De gemeenteraad,
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Gelet op zijn beslissing van 19 april 2012 betreffende de goedkeuring van het reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op de openbare kermissen;- dat in artikel 19 van voormeld reglement staat dat er een financiële tussenkomst zal gevraagd worden aan de kermisuitbater die een abonnement voor een staanplaats heeft bekomen conform een gemeentelijk retributiereglement.
Gelet op zijn beslissing van 19 december 2019 waarbij het retributiereglement inzake openbare kermissen op het openbaar domein werd goedgekeurd.
Overwegende dat het aangewezen lijkt om voormeld reglement te hernieuwen.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en gelet op de noodzaak om het budgettair evenwicht te houden.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend voor kermissen op openbaar domein.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door eenieder, die voor de uitoefening van zijn beroep, op de openbare plaatsen of wegen van de gemeente een standplaats inneemt met één en/of meerdere kermisattracties.
Artikel 3.
De retributie wordt vastgesteld op 2,5 euro per lopende meter gevellengte van de kermisattracties, met een minimum van 37,50 euro per standplaats en geldend voor alle opeenvolgende kermisdagen. Als gevellengte dient verstaan, de langste zijde van de inrichting en voor de inrichtingen met een ronde vorm, de lengte van de diameter of van de langste diagonaal van die inrichting.
Artikel 4.
De retributie is betaalbaar door de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag tot het plaatsrecht van een of meerdere kermisattracties op het openbaar domein. De retributie zal betaald worden binnen de 30 kalenderdagen volgend op de verzending van de factuur.
Zij is verschuldigd, zonder dat de gegadigde aanspraak kan maken op enig onherroepelijk recht van concessie of erfdienstbaarheid op het openbaar domein. De overheid kan bovendien, te allen tijde, een einde maken aan het toegestane gebruik, zonder dat betrokkene hiervoor aanspraak kan maken op enige vergoeding.
Artikel 5.
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.
Artikel 6.
Een afschrift van deze beslissing zal aan de dienst Secretariaat, de dienst Financiën en de technische dienst bezorgd worden.