De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 houdende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op het verwijderen van niet-reglementair aangeplakte affiches werd goedgekeurd.
Overwegende dat de gemeente op vraag van de jeugdraad op strategische plaatsen voorzien heeft in plakmogelijkheden teneinde de verenigingen en organisatoren van evenementen de mogelijkheid te bieden hun activiteit aan te kondigen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2013 betreffende de goedkeuring van het reglement plakreglement op basis van het systeem “Plakken door de gemeentediensten.
Overwegende dat het inrichten van deze dienst tot doel heeft het wildplakken tegen te gaan.
Overwegende dat het meer dan waarschijnlijk is dat affiches toch op niet-reglementaire wijze worden aangeplakt en de gemeente deze dient te verwijderen.
Overwegende dat deze diensten voor de gemeente een kost uitmaken en het dus wenselijk is om overtreders te belasten.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting aangerekend op het verwijderen van niet-reglementair aangeplakte affiches.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de aanplakker, of zo deze niet gekend is door de verantwoordelijke voor deze niet-reglementaire aanplakking of door de organisator van de activiteit, zoals vermeld op de affiche. Ook de handelsnaam, het logo of embleem worden als identificatie van de aanplakker beschouwd.
Artikel 3.
De belasting wordt vastgesteld op 25 euro per verwijderde affiche.
Artikel 4.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 6.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.