De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, en latere wijzigingen.
Gelet op artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van inkomstenbelasting 1992, en latere wijzigingen.
Gelet op artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het reglement opcentiemen op de onroerende voorheffing werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 674 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende goederen geheven.
Artikel 2.
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeurt door de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 3.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 4.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat en de dienst Financiën bezorgd worden.