichtbaar te worden aangebracht binnen het domein waarop de vergunning slaat. De vergunning is verplicht. Het college van burgemeester en schepenen kan gemotiveerd de vergunning te allen tijde opschorten. In dit geval wordt een gedeelte van de belasting terugbetaald. De terugbetaling is een verhouding van de gebruikte periode ten aanzien van de aangevraagde periode. De vergunninghouder zal evenwel om geen enkele reden schadeloosstelling kunnen vorderen. Artikel 8. Vergoedbare oppervlakte De controle op de opmetingen en de vaststelling van de oppervlakte(n) berust bij de technische dienst. De oppervlakte wordt steeds in volle vierkante meters uitgedrukt. Gedeelten van een vierkante meter worden voor een volle vierkante meter aangerekend, tot 0,49 m² worden zij verwaarloosd. De oppervlakte is steeds deze van een rechthoek waarbinnen alle voorwerpen geplaatst dienen te worden. De breedte van het werkelijk gebruikte gedeelte van het openbaar domein wordt steeds in aanmerking genomen. Buiten de vergunde oppervlakte mag het openbaar domein door geen enkel voorwerp worden ingenomen of bezet. Voor de noodzakelijke inname van voetpaden en/of fietspaden zal de aanleg van een noodvoetpad en/of -fietspad geëist worden, conform de voorschriften (verkeerstechnisch, veiligheid, …) door de technische dienst opgegeven. Artikel 9. Afbakening inname Teneinde alle betwistingen bij het opmeten en het berekenen van de in te nemen oppervlakte te vermijden, is al wie gebruik maakt van het openbaar domein voor werfinname – uitgezonderd het plaatsen van containers – gedurende de volledige duur van de bouwtijd verplicht de werf en in het bijzonder de inname van het openbaar terrein af te bakenen met een stevige afsluiting die moet voldoen aan alle veiligheidsvoorschriften. Alle bouwstoffen en de nodige aangevoerde voorwerpen en materialen moeten onmiddellijk binnen de afsluiting worden gelegd. Bij niet-naleving kan het college van burgemeester en schepenen de verdere toelating tot ingebruikname van het openbaar domein weigeren. De vergunninghouder zal evenwel om geen enkele reden schadeloosstelling kunnen vorderen. Artikel 10. Aansprakelijkheid De gemeente zal geen enkele aansprakelijkheid dragen nopens het privaat gebruik van gedeelten van het openbaar domein en de erop geplaatste voorwerpen. De vergunninghouder draagt alle aansprakelijkheid. Artikel 11. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. |
Artikel 2.
Dit reglement vervangt het vorige reglement inzake tijdelijk gebruik van het openbaar domein zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 19 december 2019.
Artikel 3.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 4.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij het reglement op het tijdelijk gebruik van het openbaar domein;- dat in artikel 4 van voormeld reglement staat dat er een vergoeding aan de aanvrager van inname van het openbaar domein zal gevraagd worden conform een gemeentelijk reglement.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement op de inname van het openbaar domein werd goedgekeurd.
Overwegende dat bij het gemeentebestuur regelmatig aanvragen worden ingediend die betrekking hebben op een tijdelijke inname van het openbaar domein van de gemeente;- dat voormelde innamen hinderlijk zijn voor de leefomgeving;- dat de administratieve behandeling van de aanvragen alsmede de controle nadien, arbeidsintensief is;- dat het dienvolgens aangewezen is.
Overwegende dat het wenselijk is geen retributie te heffen op de inname van het opbaar domein voor innames met volgende doeleinden:
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor de inname van het openbaar domein bij bouwwerken, verbouwingswerken, onderhouds- en instandhoudingswerken en andere werken.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein en bij ontstentenis van een aanvraag de uitvoerder van de werken of de degene die het openbaar domein inneemt.
Artikel 3.
Alvorens tot de inname van het openbaar domein mag worden overgegaan dient toelating te worden verkregen. Zo deze toelating niet is verleend, zal de ingenomen oppervlakte op het openbaar domein worden vrijgemaakt door of in opdracht van de gemeente en zullen de kosten verhaald worden op de veroorzaker en indien deze niet bekend is op de bouwheer.
Artikel 4.
De retributie is verschuldigd vanaf de zesde kalenderdag van de effectieve inname van het openbaar domein. Ieder begonnen dag wordt gerekend voor een volle dag. De retributie is verschuldigd zolang de stopzetting van de inname van het openbaar domein niet ter kennis is gebracht van het college van burgemeester en schepenen.
De retributie voor het plaatsen van de aankondigingsborden van de inname van het openbaar domein (parkeerverbod) door de gemeentelijke diensten:
De retributie voor de inname van het openbaar domein wordt vastgesteld op:
Artikel 5.
De retributie is niet verschuldigd voor innames van het openbaar domein met volgende doeleinden:
Artikel 6.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager na goedkeuring van de aanvraag. De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Artikel 7.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 8.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement inzake het ontlenen van diverse materialen werd goedgekeurd;- dat dit reglement als goed ervaren wordt;- dat er enkel administratieve aanpassingen nodig zijn.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Gelet op het ontwerp van ‘Reglement inzake het ontlenen van diverse materialen’ dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement akkoord kan gegaan worden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Zijn goedkeuring te verlenen aan het hiernavolgende reglement:
| REGLEMENT INZAKE |
|
|
|
1. Aanvraag tot gebruik 1.1 Enkel verenigingen of groepen met maatschappelijke zetel op het grondgebied van de gemeente Zandhoven kunnen materialen ontlenen. 1.2 Deze organisaties mogen de materialen uitzonderlijk ook ontlenen:
1.3 De aanvraag voor het ontlenen van de materialen gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zandhoven met het daartoe voorziene aanvraagformulier. 1.4 De aanvrager zoals gedefinieerd in artikel 1.1 en artikel 1.2 mag de aanvraag voor het ontlenen van de materialen ten vroegste zes maanden voor de dag waarop de materialen ontleend worden bij het college indienen. De gemeentelijke diensten en gemeentescholen mogen deze aanvraag eerder dan zes maanden op voorhand indienen. 1.5 De aanvraag moet ten laatste één maand voor de dag waarop de materialen ontleend worden bij het college ingediend zijn. Gebeurt de aanvraag niet binnen deze termijn, dan moet de aanvrager de hoogdringendheid van zijn aanvraag aantonen. 1.6 Enkel het college van burgemeester en schepenen van Zandhoven is bevoegd om toelating te geven tot gebruik van de materialen. De burgemeester kan toelating geven in geval van hoogdringendheid. De aanvrager moet zelf aantonen dat het om een spoedgeval gaat. 1.7 Het college bezorgt de aanvrager een antwoord op zijn vraag. Hierin staat duidelijk vermeld of de ontlening werd toegestaan of niet. 1.8 Komen er meerdere aanvragen binnen om de materialen te ontlenen op eenzelfde datum of voor eenzelfde periode, dan is de volgende voorrangsregeling van toepassing:
2. Plichten van de gebruikers 2.1 De materialen moeten in zijn oorspronkelijke staat behouden blijven. De materialen mogen enkel gebruikt worden voor het doel waarvoor ze ter beschikking werden gesteld. 2.2 Wanneer de periode van gebruik verstreken is, moet de huurder de materialen degelijk en volgens de regels van de kunst proper maken zodat deze door een volgende huurder opnieuw gebruikt kunnen worden. 2.3 Alle goederen dienen na gebruik terug op dezelfde plaats en in dezelfde staat als bij levering, verzameld te worden. 2.4 De schade die aangericht wordt aan de materialen door fout gebruik of door nalatigheden van de aanvrager worden tegen werkelijke kost doorgerekend. 3. Stalling, vervoer en onderhoud materialen |
Artikel 2.
Dit reglement vervangt het reglement inzake het ontlenen van diverse materialen zoals goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 19 december 2019.
Artikel 3.
Het reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 4.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de technische dienst en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van heden waarbij het reglement inzake het ontlenen van diverse materialen werd goedgekeurd.
Overwegende dat bepaalde materialen gratis ter beschikking gesteld worden;- dat het aangewezen lijkt om voor bepaalde materialen een waarborg te vragen om er een goed gebruik van te verzekeren.
Gelet op het voorstel om voor bepaalde materialen huurgeld te vragen om de slijtage en onderhoudskosten te kunnen opvangen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 geldt een retributie op het ontlenen van diverse materialen zoals hieronder bepaald.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de ontlener van het materiaal.
Artikel 3.
De retributie wordt vastgestelde als volgt:
§1.
Voor volgende materialen dient een waarborg van 50 euro betaald te worden. De waarborg is betaalbaar op het ogenblik van het afhalen van de materialen tegen afgifte van een betalingsbewijs.
De materialen waarvoor er geen waarborg betaald werd dienen na gebruik door de huurder terug op dezelfde plaats en in dezelfde staat als bij levering, verzameld te worden zodat de medewerkers van de gemeente deze terug kunnen ophalen.
§2.
Voor volgende materialen dient geen waarborg betaald te worden De materialen worden door medewerkers van de gemeente op de gevraagde locatie afgeleverd indien zij tijdig werden aangevraagd.
De materialen waarvoor er geen waarborg betaald werd dienen na gebruik door de huurder terug op dezelfde plaats en in dezelfde staat als bij levering, verzameld te worden zodat de medewerkers van de gemeente deze terug kunnen ophalen.
§3.
Voor volgende materialen dient een huurvergoeding betaald te worden. De materialen worden door medewerkers van de gemeente op de gevraagde locatie afgeleverd indien zij tijdig werden aangevraagd.
De materialen waarvoor er geen waarborg betaald werd dienen na gebruik door de huurder terug op dezelfde plaats en in dezelfde staat als bij levering, verzameld te worden zodat de medewerkers van de gemeente deze terug kunnen ophalen
Deze retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de facturen.
Artikel 4.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de technische dienst en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op de artikels 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2.
De belasting wordt vastgesteld op 7,00 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3.
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door het bestuur van de directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 5.
Een afschrift van de beslissing zal aan de dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, en latere wijzigingen.
Gelet op artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van inkomstenbelasting 1992, en latere wijzigingen.
Gelet op artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement opcentiemen op de onroerende voorheffing werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 674 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende goederen geheven.
Artikel 2.
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeurt door de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 3.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 23 februari 2023 betreffende de goedkeuring van het retributiereglement voor het verzenden van aanmaningen, laatste berichten en aangetekende zendingen.
Overwegende dat een aantal debiteuren nalaten de door hen verschuldigde bedragen tijdig te voldoen waardoor de administratieve kosten aanzienlijk verhogen en het aanvaardbaar is dat hiervoor een kost wordt aangerekend.
Overwegende dat volgende procedure wordt gevolgd:
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de administratieve kosten ten gevolge van niet-tijdige betaling van facturen waarvan de invordering wordt uitbesteed na het doorlopen van de volledige procedure debiteurenbeheer.
Artikel 2.
Het bedrag van de retributie bedraagt 10% van de hoofdsom met een minimum van 50 euro bij het doorsturen naar een derde partij.
Artikel 3.
De administratieve kosten zijn verschuldigd door degene die in gebreke blijft tijdig een verschuldigde factuur te betalen.
Artikel 4.
Deze kosten worden samen met de openstaande schuld aangerekend. Bij gebreke van betaling in de minne, zullen deze kosten burgerrechtelijk ingevorderd worden.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën en de dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC), en latere wijzigingen.
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen, en latere wijzigingen.
Overwegende dat de aanpassing van het meerjarenplan nr. 7 2020-2025 van de gemeente Zandhoven dient opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheercyclus (BBC).
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB/2020/3 van 18 september 2020 m.b.t. de aanpassing meerjarenplannen 2020-2025 – lokale en provinciale besturen.
Overwegende dat het ontwerp van aanpassing van de meerjarenplanning nr. 7 2020-2025 samen met de verplichte bijkomende documentatie tijdig werd bezorgd aan de OCMW- en gemeenteraadsleden.
Overwegende dat de gemeente en het OCMW een geïntegreerde aanpassing van het meerjarenplan nr. 7 2020-2025 hebben opgemaakt.
Overwegende dat beide entiteiten de bevoegdheden hebben om hun eigen meerjarenplan vast te stellen.
Overwegende dat de gemeenteraad, na de vaststelling van het (gewijzigde) meerjarenplan door de OCMW-raad, zijn eigen meerjarenplanaanpassing nr. 7 2020-2025 dient vast te stellen.
Gelet op de besprekingen.
Artikel 1.
De aanpassing van het meerjarenplan nr. 7 2020-2025 van de gemeente Zandhoven wordt vastgesteld voor wat zijn deel betreft.
Artikel 2.
De bijkomende (verplichte en niet-verplichte) documentatie maakt integraal deel uit van deze meerjarenplanaanpassing nr. 7 2020-2025.
Artikel 3.
De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, ingeschreven in het boekjaar 2025, omvatten ook de kredieten van de gemeente Zandhoven voor dat jaar.
Artikel 4.
De vastgestelde meerjarenplanaanpassing nr. 7, met bijhorende documentatie, zal gepubliceerd worden op de webtoepassing van de gemeente en OCMW Zandhoven en de digitale rapporten (xml en xbrl) zullen via het digitale loket van de Vlaamse Overheid doorgestuurd worden.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat en dienst Financiën overgemaakt worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC), en latere wijzigingen.
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen, en latere wijzigingen.
Overwegende dat het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente Zandhoven dient opgemaakt te worden volgens de regels over de beleids- en beheercyclus (BBC).
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 m.b.t. de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Overwegende dat het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 samen met de verplichte bijkomende documentatie tijdig werd bezorgd aan de OCMW- en gemeenteraadsleden.
Overwegende dat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 hebben opgemaakt.
Overwegende dat beide entiteiten de bevoegdheden hebben om hun eigen meerjarenplan vast te stellen.
Overwegende dat de gemeenteraad, na de vaststelling van het meerjarenplan door de OCMW-raad, zijn eigen meerjarenplan 2026-2031 dient vast te stellen.
Gelet op de besprekingen.
Artikel 1.
Het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente Zandhoven wordt vastgesteld voor wat zijn deel betreft.
Artikel 2.
De bijkomende (verplichte en niet-verplichte) documentatie maakt integraal deel uit van het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 3.
De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, ingeschreven in het boekjaar 2026, omvatten ook de kredieten van de gemeente Zandhoven voor dat jaar.
Artikel 4.
Het vastgestelde meerjarenplan met bijhorende documentatie, zal gepubliceerd worden op de webtoepassing van de gemeente en OCMW Zandhoven en de digitale rapporten (xml en xbrl) zullen via het digitale loket van de Vlaamse Overheid doorgestuurd worden.
Artikel 5.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat en dienst Financiën overgemaakt worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en alle latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC) en alle latere wijzigingen.
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen en alle later wijzigingen.
Overwegende dat de aanpassing meerjarenplan nr. 7 2020-2025 van de gemeente Zandhoven dient opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheercyclus (BBC).
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 m.b.t. de aanpassing meerjarenplannen 2020-2025 – lokale en provinciale besturen.
Overwegende dat het ontwerp van aanpassing van meerjarenplanaanpassing nr. 7 2020-2025 samen met de verplicht bijkomende documentatie tijdig werd bezorgd aan de OCMW- en gemeenteraadsleden.
Overwegende dat de gemeente en het OCMW een geïntegreerde meerjarenplanaanpassing nr. 7 2020-2025 hebben opgemaakt.
Overwegende dat beide entiteiten de bevoegdheden hebben om hun eigen meerjarenplan vast te stellen.
Overwegende dat de vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
Overwegende dat de raad voor maatschappelijk welzijn heden de aanpassing van het meerjarenplan nr. 7 2020-2025 voor wat zijn deel betreft heeft vastgesteld.
Overwegende dat de ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, ingeschreven in het boekjaar 2025, ook de kredieten van het OCMW Zandhoven voor dat jaar omvatten.
Overwegende dat de gemeenteraad het deel van de meerjarenplanaanpassing nr. 7 2020-2025, zoals vastgesteld door de OCMW-raad, dient goed te keuren.
Gelet op de besprekingen.
Artikel 1.
De aanpassing van het meerjarenplan nr. 7 2020-2025 van het OCMW Zandhoven, zoals heden werd vastgesteld door de OCMW-raad, wordt goedgekeurd.
Artikel 2.
De goedkeuring vermeld in artikel 1, impliceert dat de gemeenteraad de aanpassing van het meerjarenplan nr. 7 - 2020-2025 voor beide entiteiten vaststelt.
Artikel 3.
De vastgestelde meerjarenplanaanpassing nr. 7, met bijhorende documentatie, zal gepubliceerd worden op de webtoepassing van de gemeente en OCMW Zandhoven en de digitale rapporten (xml en xbrl) zullen via het digitale loket van de Vlaamse Overheid doorgestuurd worden.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën en dienst Secretariaat bezorgd worden.
De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC) en alle latere wijzigingen.
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheercyclus van de lokale en provinciale besturen en alle later wijzigingen.
Overwegende dat het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente Zandhoven dient opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheercyclus (BBC).
Gelet op de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 m.b.t. de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Overwegende dat het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 samen met de verplicht bijkomende documentatie tijdig werd bezorgd aan de OCMW- en gemeenteraadsleden.
Overwegende dat de gemeente en het OCMW een geïntegreerde meerjarenplan 2026-2031 hebben opgemaakt.
Overwegende dat beide entiteiten de bevoegdheden hebben om hun eigen meerjarenplan vast te stellen.
Overwegende dat de vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
Overwegende dat de raad voor maatschappelijk welzijn heden het meerjarenplan 2026-2031 voor wat zijn deel betreft heeft vastgesteld.
Overwegende dat de ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering, ingeschreven in het boekjaar 2026, ook de kredieten van het OCMW Zandhoven voor dat jaar omvatten.
Overwegende dat de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan 2026-2031, zoals vastgesteld door de OCMW-raad, dient goed te keuren.
Gelet op de besprekingen.
Artikel 1.
Het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW Zandhoven, zoals heden werd vastgesteld door de OCMW-raad, wordt goedgekeurd.
Artikel 2.
De goedkeuring vermeld in artikel 1, impliceert dat de gemeenteraad het meerjarenplan 2026-2031 voor beide entiteiten vaststelt.
Artikel 3.
Het vastgestelde meerjarenplan met bijhorende documentatie, zal gepubliceerd worden op de webtoepassing van de gemeente en OCMW Zandhoven en de digitale rapporten (xml en xbrl) zullen via het digitale loket van de Vlaamse Overheid doorgestuurd worden.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Financiën en dienst Secretariaat bezorgd worden.
Gezien er tijdens de raadzitting van heden geen verdere opmerkingen worden gemaakt over de redactie van het zittingsverslag en de notulen van de gemeenteraad van 20 november 2025, overeenkomstig art. 24 van het huishoudelijk reglement en art. 32 van het decreet Lokaal Bestuur, zijn het zittingsverslag en de notulen van bedoelde zitting, goedgekeurd.
Namens gemeenteraad,
Annick Smeets
algemeen directeur
Hans Soetemans
voorzitter gemeenteraad