Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Besluit  gemeenteraad

do 18/12/2025 - 21:00

Belasting op tweede verblijven: aanpassen en hernieuwen

Aanwezig: Hans Soetemans, voorzitter gemeenteraad
Luc Van Hove, burgemeester
Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Conny Van den Heuvel, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Johan Steylaerts, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren, Dieter Stulens, Bram Cools, Patrick Ven, Peter Smets, leden
Annick Smeets, algemeen directeur
Verontschuldigd: Mieke Maes, schepen

De gemeenteraad,

Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.

Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het belastingreglement op de tweede verblijven werd goedgekeurd

Overwegende dat de gemeente Zandhoven grote inspanningen levert voor de aanleg van degelijke wegen, het beheer en het onderhoud van haar openbaar domein en infrastructuur, afvalophaling aanbiedt, …;- dat personen met een tweede verblijf in Zandhoven eveneens het gebruiksrecht en genot van deze infrastructuur en dienstverlening hebben, doch er niet fiscaal toe bijdragen, zodat het redelijk verantwoord is dat zij ook een billijke bijdrage leveren;- dat zij met deze belasting ook bijdragen om een deel van de kosten te financieren zoals de inwoners van Zandhoven die er wel permanent verblijven.

Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement aan te passen en te hernieuwen.

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te behouden.

Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

Publieke stemming
Aanwezig: Hans Soetemans, Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Conny Van den Heuvel, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Johan Steylaerts, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren, Dieter Stulens, Bram Cools, Patrick Ven, Peter Smets, Annick Smeets
Voorstanders: Luc Van Hove, Rudolf Willems, Paula Henderickx, Steven Van Staeyen, Hans Soetemans, Conny Van den Heuvel, Jelle Lauwereys, Maria Van Rompaey, Johan Steylaerts, Raf Kenis, Jan Valckx, Els Smits, Lies Verstraeten, Bart Oorts, Els Struyfs, Hans Lambert, Jef Leirs, Wouter Van Deuren, Dieter Stulens, Bram Cools, Patrick Ven, Peter Smets
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op tweede verblijven.

Artikel 2.
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie of elk goed waarvan degene die er kan verblijven niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters voor het hoofdverblijf, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste constructies met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, al of niet ingeschreven in de kadastrale legger en ongeacht de staat waarin het goed zich bevindt.

Onder tweede verblijf wordt niet verstaan:

  • gebouwen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van beroepsactiviteiten onderworpen aan de belasting op bedrijfsruimten;
  • tenten, woonaanhangwagens en verplaatsbare caravans, tenzij deze ten minste zes maanden op eenzelfde locatie blijven staan voor verblijf;
  • woongelegenheden opgenomen op de gewestelijke inventaris als ongeschikt en/of onbewoonbaar (VIVOO).

Artikel 3.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die eigenaar zijn van het tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als het tweede verblijf in de loop van het jaar wordt weggenomen.

Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld op 750 euro per jaar per tweede verblijf.

Artikel 5.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 6.
De belastingplichtige moet ten laatste voor 31 januari van het aanslagjaar aangifte doen van elk tweede verblijf dat hij in de gemeente bezit op het grondgebied van de gemeente bij de dienst Omgeving (Liersebaan 12 – 2240 Zandhoven).
De aangifte moet gedaan worden op het formulier dat door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld op de dienst Omgeving (Liersebaan 12 – 2240 Zandhoven). De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet er zelf om verzoeken. Op basis hiervan wordt het goed opgenomen in het register van tweede verblijven.
In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger er van in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het register van tweede verblijven en het gemeentebestuur in kennis stellen van de overdracht. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht wordt gevestigd.

Artikel 7.
Bij gebrek aan een tijdige aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijnen, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden in gekohierd volgens de gegevens waarover het lokaal bestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer wordt overgegaan tot een eerste ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven en bewijsstukken om gebruik te maken van deze procedure.

De belastingplichtige kan binnen dertig dagen na betekening bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending (Liersebaan 12 – 2240 Zandhoven). Dit bezwaar bevat minimaal:

  • de gegevens van het betrokken goed;
  • naam, adres en handtekening van de bezwaarindiener;
  • motivering van bezwaar, inclusief eventuele bewijsstukken.

Artikel 8.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 10.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.

Artikel 11.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de dienst Omgeving bezorgd worden.