De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 17 november 2011 waarbij het reglement voor inventarisatie van leegstand werd goedgekeurd.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op leegstand van gebouwen en woningen werd goedgekeurd.
Gelet op het decreet Grond- en Pandenbeleid (DGPB) van 27 maart 2009, en latere wijzigingen.
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 11 september 2020.
Overwegende dat de Vlaamse Codex Wonen de gemeente aanstelt als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;- dat het wenselijk is om op het grondgebied van de gemeente het patrimonium dat beschikbaar is voor wonen ook optimaal te benutten en dat langdurige leegstand van woningen en gebouwen zorgt voor verloedering en om die reden voorkomen en bestreden moet worden.
Overwegende dat er nog woningen en gebouwen leegstaan in Zandhoven en dat het koppelen van een belasting hieraan een doeltreffend middel is om eigenaars er toe aan te zetten om actie te ondernemen.
Overwegende dat een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot stelling van de leegstand worden vastgesteld.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormelde reglementen aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op het ontwerp van “Reglement en belasting op leegstand van gebouwen en woningen” dat wordt voorgelegd;- dat met de inhoud van dit reglement kan akkoord gegaan worden.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen zoals opgenomen in artikel 1.3 in boek 1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 2.
Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. De bestemming van het gebouw blijkt uit de vergunning(en) of de kadastrale gegevens.
Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet effectief gebruikt wordt als woning. Met woning wordt elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande bedoeld.
Een nieuw gebouw of nieuwe woning wordt als leegstaand beschouwd indien voormeld gebouw of woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig de functie.
Het gemeentebestuur houdt een register bij waar de leegstaande gebouwen en woningen worden in opgenomen.
Artikel 3.
Artikel 4.
Alle houders van het zakelijk recht, zoals gekend bij de administratie van het gemeentebestuur op basis van de gegevens van het kadaster, worden met een beveiligde
zending in kennis gesteld van het voornemen om het gebouw of de woning op te nemen in het leegstandsregister.
De houder van het zakelijk recht kan binnen dertig dagen na betekening bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending.
Dit bezwaar bevat minimaal:
Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het bezwaar binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van het ontvangst van het bezwaar. De beslissing wordt per beveiligde zending betekend.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning op in het leegstandsregister vanaf de datum van de administratieve akte.
De houder van het zakelijk recht kan tegen de beslissing over het bezwaar beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg binnen een termijn van drie maanden.
Artikel 5.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de gemeente:
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het leegstandsregister. De datum van beslissing van het college van burgemeester en schepenen geldt als datum van schrapping uit het leegstandsregister.
Artikel 6.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op gebouwen en woningen die gedurende ten minste twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het leegstaande gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 7.
Artikel 8.
De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Bij mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger er van in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister en het gemeentebestuur in kennis stellen van de overdracht. Bij ontstentenis van deze kennisgeving en voor zover de gemeente niet op de hoogte is van deze overdracht, wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht wordt gevestigd.
Artikel 9.
De belasting wordt vastgesteld op 1.500 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning voor de eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden op de leegstandsinventaris.
Indien het gebouw of de woning een tweede termijn van twaalf opeenvolgende maanden op de leegstandsinventaris is opgenomen, wordt de belasting vastgesteld op 3.000 euro.
Vanaf een derde termijn van twaalf opeenvolgende maanden opname op de leegstandsinventaris, wordt de belasting vastgesteld op 4.500 euro.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de leegstandsinventaris staat wordt herberekend bij een volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Artikel 10.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13.
Het reglement voor inventarisatie van leegstand zoals goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 17 november 2011 wordt ingetrokken m.i.v. 1 januari 2026.
Artikel 14.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 15.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de dienst Omgeving worden overgemaakt.